A constant commitment to innovation and excellence, and a dedication to always having our clients ‘front and center’ in everything we do, are just some of the reasons MLS should be your laboratory of choice.
Mon - Fri: 9:00AM - 5:00PM
Blood Drawing Until 4pm
(+5999) 736-8455
contact@mlscuracao.com

Related Posts

Title Image

Physicians

Home  /  Physicians

At MLS we are well aware that our client profile doesn’t only consist of the patients visiting our premises, but also of the dedicated physicians and specialists referring themIt is extremely important to us to be able to serve you in the best way possible, and will use this space to not only highlight laboratory tests that might be of relevance to you, but we’ll also share important updates and news. Should you require any additional information, or have suggestions for specific topics of interest you would like us to cover here, we would love to hear from you. 

Medical Laboratory Services (MLS) offers its services to all physicians and medical entities that are registered with MLS. You can contact us at any time by phone, fax or email for additional information or help with registration. 

MLS has its own application form for laboratory test requests. The following information must be provided: 

  • Client’s personal information (name and date of birth are mandatory) 
  • Name of the physician requesting the test(s) 
  • The desired laboratory test(s) 

Should you require a laboratory test not currently mentioned on the application form, you can add this manually under the section “Aanvullende aanvragen / Klinische gegevens”. We accept application forms from all other medical laboratories on the island, but please feel free to call, fax or email us if you need (more) copies of our application forms. 

At MLS we are well aware that there are times when results are needed as soon as possible. We can process urgent requests during regular business hours. Note, however, that these requests can only be processed at our main branch at Santa Rosaweg (on the corner of Suikertuintjeweg). If you are making an urgent request, please use the option STAT (CITO) on the application form. 

Below is a list of laboratory tests that can be performed by MLS, as well as the estimated duration of these tests. The test results will be faxed to you as soon as they are available. If you are connected to our online system, you will be able to access them as soon as the tests have been completed.

 

Urgent request  Duration  Urgent request  Duration 
ALT   60 min  Gamma-GT  60 min 
Amylase  60 min  Glucose  60 min 
APTT  45 min  Malaria  60 min 
Bicarbonate  60 min  [NT-pro] BNP  60 min 
Bilirubin – neonatal  60 min  Potassium  60 min 
Complete blood count (no diff)  30 min  PT/ INR  45 min

Results of laboratory tests are only released after confirmation that the corresponding analysis was duly conducted. Where applicable, the test results are compared to the clients’ previous tests and are evaluated in cohesion therewith. 

Test results can be obtained in any of the following ways:  

In Writing
All test results are delivered by our in-house messenger. Only written test results can be considered final and official. 

 

By Phone
Test results may be requested by phone exclusively by the physician or medical entity. Results of urgent tests are provided in writing and over the phone. 

 

Electronic
Test results can be obtained electronically via our MOLIS Channel. 

 

Please note that all test details and results are stored in our laboratory information system for the legally prescribed period. This allows us to provide historical results to registered physicians and medical entities. 

Vademecum

Vademecum

Microbiology

Study of Micro Organisms

LABORATORY TESTS

With regards to microbiological lab tests, it is imperative that all materials, bar blood vials, be stored between 4 and 8 degrees Celsius, immediately following collection – not exceeding a period of 48 hours, prior to being taken into care by the laboratory. Click on the desired link for additional information.

 

Please note that the following test descriptions are in Dutch. 

Acanthamoeba (kweek)

Algemene informatie  

Acanthamoeba is een parasiet die keratitis kan veroorzaken. Met name contactlenzen die niet goed schoongemaakt zijn kunnen deze infectie veroorzaken. Acanthamoeba komen voor in water. Aantonen van de parasiet gebeurt met behulp van kweek of PCR. 

 

Bepaling 

Kweek  

 

Techniek 

Kweek op amoebe –platen met E.coli 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Acanthamoeba keratitis 

 

Materiaal  

Corneaschraapsel of lenzen(vloeistof) 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Acanthamoeba positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Rendement van kweek door transporttijden niet optimaal, gelieve PCR bepaling aan te vragen. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog  

Acanthamoeba, PCR

Algemene informatie  

Acanthamoeba is een parasiet die keratitis kan veroorzaken. Met name contactlenzen die niet goed schoongemaakt zijn kunnen deze infectie veroorzaken. Acanthamoeba komen voor in water. Aantonen van de parasiet gebeurt met behulp van kweek of PCR. 

 

Bepaling 

PCR op Acanthamoeba  

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Acanthamoeba keratitis 

 

Materiaal  

Oog Eswab, steriele container(lenzenvloeistof, etc) 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Acanthamoeba positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Maasstadziekenhuis Rotterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog  

Actinomyces

Algemene informatie  

Actinomyces is een verwekker van ontstekingen. Deze ontstekingen bevinden zich vaak in de kaak of hals en gaan gepaard met de vorming van etterende niet genezende fistels. Actinomyces is aan te tonen door middel van kweek en een gram preparaat. 

 

Bepaling 

Kweek  

 

Techniek 

Kweken op anaerobe media 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Actinomyces infectie 

 

Materiaal  

Pus, weefsel, Bal, IUD 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Kweek positief of negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Adenovirus

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar een adenovirus infectie of reactivatie zijn meerdere bepalingen beschikbaar. De vraagstelling bepaalt welke diagnostiek meest zinvol is. Voor het aantonen van een acute adenovirus infectie van de conjunctivae, luchtwegen, urinewegen of CZS is een adenovirus PCR bepaling op het bijbehorende materiaal de meest gevoelige en specifieke methode. Een systemische infectie met adenovirus, die voornamelijk bij immuun gecompromitteerde patiënten optreedt, wordt het beste aangetoond middels een kwantitatieve adenovirus PCR in EDTA-plasma. Voor de diagnostiek naar een enterale adenovirus infectie is de PCR bepaling in faeces nu de standaard: Echter omdat adenovirus gedurende langere tijd na de acute infectie met de faeces uitgescheiden kan worden is de klinische betekenis van een positieve uitslag niet altijd zeker. Om deze reden wordt aanvullend meteen gekeken of het aangetoonde adenovirus behoort tot de serotypes 40 en 41 welke vooral voorkomt als een verwekker van virale gastro-enteritis bij kinderen. Serologie naar een recente adenovirusinfectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid en wordt in de praktijk zelden uitgevoerd. Het direct aantonen van het virus middels PCR is de voorkeursdiagnostiek. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA (Adeno-PCR kwalitatief / kwantitatief)  

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een actief adenovirus infectie 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, oogwat, urine, weefsel, faeces, respiratoire materialen 

 

Benodigd volume  

EDTA: 10 ml; liquor en urine: 1-2 ml; faeces: 1 gram; biopt: 2 mm2; respiratoire materialen: 2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

EDTA, liquor en urine: aantal kopieën per ml; ander materialen kwalitatief: positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De adenovirus PCR bepaling is de gouden standaard voor het aantonen van een adenovirusinfectie. Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Anaeroben

Algemene informatie  

Indien de aanvraag “kweek” of “banale kweek” is, en het materiaal is geschikt om anaeroben van te kweken, dan hoeft u niet specifiek anaeroben aan te vragen. 

 

Bepaling 

Kweek onder anaerobe omstandigheden  

 

Techniek 

Kweken op anaerobe media 

 

Indicatie  

Verdacht voor een anaerobe infectie 

 

Materiaal  

Pus, weefsel en watjes in transport medium (eswab) 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Kweek positief of negatief voor anaëroben 

 

Opmerkingen 

Van deze materialen zal ook altijd een banale kweek ingezet worden. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Aspergillus

Algemene informatie  

Aspergillus is een schimmel. Galactomannan is een antigeen dat voorkomt op de celwand van de Aspergillus. Met behulp van de antigeenbepaling van Aspergillus en de kweek kan een infectie met een Aspergillus aangetoond worden. 

 

Bepaling 

Antigeenbepaling van Aspergillus 

 

Techniek 

Sandwich ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een aspergillose of aspergilloom 

 

Materiaal  

Serum, liquor, BAL of bronchusspoelsel 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief / negatief (met een waarde) 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Astrovirus

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een Astrovirus infectie berust op het aantonen van viraal RNA in faeces. De PCR bepaling is de meest gevoelige methode om een infectie vast te stellen en is de standaardbepaling voor het aantonen van een astrovirus infectie. De bepaling maakt onderdeel uit van het PCR virale GI-panel. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek RNA voor astrovirus 

 

Techniek 

Commercial Two tube multiplex plus add-on singleplex for detection of norovirus G1, G2, astrovirus, rotavirus, adenovirus, sapovirus. Multiplex Real-Time PCR for detection of pathogen genes by TaqMan® technology on Roche Lighcycler 480 platform. Biomerieux biofire nested PC. 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek astrovirus RNA 

 

Materiaal  

Faeces/eswab 

 

Benodigd volume  

1 gr 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Positief / negatief  

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van astrovirus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bakteriekweek

Algemene informatie  

Als een verwekker niet specifiek in de lijst van verwekkers genoemd wordt, komt het betreffende micro-organisme, indien aanwezig, doorgaans uit de banale kweek van het materiaal (aanvraag “banale kweek” Kweek algemeen” kweek” ). Bij verdenking op specifieke verwekkers, dit graag vermelden op de aanvraag. 

 

Bepaling 

Kweek/banale kweek 

 

Techniek 

Kweek op media 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële infectie 

 

Materiaal  

Alle materialen 

 

Benodigd volume  

Minimaal 3 ml  

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

– – –  

 

Opmerkingen 

Determinatie en resistentie van het pathogene micro-organisme en de hoeveelheid, (indien relevant). 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bacteriële gastro-enteritis (SSYCCE)

Algemene informatie  

PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriële gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Two tube multiplex for detection of Salmonella spp., Shigella spp., Yersinia enterocolitica, Clostridium difficile, Campylobacter coli/jejuni/lari, VTEC and internal control. 

 

Bepaling 

PCR op SSYCCE 

 

Techniek 

Commercial multiplex for detection of Salmonella spp., Shigella spp., Yersinia enterocolitica, Clostridium difficile, Campylobacter coli/jejuni/lari, VTEC  1. Multiplex Real-Time PCR for detection of pathogen genes by TaqMan® technology on the Roche Lighcycler 480 platform . 2. Biomereieux biofire. Nested PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Benodigd volume  

Minimaal 1 ml/ fecalswab 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 werkdagen 

 

Resultaat  

Desbetreffende bacterie positief / negatief 

 

Opmerkingen 

Indien PCR positief, wordt geprobeerd om de resistentie te bepalen. Er kan ook gekweekt worden (SSYCE). De voorkeur gaat uit naar PCR. In verband met voorkeur van de verzekeraar, kan gekozen worden voor kweek i.p.v. PCR. Indien PCR positief is, wordt (indien mogelijk) getracht het micro-organisme te kweken en een antibiogram te verkrijgen. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bartonella henselae, IgM antistoffen

Algemene informatie  

Bartonella henselae is een bacterie en de verwekker van kattenkrabziekte. De diagnostiek berust op het aantonen van een IgM respons tegen Bartonella henselae in serum afgenomen in de acute fase van de infectie. De diagnose kan ook gesteld worden door in biopten van klierweefsel of ander materiaal met behulp van PCR Bartonella henselae specifiek DNA aan te tonen. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen Bartonella henselae 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met Bartonella henselae 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar Streeklaboratorium Tilburg 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bartonella henselae, PCR

Algemene informatie  

Bartonella henselae is een bacterie en de verwekker van kattenkrabziekte. De diagnostiek berust op het aantonen van een IgM respons tegen Bartonella henselae in serum afgenomen in de acute fase van de infectie. De diagnose kan ook gesteld worden door in biopten van klierweefsel of ander materiaal met behulp van PCR Bartonella henselae specifiek DNA aan te tonen. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Bartonella henselae (Bartonella PCR) 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Direct aantonen van Bartonella henselae DNA in materiaal van ontstekingshaarden 

 

Materiaal  

Weefsel, pus, punctaat, liquor 

 

Benodigd volume  

30 µl 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar Streeklaboratorium Tilburg 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

BK virus

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een BK virus infectie berust op het kwantitatief aantonen van viraal DNA in urine, plasma of ander materiaal. Het bepalen van antistoffen tegen BK virus is niet zinvol: de seroprevalentie is al op jonge leeftijd zeer hoog en dit gaat gepaard zonder duidelijke symptomatologie. BK virus kan reactiveren in immuun gecompromitteerde patiënten en is bijvoorbeeld geassocieerd met een interstitiële nefritis of een haemorrhagische cystitis. 

 

Bepaling 

BK-virus specifiek DNA (BK-PCR kwalitatief / kwantitatief) 

 

Techniek 

Kwantitatieve real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve BK virusinfectie 

 

Materiaal  

Urine, EDTA, liquor, serum 

 

Benodigd volume  

EDTA: 10 ml; liquor, urine: 1-2 ml 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

EDTA, liquor en urine kwantitatief: kopieën/ml. Uitslagen > 100 kopieën/ml worden als waarde gerapporteerd. Uitslagen <100 kopieën/mL worden weergegeven als ondetecteerbaar of als <100/pos. Andere materialen kwalitatief: positief, negatief. 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van BK virus specifiek nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Blastocystis (Parasitaire gastro-enteritis)

Algemene informatie  

Verwekkers van parasitaire gastro-enteritis. Hierbij wordt een polymerase-kettingreactie (PCR) verricht op de volgende pathogenen: Entamoeba histolytica, Cryptosporidiumum spp., Giardia lamblia. 

 

Bepaling 

Commercial one tube multiplex for detection of Entamoeba histolytica, Cryptosporidiumum spp. en Giardia lamblia 

 

Techniek 

Multiplex Real-Time PCR for detection of pathogen genes by TaqMan® technology on the Roche Lightcycler 480 platform 

 

Indicatie  

Parasitaire gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Faecespotje / fecalswab 

 

Benodigd volume  

5 gram 

 

Inleverdag 

dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

PCR positief/negatief voor desbetreffende parasieten 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bocavirus

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een bocavirus infectie berust op het direct aantonen van bocavirus in respiratoir materiaal. De standaard bepaling hiervoor is de PCR-bepaling. De rol van bocavirus als respiratoir pathogeen is nog weinig onderbouwd. 

 

Bepaling 

Bocavirus specifiek DNA (HBoV-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op ABIprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met humaan bocavirus 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal, Eswab 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bof virus, PCR

Algemene informatie  

De diagnose Bof wordt vaak al op het klinisch beeld, een epidemische parotitis, vastgesteld. De ziekte komt voor bij ongevaccineerde personen, maar ook bij (deels) gevaccineerde personen. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen bofvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen bofvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen bij presentatie (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Bij een re-infectie met bofvirus of een primo-infectie bij (deels) gevaccineerden is de IgM respons minder sensitief voor het aantonen van een recente infectie dan bij een primo-infectie in ongevaccineerde personen. Voor de screening naar de immuniteit tegen bofvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het bofvirus zelf kan door middle van pcr aangetoond worden uit speeksel, urine en liquor. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek RNA van bofvirus (Bof-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie 

 

Materiaal  

Mond/keel Eswab, urine, liquor 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Maandag t/m vrijdag  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van bof virus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bof virus (IgG)

Algemene informatie  

De diagnose Bof wordt vaak al op het klinisch beeld, een epidemische parotitis, vastgesteld. De ziekte komt voor bij ongevaccineerde personen, maar ook bij (deels) gevaccineerde personen. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen bofvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen bofvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen bij presentatie (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Bij een re-infectie met bofvirus of een primo-infectie bij (deels) gevaccineerden is de IgM respons minder sensitief voor het aantonen van een recente infectie dan bij een primo-infectie in ongevaccineerde personen. Voor de screening naar de immuniteit tegen bofvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het bofvirus zelf kan door middle van pcr aangetoond worden uit speeksel, urine en liquor. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen bofvirus (Bof-IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie of in het verleden doorgemaakte infectie met bofvirus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml  

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een recente infectie uitgevoerd in combinatie met IgM bepaling. Voor immuniteitsscreening volstaat alleen IgG bepaling. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bof virus, IgM

Algemene informatie  

De diagnose Bof wordt vaak al op het klinisch beeld, een epidemische parotitis, vastgesteld. De ziekte komt voor bij ongevaccineerde personen, maar ook bij (deels) gevaccineerde personen. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen bofvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen bofvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen bij presentatie (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Bij een re-infectie met bofvirus of een primo-infectie bij (deels) gevaccineerden is de IgM respons minder sensitief voor het aantonen van een recente infectie dan bij een primo-infectie in ongevaccineerde personen. Voor de screening naar de immuniteit tegen bofvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het bofvirus zelf kan door middle van pcr aangetoond worden uit speeksel, urine en liquor. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen bofvirus (Bof-IgM) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met bofvirus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie met IgG bepaling uitgevoerd. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bordetella pertussis/ parapertussis, PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar Bordetella pertussis, verwekker van kinkhoest, berust op aantonen van bordetella specifiek nucleïnezuur middels PCR en op serologie. De keuze voor PCR of serologie is afhankelijk van de ziekteduur. Bij een ziekteduur van minder dan drie weken kan B. pertussis nog vaak in materiaal van de nasopharynx worden aangetoond. PCR heeft in die situatie de voorkeur vanwege de snelheid waarmee de uitslag bekend wordt. Een negatieve PCR sluit een bordetella infectie echter niet uit en dient vervolgd te worden met serologie. Als de ziekteduur langer dan drie weken is heeft serologie de voorkeur, behalve bij kinderen <1 jaar bij wie PCR en/of kweek zinvol is ongeacht de ziekteduur. De antistofrespons wordt beïnvloed door leeftijd, vaccinatiestatus, reeds eerder doorgemaakte infectie en tijdsverloop sinds de eerste ziektedag. Eénpuntsserologie kan volstaan, maar afhankelijk van de uitslag van het eerste monster kan een tweede serummonster nodig zijn. De immuunrespons kan traag verlopen. Personen die recent (< 1 jaar terug) gevaccineerd zijn met kinkhoestvaccin is tweepuntsserologie noodzakelijk om door middel van titerstijging een recente infectie aan te tonen. Vaccinatie met het accellulaire kinkhoestvaccin kan namelijk een sterke antistofrespons veroorzaken waardoor éénpuntsserologie niet meer betrouwbaar is. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Bordetella pertussis 

 

Techniek 

Biofire Multiplex PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met Bordetella pertussis en/of Bordetella parapertussis 

 

Materiaal  

Nasopharynxuitstrijk/keeluitstrijk met Eswab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bordetella pertussis/ parapertussis, antistoffen

Algemene informatie  

De diagnostiek naar Bordetella pertussis, verwekker van kinkhoest, berust op aantonen van bordetella specifiek nucleïnezuur middels PCR en op serologie. De keuze voor PCR of serologie is afhankelijk van de ziekteduur. Bij een ziekteduur van minder dan drie weken kan B. pertussis nog vaak in materiaal van de nasopharynx worden aangetoond. PCR heeft in die situatie de voorkeur vanwege de snelheid waarmee de uitslag bekend wordt. Een negatieve PCR sluit een bordetella infectie echter niet uit en dient vervolgd te worden met serologie. Als de ziekteduur langer dan drie weken is heeft serologie de voorkeur, behalve bij kinderen <1 jaar bij wie PCR en/of kweek zinvol is ongeacht de ziekteduur. De antistofrespons wordt beïnvloed door leeftijd, vaccinatiestatus, reeds eerder doorgemaakte infectie en tijdsverloop sinds de eerste ziektedag. Eénpuntsserologie kan volstaan, maar afhankelijk van de uitslag van het eerste monster kan een tweede serummonster nodig zijn. De immuunrespons kan traag verlopen. Personen die recent (< 1 jaar terug) gevaccineerd zijn met kinkhoestvaccin is tweepuntsserologie noodzakelijk om door middel van titerstijging een recente infectie aan te tonen. Vaccinatie met het accellulaire kinkhoestvaccin kan namelijk een sterke antistofrespons veroorzaken waardoor éénpuntsserologie niet meer betrouwbaar is. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Bordetella pertussis 

 

Techniek 

IgA en IgG bepaling middels ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met B. pertussis 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

E/ ml \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Bepaling is een verzendbepaling naar het RIVM, Bilthoven 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Bordetella pertussis/ parapertussis, Bordetella PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar Bordetella pertussis, verwekker van kinkhoest, berust op aantonen van bordetella specifiek nucleïnezuur middels PCR en op serologie. De keuze voor PCR of serologie is afhankelijk van de ziekteduur. Bij een ziekteduur van minder dan drie weken kan B. pertussis nog vaak in materiaal van de nasopharynx (wat of aspiraat) worden aangetoond. PCR heeft in die situatie de voorkeur vanwege de snelheid waarmee de uitslag bekend wordt. Een negatieve PCR sluit een bordetella infectie echter niet uit en dient vervolgd te worden met serologie. Als de ziekteduur langer dan drie weken is heeft serologie de voorkeur, behalve bij kinderen <1 jaar bij wie PCR en/of kweek zinvol is ongeacht de ziekteduur (bacterie wordt langer uitgescheiden). De antistofrespons wordt beïnvloed door leeftijd, vaccinatiestatus, reeds eerder doorgemaakte infectie en tijdsverloop sinds de eerste ziektedag. Eénpuntsserologie kan volstaan, maar afhankelijk van de uitslag van het eerste monster kan een tweede serummonster nodig zijn. De immuunrespons kan traag verlopen. Personen die recent (< 1 jaar terug) gevaccineerd zijn met kinkhoestvaccin is tweepuntsserologie noodzakelijk om door middel van titerstijging een recente infectie aan te tonen. Vaccinatie met het accellulaire kinkhoestvaccin kan namelijk een sterke antistofrespons veroorzaken waardoor éénpuntsserologie niet meer betrouwbaar is. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Bordetella pertussis en Bordetella parapertussis (Bordetella PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op ABIprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met Bordetella pertussis en/of Bordetella parapertussis 

 

Materiaal  

Eswab nasopharynx 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzenbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, IgG

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

Borrelia burgdorferi IgG immunoblot 

 

Techniek 

Immunoblot 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positief IgG resultaat in de ELISA 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

De immunoblot is een vervolgtest op de ELISA en wordt door het laboratorium ingezet als ELISA positief is. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, IgM

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

Borrelia burgdorferi IgM immunoblot 

 

Techniek 

Immunoblot 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positief IgM resultaat in de ELISA 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

De immunoblot is een vervolgtest op de ELISA en wordt door het laboratorium ingezet als de ELISA positief is. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, IgG Antistoffen

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Borrelia burgdorferi 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) infectie met B. burgdorferi 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

U/ml \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt alleen uitgevoerd in combinatie met de IgM bepaling. Positief en grensresultaten worden geconfirmeerd in de immunoblot. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, IgM Antistoffen

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen Borrelia burgdorferi 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) infectie met B.burgdorferi 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt alleen uitgevoerd in combinatie met de IgG. Positief en grensresultaten worden geconfirmeerd in de immunoblot. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, Intrathecale antistofproductie

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

Intrathecale antistofproductie tegen Borrelia burgdorferi 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een neuroborreliose in serum/ liquor paar 

 

Materiaal  

Liquor en serum 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

Liquor 100 µl, serum 50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Extinctie \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt altijd uitgevoerd als combinatie IgG en IgM bepaling. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Borrelia burgdorferi, PCR

Algemene informatie  

Borrelia burgdorferi is de verwekker van borreliose (in de volksmond ook bekend als “ziekte van Lyme”), een door teken overgedragen ziekte met diverse klinische presentaties waaronder erythema migrans, neuroborreliose, artritis, acrodermatitis, lymfocytoom en carditis. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie: een screenings ELISA voor IgG en IgM antistoffen met indien positief een confirmatie in een immunobot bepaling. De immuunrespons kan traag opkomen: gemiddeld 3 – 6 weken na infectie met een grote interindividuele spreiding. Aanwezigheid van Borrelia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Borrelia-infectie. De diagnostiek naar een neuroborreliose berust op het aantonen van een lokale antilichaamproductie in liquor. Dit is een aparte bepaling en hiervoor dient altijd én liquor én serum ingestuurd te worden. In specifieke omstandigheden (afwijkingen aan de huid of verdenking lyme-artritis) kan het zinvol zijn de borrelia bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). Er is in het laboratorium geen kweekmethode beschikbaar voor Borrelia burgdorferi. Op Bonaire en Curaçao zou geen borrelia Burgdorferi aanwezig zijn. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Borrelia burgdorferi (Borrelia PCR) 

 

Techniek 

PCR bepaling 

 

Indicatie  

Direct aantonen van Borrelia in huidbiopten of gewrichtsvloeistof 

 

Materiaal  

Biopt, gewrichtsvloeistof 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Laboratorium voor de Volksgezondheid in Friesland. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Brucella, Kweek

Algemene informatie  

Veroorzaker van de ziekte brucellosis. De infectie kan enige tijd zonder klinische verschijnselen aanwezig zijn. In een aantal gevallen verloopt de infectie acuut met als opvallend kenmerk: de golvende koorts. Hoofdpijn, pijn in de ledematen, algehele malaise, nachtelijk zweten en gewichtsverlies treedt vrijwel bij alle patiënten op. De besmetting van de mens vindt plaats door contact met geïnfecteerde dieren of met hun ontlasting en ook door het gebruiken van besmette niet gepasteuriseerde melk en geiten- en schapenkaas. Diagnostiek van brucellose geschiedt primair door kweek. Aanvullend kan ook serologisch onderzoek ingezet worden. Bij het insturen van materiaal voor kweek van een van brucellose verdachte patiënt dient deze verdenking wel duidelijk vermeld te worden om besmetting van medewerkers van het laboratorium te voorkomen. Tot op heden kan de kweek niet aangevraagd worden op Bonaire en Curaçao. 

 

Bepaling 

Kweek van Brucella 

 

Techniek 

Kweek uit bloedkweekflesjes 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor brucellosis 

 

Materiaal  

Alle materialen 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Brucella positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Bij verdenkingen Brucella dit duidelijk op aanvraag vermelden!! Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Brucella, Antistoffen

Algemene informatie  

Veroorzaker van de ziekte brucellosis. De infectie kan enige tijd zonder klinische verschijnselen aanwezig zijn. In een aantal gevallen verloopt de infectie acuut met als opvallend kenmerk: de golvende koorts. Hoofdpijn, pijn in de ledematen, algehele malaise, nachtelijk zweten en gewichtsverlies treedt vrijwel bij alle patiënten op. De besmetting van de mens vindt plaats door contact met geïnfecteerde dieren of met hun ontlasting en ook door het gebruiken van besmette niet gepasteuriseerde melk en geiten- en schapenkaas. Diagnostiek van brucellose geschiedt primair door kweek. Aanvullend kan ook serologisch onderzoek ingezet worden. Bij het insturen van materiaal voor kweek van een van brucellose verdachte patiënt dient deze verdenking wel duidelijk vermeld te worden om besmetting van medewerkers van het laboratorium te voorkomen. Tot op heden kan de kweek niet aangevraagd worden op Bonaire en Curaçao. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Brucella 

 

Techniek 

Agglutinatie 

 

Indicatie  

Aantonen van antistoffen tegen Brucella (B. abortus en B. melitensis) 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer (positief, grenswaarde, negatief). Een titer > 1:160 kan klinisch relevant zijn bij een acute infectie. Bij een chronische infectie kunnen ook lagere titers voorkomen. 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Brucella, Antistoffen (complement bindingsreactie)

Algemene informatie  

Veroorzaker van de ziekte brucellosis. De infectie kan enige tijd zonder klinische verschijnselen aanwezig zijn. In een aantal gevallen verloopt de infectie acuut met als opvallend kenmerk: de golvende koorts. Hoofdpijn, pijn in de ledematen, algehele malaise, nachtelijk zweten en gewichtsverlies treedt vrijwel bij alle patiënten op. De besmetting van de mens vindt plaats door contact met geïnfecteerde dieren of met hun ontlasting en ook door het gebruiken van besmette niet gepasteuriseerde melk en geiten- en schapenkaas. Diagnostiek van brucellose geschiedt primair door kweek. Aanvullend kan ook serologisch onderzoek ingezet worden. Bij het insturen van materiaal voor kweek van een van brucellose verdachte patiënt dient deze verdenking wel duidelijk vermeld te worden om besmetting van medewerkers van het laboratorium te voorkomen. Tot op heden kan de kweek niet aangevraagd worden op Bonaire en Curaçao. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Brucella 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie 

 

Indicatie  

Aantonen van antistoffen tegen Brucella (B. abortus en B. melitensis) 

 

Materiaal  

Serum 

 

Resultaat  

Titer (positief, grenswaarde, negatief). 

 

Opmerkingen 

Deze test wordt, indien er voldoende materiaal aanwezig is, uitgevoerd als confirmatie van een positieve agglutinatietest. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Calymmatobacterium granulomatis (Klebsiella granulomatis)

Algemene informatie  

Deze ziekte wordt gekenmerkt door diepe, uitgebreide genitale ulceraties met verheven randen. De ulcus ontwikkelt zich langzaam. Er is geen lymfklierzwelling. Het komt bijna alleen in de tropen voor. Er zijn casussen beschreven in de Caribbean. In het Giemsa preparaat zijn paarsgekleurde staafjes omgeven door een kapsel (Donovan bodies) te zien in mononucleaire cellen. 

 

Bepaling 

Aantonen van Calymmatobacterium granulomatis in mononucleaire cellen 

 

Techniek 

Giemsa-kleuring van een crush preparaat 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Granuloma inguinale 

 

Materiaal  

Afname aan de rand van het letsel (crush preparaat) 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Campylobacter

Algemene informatie  

Deze bepaling vormt onderdeel van het pakket Bacterieel verwekkers gastro-intestinale verwekkers. PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriële gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Two tube multiplex for detection of Salmonella spp., Shigella spp., Yersinia enterocolitica, Clostridium difficile, Campylobacter coli/jejuni/lari, VTEC and internal control. 

 

Bepaling 

PCR op SSYCCE 

 

Techniek 

Commercial two tube multiplex for detection of Salmonella spp., Shigella spp., Yersinia enterocolitica, Clostridium difficile, Campylobacter coli/jejuni/lari, VTEC. Multiplex Real-Time PCR for detection of pathogen genes by TaqMan® technology on the Roche Lighcycler 480 platform. 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Benodigd volume  

Minimaal 1 ml/ fecalswab 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 werkdagen 

 

Resultaat  

Desbetreffende bacterie positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Er kan ook gekweekt worden (SSYCE). De voorkeur gaat uit naar PCR. Om verzekeringstechnische redenen kan gekozen worden voor kweek i.p.v. PCR. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chikungunya

Algemene informatie  

Voor Chikungunya diagnostiek wordt het logaritme van de WHO/Paho gevolgd. Dit betekent dat bij een ziekteduur korter dan 5 dagen PCR op Zika, Dengue en Chickungunya wordt uitgevoerd. Bij een ziekteduur langer dan 5 dagen wordt serologie uitgevoerd op Dengue, Chickungungya en Zika. Door de grote kruisreactivitiet tussen Dengue serologie en Zika serologie wordt bij een positieve Dengue serologie geen Zika serologie uitgevoerd. De meerderheid van de bevolking op Curaçao heeft een positieve Dengue serologie. De ontwikkelingen m.b.t. Zika en Chikungunya diagnostiek zijn aan veranderingen onderhevig. Neem evt. contact op. 

 

Bepaling 

PCR op Chikungunya 

 

Techniek 

RNA specifiek voor Chikungunya 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Chikungunya infectie 

 

Materiaal  

Bloed 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Erasmus MC 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia trachomatis CT, IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydia trachomatis infectie berust met name op het direct aantonen van chlamydia specifiek nucleïnezuur middels PCR in genitaaluitstrijken, urine of ooguitstrijken. Zelfafname van eerstestraalurine bij de man of een diepvaginale swab bij de vrouw is mogelijk met een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit als afname door een professional. Urinemonsters bij vrouwen zijn minder sensitief omdat cervicale infecties kunnen worden gemist. Serologische bepalingen hebben geen plaats in de diagnostiek van actieve urogenitale CT-infecties, maar hiermee kan wel een in het verleden doorgemaakte infectie aangetoond worden. Lymphogranuloma venereum (LGV) geeft een pijnlijke lymfadenitis. Wanneer van een anuswat (eswab) de Chlamydia trachomatis PCR positief is, wordt van dit materiaal het LGV serovar bepaald middels een sequentieanalyse. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Chlamydia trachomatis (CT-IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

De bepaling wordt uitgevoerd om een in het verleden doorgemaakte infectie met Chlamydia trachomatis vast te stellen. 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio \positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Voor het vaststellen van een doorgemaakte infectie volstaat een IgG bepaling. Dit is een verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia trachomatis CT-IgG, CT, IgA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydia trachomatis infectie berust met name op het direct aantonen van chlamydia specifiek nucleïnezuur middels PCR in genitaaluitstrijken, urine of ooguitstrijken. Zelfafname van eerstestraalurine bij de man of een diepvaginale swab bij de vrouw is mogelijk met een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit als afname door een professional. Urinemonsters bij vrouwen zijn minder sensitief omdat cervicale infecties kunnen worden gemist. Serologische bepalingen hebben geen plaats in de diagnostiek van actieve urogenitale CT-infecties, maar hiermee kan wel een in het verleden doorgemaakte infectie aangetoond worden. Lymphogranuloma venereum (LGV) geeft een pijnlijke lymfadenitis. Wanneer van een anuswat (eswab) de Chlamydia trachomatis PCR positief is, wordt van dit materiaal het LGV serovar bepaald middels een sequentieanalyse. 

 

Bepaling 

IgG en IgA antistoffen tegen Chlamydia trachomatis (CT-IgG/CT-IgA) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Voor het vaststellen van een recente infectie wordt een combinatie van een IgG- en een IgA-bepaling verricht. 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio /positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia Trachomatis, PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydia trachomatis infectie berust met name op het direct aantonen van chlamydia specifiek nucleïnezuur middels PCR in genitaaluitstrijken, urine of ooguitstrijken. Zelfafname van eerstestraalurine bij de man of een diepvaginale swab bij de vrouw is mogelijk met een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit als afname door een professional. Urinemonsters bij vrouwen zijn minder sensitief omdat cervicale infecties kunnen worden gemist. Serologische bepalingen hebben geen plaats in de diagnostiek van actieve urogenitale CT-infecties, maar hiermee kan wel een in het verleden doorgemaakte infectie aangetoond worden. Lymphogranuloma venereum (LGV) geeft een pijnlijke lymfadenitis. Wanneer van een anuswat (eswab) de Chlamydia trachomatis PCR positief is, wordt van dit materiaal het LGV serovar bepaald middels een sequentieanalyse. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Chlamydia trachomatis (PCR) 

 

Techniek 

Multiplex PCR for detection of Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae 

  1. Commercial Multiplex Real-Time PCR for detection of pathogen genes by TaqMan® technology on Roche lighcycler 480 platform
  2. Genexpert CT/NG

 

Indicatie  

De bepaling wordt uitgevoerd om een actuele infectie met Chlamydia trachomatis vast te stellen. 

 

Materiaal  

Eswab (vaginaal en/of rectaal), eerstestraals urine 

 

Benodigd volume  

1,5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Anusuitstrijken die positief zijn voor Chlamydia trachomatis worden automatisch verstuurd voor genotypering om LGV geassocieerd serovar aan te tonen. Aanvraag PCR Chlamydia wordt altijd samen verricht met aanvraag PCR Gonorroe. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia pneumoniae ChlP, IgG EIA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydophila pneumoniae infectie berust op het aantonen van C. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR. Soms kan overwogen worden om serologisch onderzoek in te zetten voor het aantonen van antistoftiterstijging of een seroconversie tegen C. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Chlamydophila pneumoniae (ChlP-IgG EIA) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met C. pneumoniae 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer (BU/ml) \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia pneumoniae ChlP, PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydophila pneumoniae infectie berust op het aantonen van C. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR. Soms kan overwogen worden om serologisch onderzoek in te zetten voor het aantonen van antistoftiterstijging of een seroconversie tegen C. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

Chlamydophila pneumoniae specifiek DNA (ChlP-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met C. pneumoniaerespiratoir materiaal; Eswab 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal; Eswab 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Bij aanvraag specifiek vermelden omdat de bepaling niet in het standaardpakket is opgenomen voor respiratoire virussen. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia Trachomatis, genotypering

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydia trachomatis infectie berust met name op het direct aantonen van chlamydia specifiek nucleïnezuur middels PCR in genitaaluitstrijken, urine of ooguitstrijken. Zelfafname van eerstestraalurine bij de man of een diepvaginale swab bij de vrouw is mogelijk met een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit als afname door een professional. Urinemonsters bij vrouwen zijn minder sensitief omdat cervicale infecties kunnen worden gemist. Serologische bepalingen hebben geen plaats in de diagnostiek van actieve urogenitale CT-infecties, maar hiermee kan wel een in het verleden doorgemaakte infectie aangetoond worden. Lymphogranuloma venereum (LGV) geeft een pijnlijke lymfadenitis. Wanneer van een anuswat (eswab) de Chlamydia trachomatis PCR positief is, wordt van dit materiaal het LGV serovar bepaald middels een sequentieanalyse. 

 

Bepaling 

Chlamydia trachomatis genotypering 

 

Techniek 

Sequentieanalyse voor serovar L1, L2 en L3 

 

Indicatie  

De bepaling wordt uitgevoerd om een infectie met LGV specifieke serovars vast te stellen. 

 

Materiaal  

Anusuitstrijk eswab 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt extern verricht door het Streeklaboratorium van de GG&GD in Amsterdam en wordt automatisch door het laboratorium aangevraagd bij een positieve CT-PCR van een anus swab. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Chlamydia pneumoniae ChlP, IgM EIA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydophila pneumoniae infectie berust op het aantonen van C. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR. Soms kan overwogen worden om serologisch onderzoek in te zetten voor het aantonen van antistoftiterstijging of een seroconversie tegen C. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen Chlamydophila pneumoniae (ChlP-IgM EIA) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met C. pneumoniae 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Chlamydia pneumoniae ChlP, IgA EIA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Chlamydophila pneumoniae infectie berust op het aantonen van C. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR. Soms kan overwogen worden om serologisch onderzoek in te zetten voor het aantonen van antistoftiterstijging of een seroconversie tegen C. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

IgA antistoffen tegen Chlamydophila pneumoniae (ChlP-IgA EIA) 

 

Techniek 

Indirecte ELISA \ Savyon 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met C. pneumoniae 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer (BU/ml) \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Clostridium difficile

Algemene informatie  

Clostridium difficile is een verwekker van hospital-acquired diarree en de veroorzaker van antibiotica geassocieerde pseudomembraneuze colitis. De laboratoriumdiagnostiek berust op PCR in faeces. Mits voor 11.00 aangeleverd, is de uitslag dezelfde dag bekend. De clostridium bepaling vormt onderdeel van het bacteriële gastro PCR pakket. 

 

Bepaling 

PCR m.b.v. Biofire 

 

Techniek 

Real-time PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Clostridium difficile 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Benodigd volume  

5 gram 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Voor 8:00 ingeleverd (ma t/m za) zelfde dag bekend 

 

Resultaat  

Toxicogene Clostridium difficile positief/negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coccidiomycose

Algemene informatie  

Een infectie met de schimmel Coccidiomyces kan coccidioidomycosis veroorzaken, ook wel Valley fever genoemd. Symptomen zijn longontsteking, koorts, spier- en gewrichtspijnen. Ook laesies in de huid kunnen voorkomen. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen de schimmel coccidioides 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coronavirus

Algemene informatie  

Onderdeel respiratoir PCR pakket. 

 

Bepaling 

Coronavirus specifiek RNA (CoV-PCR) 

 

Techniek 

Nested PCR Biomerieux biofire respiratoir 

 

Indicatie  

Aantonen van een actuele coronavirus infectie 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal, neus- keelwat (eswab) 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Inleverdag  

 

Uitslag bekend 

Voor 8:00 ingeleverd (ma t/m za) zelfde dag bekend 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Corynebacterium diphtheriae, Kweek

Algemene informatie  

Corynebacterium diphtheriae is de veroorzaker van de ziekte difterie. Difterie is een besmettelijke en meestal toxische ziekte. De ziekte verspreidt zich via de luchtwegen of door direct contact. Indien de bacterie zich hecht aan de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen vermenigvuldigt hij zich daar en vormt exotoxinen. Hierdoor wordt necrose en oppervlakkige ontsteking van de mucosa veroorzaakt. Uit huidletsel kan de bacterie ook worden gekweekt. De necroselaag bestaat uit een fibrineus netwerk waarin men neutrofiele granulocyten, dode epitheelcellen, erythrocyten en veel bacteriën aantreft (Pseudomembranen). Hierdoor kan afsluiting van de larynx of trachea de dood tot gevolg hebben. Het toxine veroorzaakt vooral bij de hartspier en het perifere zenuwstelsel schade waardoor ernstige beschadiging aan het hart kan voorkomen. Het exotoxine wordt vervoerd door het bloed. 

 

Bepaling 

Kweek van Corynebacterium diphtheriae 

 

Techniek 

Kweken op media 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht van difterie 

 

Materiaal  

Keel, neus of huiduitstrijken in een stuartmedium 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Corynebacterium diphtheriae positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Corynebacterium diphtheriae, IgG antistoffen

Algemene informatie  

Corynebacterium diphtheriae is de veroorzaker van de ziekte difterie. Difterie is een besmettelijke en meestal toxische ziekte. De ziekte verspreidt zich via de luchtwegen of door direct contact. Indien de bacterie zich hecht aan de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen vermenigvuldigt hij zich daar en vormt exotoxinen. Hierdoor wordt necrose en oppervlakkige ontsteking van de mucosa veroorzaakt. Uit huidletsel kan de bacterie ook worden gekweekt. De necroselaag bestaat uit een fibrineus netwerk waarin men neutrofiele granulocyten, dode epitheelcellen, erythrocyten en veel bacteriën aantreft (Pseudomembranen). Hierdoor kan afsluiting van de larynx of trachea de dood tot gevolg hebben. Het toxine veroorzaakt vooral bij de hartspier en het perifere zenuwstelsel schade waardoor ernstige beschadiging aan het hart kan voorkomen. Het exotoxine wordt vervoerd door het bloed. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen difterie toxine 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling RIVM 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coxiella burnetii, CBR QF

Algemene informatie  

Coxiella burnetii is een bacterie en verwekker van Q-koorts, een systemische zoönose met een gevarieerde klinische presentatie waaronder een zelflimiterend koortssyndroom, longontsteking, endocarditis en hepatitis. De diagnostiek berust op het aantonen van een immuunrespons tegen Coxiella burnetii. Een viervoudige titerstijging in sera afgenomen met een tussenpoos van 2 tot 4 weken is diagnostisch voor een acute infectie. De PCR op sputum heeft toegevoegde waarde ten opzichte van de serologie in het zeer acute stadium van de ziekte (< 3 weken ziekteduur). De serologie kan dan nog negatief zijn. Daarnaast is een PCR bepaling op EDTA plasma en/of weefsel zinvol voor het aantonen van een chronische infectie met Q-koorts. Een PCR bepaling dient altijd in combinatie met serologie uitgevoerd te worden. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Coxiella burnetii (CBR QF) 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute of chronische infectie met Coxiella burnetii 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De CBR kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coxiella burnetii, IF QF

Algemene informatie  

Coxiella burnetii is een bacterie en verwekker van Q-koorts, een systemische zoönose met een gevarieerde klinische presentatie waaronder een zelflimiterend koortssyndroom, longontsteking, endocarditis en hepatitis. De diagnostiek berust op het aantonen van een immuunrespons tegen Coxiella burnetii. Een viervoudige titerstijging in sera afgenomen met een tussenpoos van 2 tot 4 weken is diagnostisch voor een acute infectie. De PCR op sputum heeft toegevoegde waarde ten opzichte van de serologie in het zeer acute stadium van de ziekte (< 3 weken ziekteduur). De serologie kan dan nog negatief zijn. Daarnaast is een PCR bepaling op EDTA plasma en/of weefsel zinvol voor het aantonen van een chronische infectie met Q-koorts. Een PCR bepaling dient altijd in combinatie met serologie uitgevoerd te worden. 

 

Bepaling 

IgG en IgM antistoffen tegen Coxiella burnetii (IF QF) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute of chronische infectie met Coxiella burnetii 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief >=16; negatief <16 

 

Opmerkingen 

Het heeft de voorkeur deze serologie uit te voeren op gepaarde sera. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coxiella burnetii, QF PCR

Algemene informatie  

Coxiella burnetii is een bacterie en verwekker van Q-koorts, een systemische zoönose met een gevarieerde klinische presentatie waaronder een zelflimiterend koortssyndroom, longontsteking, endocarditis en hepatitis. De diagnostiek berust op het aantonen van een immuunrespons tegen Coxiella burnetii. Een viervoudige titerstijging in sera afgenomen met een tussenpoos van 2 tot 4 weken is diagnostisch voor een acute infectie. De PCR op sputum heeft toegevoegde waarde ten opzichte van de serologie in het zeer acute stadium van de ziekte (< 3 weken ziekteduur). De serologie kan dan nog negatief zijn. Daarnaast is een PCR bepaling op EDTA plasma en/of weefsel zinvol voor het aantonen van een chronische infectie met Q-koorts. Een PCR bepaling dient altijd in combinatie met serologie uitgevoerd te worden. 

 

Bepaling 

Coxiella burnetii specifiek nucleïnezuur (QF PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute of chronische infectie met Coxiella burnetii 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal, serum, EDTA, biopt 

 

Benodigd volume  

Respiratoir materiaal: 2ml  

EDTA, serum: 10 ml  

Biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Coxsackie B virus

Algemene informatie  

Eerstekeus diagnostiek naar Coxsackie B virus infecties is door middel van PCR of faeces, EDTA-plasma, blaasjesvocht, liquor of ander materiaal (zie Entrovirus). De serologie (neutralisatie) is met name bruikbaar voor het stellen van een diagnose achteraf. Deze diagnostiek is het meest zinvol op gepaarde sera. De aanwezigheid van Coxsackie B antistoffen in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte infectie. Een viervoudige titerstijging van het convalescente serum ten opzichte van het acute-fase-serum, afgenomen met een tussenpoos van 2 tot 4 weken, wordt als bewijzend beschouwd voor een recente of actuele infectie. 

 

Bepaling 

Neutraliserende antistoffen tegen Coxsackie B virus type 1 t/m 6 

 

Techniek 

Neutralisatie op BGM cellen 

 

Indicatie  

Aantonen van neutraliserende antistoffen tegen Coxsackie B virus type 1 t/m 6 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Wanneer u een enkelvoudig serum instuurt wachten wij 3 weken op vervolgserum voordat we de test uitvoeren. Wanneer we gepaard serum ontvangen wordt de neutralisatie assay bij de eerstvolgende mogelijkheid bepaald. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Creutzfeldt-Jacob ziekte (variant)

Algemene informatie  

De diagnose CJD of vCJD wordt doorgaans gesteld door een combinatie van verschillende vormen van diagnostiek toe te passen zoals EEG, MRI, neuropathologisch onderzoek en 14-3-3 eiwit analyse. Dit eiwit is een marker voor hersenweefseldestructie en komt niet voor in gezond hersenweefsel. De 14-3-3 bepaling heeft een hoge sensitiviteit en een goede specificiteit voor CJD diagnostiek. Het eiwit kan echter ook worden aangetroffen bij patiënten met een encephalitis of recent infarct. Het wordt dan ook aanbevolen om een breder eiwitspectrum te testen dat behoudens 14-3-3, tevens totaal tau, gefosoryleerd tau181, amyloid beta42, neuron specifieke enolase en S-100b omvat om de specificiteit van het laboratorium onderzoek te vergroten. Een aanvraag voor diagnostiek naar CJD of vCJD moet altijd voorafgaand aan afname van het lichaamsmateriaal worden overlegd met de dienstdoende arts-microbioloog omdat voor prionziekte specifieke infectiepreventiemaatregelen moeten worden genomen. Deze maatregelen treffen zowel de afname van het materiaal, het transport naar de laboratoria, als de verwerking van het materiaal op de diverse laboratoria in het referentielaboratorium. 

 

Bepaling 

Eiwit spectrum 

 

Techniek 

Immunoblot 

 

Indicatie  

Diagnose vCJD / CJD 

 

Materiaal  

Liquor : standaard polystyreen liquor buis polypropyleenbuis voor 14-3-3 bepaling; voor uitgebreid eiwitspectrum de polypropyleenbuis inzenden 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

In overleg  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Het materiaal dient dubbel verpakt te worden bij transport en verzending. Dit is een verzendbepaling naar het St. Radboud in Nijmegen 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cryptococcen, Antigeentest

Algemene informatie  

Cryptococcenmeningitits komt voor bij immuun gecompromitteerde patiënten. Met name bij HIV-patiënten kan deze gistinfectie voorkomen. 

 

Bepaling 

Cryptococcen antigeentest uit liquor of serum 

 

Techniek 

Latex antigeentest op polysaccharide antigenen 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Cryptococcen meningitis 

 

Materiaal  

liquor of serum 

 

Gewenst volume 

liquor minstens 5 ml, serum 10 ml 

 

Benodigd volume  

liquor 1 ml, serum 1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Twice a week 

Cytomegalovirus (CMV), CMV-GWC

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

Index specifieke CMV antistofproductie (CMV-GWC) 

 

Techniek 

ELISA CMV-IgG \ Enzygnost, Siemens Indexserologie 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in oogvocht of liquor voor het aantonen van een CMV infectie van het oog of CZS 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta), oogvocht of liquor 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

Serum 20 µl; oogvocht of liquor 20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio \ positief >= 3; negatief < 3 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWCs tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor mogelijke lekkage. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cytomegalovirus (CMV), CMV specifiek DNA

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

CMV specifiek DNA (CMV-PCR kwalitatief / kwantitatief) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek CMV virus DNA 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, vruchtwater, urine, oogvocht, biopt 

 

Benodigd volume  

  • EDTA: 10 ml; liquor, vruchtwater, urine: 1-2 ml;  
  • oogvocht: > 50 µl; alle resp. materialen: 2 ml; biopt: 2 mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

  • EDTA, liquor, vruchtwater, urine, oogvocht: IU/ml (kwantitatief).  
  • Uitslagen > 100 IU/ml worden als waarde gerapporteerd.  
  • Uitslagen < 100 IU/mL worden weergegeven als ondetecteerbaar of als < 100/pos. Overige materialen: positief, negatief (kwalitatief) 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cytomegalovirus (CMV), CMV-AI

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

Aviditeit van IgG antistoffen tegen CMV (CMV-AI) 

 

Techniek 

CLIA Diasorin Liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo CMV infectie korter dan 3 maanden, of langer dan 3 maanden geleden. 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

350 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 werkdagen 

 

Resultaat  

Ratio 

 

Opmerkingen 

Een ratio < 0.4 is passend bij een CMV infectie van minder dan 3 maanden terug. Een ratio > 0.65 is passend bij een CMV infectie van meer dan 3 maanden geleden. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cytomegalovirus (CVM), IgM

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

IgM 

 

Techniek 

Verzendbepaling MLS Curaçao 

 

Indicatie  

Aantonen van een (doorgemaakte) CMV infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

160 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief >= 1,1; grens 0,9 – < 1,1; negatief < 0,9 

 

Opmerkingen 

Standaard screeningsbepaling voor CMV-IgM. Wordt alleen samen met CMV IgG bepaling uitgevoerd. Verzendbepaling MLS Curaçao. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cytomegalovirus (CVM), IgG

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

IgG 

 

Techniek 

CLIA Diasorin Liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte CMV infectie (immuun status) 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

160 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Titer (AU) \ positief >= 1,1; grens 0,9 – < 1,1; negatief < 0,9 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling MLS Curaçao 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cyclospora

Algemene informatie  

Cyclospora is een coccidiën-soort die langdurige diarree kan veroorzaken. Cyclospora komt vooral voor bij personen en reizigers in tropische gebieden. Ook in gematigde gebieden kunnen er epidemiën voorkomen. 

 

Bepaling 

PCR bepaling van Giardia lamblia, Dientamoeba fragilis, Entamoeba histolytica, Blastocystis hominis en Cryptosporidiën, Cyclospora, SSCYE, noro, rotavirus. 

 

Techniek 

Nested real-time PCR 

 

Indicatie  

Parasitaire gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecalswab met groene dop 

 

Benodigd volume  

Fecalswab 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

PCR positief/negatief voor desbetreffende parasieten, bacteriën en virussen 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cryptosporidium, Parasitaire/ virale/ bacteriële gastro-enteritis

Algemene informatie  

Verwekkers van parasitaire gastro-enteritis. Hierbij wordt (PCR) verricht op meerdere pathogenen. 

 

Bepaling 

PCR bepaling van Giardia lamblia, Dientamoeba fragilis, Entamoeba histolytica, Blastocystis hominis en Cryptosporidiën, SSCYE, noro, rotavirus. 

 

Techniek 

Nested real-time PCR 

 

Indicatie  

Parasitaire gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecalswab met groene dop 

 

Benodigd volume  

Fecalswab 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

PCR positief/negatief voor desbetreffende parasieten, bacteriën en virussen 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling MLS Curaçao. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cryptococcen, Oost-Indische inktpreparaat en kweek

Algemene informatie  

Cryptococcenmeningitits komt voor bij immuun gecompromitteerde patiënten. Met name bij HIV-patiënten kan deze gistinfectie voorkomen. 

 

Bepaling 

Oost-Indische inktpreparaat en kweek 

 

Techniek 

Kleuring met behulp van Oost-Indische inkt en kweek op sabouraud 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Cryptococcen meningitis 

 

Materiaal  

Liquor 

 

Gewenst volume  

Liquor 5 ml 

 

Benodigd volume  

Liquor 0,5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Cytomegalovirus (CMV), CMV genotypische resistentie analyse

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar cytomegalovirus (CMV) infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar. Het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente CMV infectie (primo – infectie) worden bepaald: CMV-IgM, CMV-IgG in serum. Indien de IgM positief is wordt door het laboratorium de aviditeitstest voor CMV-IgG worden aangevraagd. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van CMV-IgG. Een CMV re-activatie bij immuun gecompromitteerde personen wordt aangetoond door het bepalen van een CMV-virale load in EDTA (CMV-PCR kwantitatief), of in het geval van een CMV pneumonie of CMV colitis in BAL of darmbiopten. Voor het aantonen van een CMV ziekte van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie (Indexserologie) in die compartimenten tezamen met de CMV-PCR bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale CMV infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een CMV-PCR bepaling in urine afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. Alternatieve methoden zijn CMV-PCR van een keelwat afgenomen direct na geboorte, of CMV-PCR uitgevoerd op een hielprikkaartje (minder sensitief dan urine) of een CMV-PCR uitgevoerd op vruchtwater. Beduidend minder sensitief maar wel specifiek is IgM onderzoek bij het kind in serum afgenomen binnen 20 dagen na de geboorte. 

 

Bepaling 

CMV genotypische resistentie analyse 

 

Techniek 

Sequentie analyse op het UL54 (DNA polymerase) gen en het UL97 (proteïne kinase) gen 

 

Indicatie  

Aantonen van resistentie van het cytomegalovirus tegen antivirale medicatie 

 

Materiaal  

EDTA-bloed. Externe inzenders: EDTA-plasma op droogijs 

 

Benodigd volume  

10 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Mutatiepatroon van UL54 en UL97 ten opzichte van een CMV referentiestam (AD169) inclusief interpretatie van gevoeligheid voor antivirale medicatie 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt zowel het UL54 als het UL97 gen geanalyseerd. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Denguevirus, IgG en IgM antistoffen

Algemene informatie  

Dengue fever, wordt veroorzaakt door een flavivirus en overgedragen door muggenbeten. Er bestaan 4 verschillende Dengue virussen – Den 1 t/m 4 – die genetisch nauw verwant zijn, maar serologisch weinig tot geen kruisbescherming geven. Een mens kan dus in zijn leven met verschillende dengue virussen besmet raken. Een ongecompliceerde dengue infectie – ook knokkelkoorts genoemd – manifesteert zich met acuut optredende hoge koorts, spier-, bot- en gewrichtspijn, retro-orbitale pijn en exantheem. Vaak gaat het gepaard met leukopenie en trombopenie. In ernstige gevallen kan er sprake zijn van dengue hemorrhagische koorts en dengue shock syndroom. De incubatietijd voor denguevirus is 2 tot 15 dagen. De diagnose Dengue wordt gesteld door het aantonen van het Dengue NS1 antigeen en/of specifieke IgM antistoffen in het serum van de patiënt. Serum dat vroeg in de infectie is afgenomen (1e week van symptomen) kan nog IgM negatief zijn. Op dat moment zijn NS1 antigenen detecteerbaar. Vanwege de grote serologische kruisreactiviteit tussen de verschillende flavivirussen wordt het aanbevolen een vervolgserum in te sturen om een titerstijging aan te tonen. 

 

Bepaling 

IgG en IgM antistoffen tegen denguevirus 

 

Techniek 

Enzyme Linked Immuno Sorbent Assay (ELISA) 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) denguevirus infectie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

4 dagen 

 

Resultaat  

U/ml \ Positief > 11; grenswaarde 9 – <= 11; negatief < 9 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar Streeklaboratorium Tilburg 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Denguevirus, NS1 Antigeen

Algemene informatie  

Dengue fever, wordt veroorzaakt door een flavivirus en overgedragen door muggenbeten. Er bestaan 4 verschillende Dengue virussen – Den 1 t/m 4 – die genetisch nauw verwant zijn, maar serologisch weinig tot geen kruisbescherming geven. Een mens kan dus in zijn leven met verschillende dengue virussen besmet raken. Een ongecompliceerde dengue infectie – ook knokkelkoorts genoemd – manifesteert zich met acuut optredende hoge koorts, spier-, bot- en gewrichtspijn, retro-orbitale pijn en exantheem. Vaak gaat het gepaard met leukopenie en trombopenie. In ernstige gevallen kan er sprake zijn van dengue hemorrhagische koorts en dengue shock syndroom. De incubatietijd voor denguevirus is 2 tot 15 dagen. De diagnose Dengue wordt gesteld door het aantonen van het Dengue NS1 antigeen en/of specifieke IgM antistoffen in het serum van de patiënt. Serum dat vroeg in de infectie is afgenomen (1e week van symptomen) kan nog IgM negatief zijn. Op dat moment zijn NS1 antigenen detecteerbaar. Vanwege de grote serologische kruisreactiviteit tussen de verschillende flavivirussen wordt het aanbevolen een vervolgserum in te sturen om een titerstijging aan te tonen. 

 

Bepaling 

NS1 Antigeen Denguevirus 

 

Techniek 

Immuunchromatografische Test (ICT) 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) denguevirus infectie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 uren 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Dermatophyten

Algemene informatie  

Dermatophyten zijn schimmels die infecties veroorzaken aan nagels, haren en de huid. 

 

Bepaling 

Kweek 

 

Techniek 

Kweek op media en identificatie 

 

Indicatie  

Verdenking op infectie met dermatophyten 

 

Materiaal  

Huid, haren of nagels 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Dientamoeba fragilis (Parasitaire / virale/ bacteriële gastro-enteritis)

Algemene informatie  

Verwekkers van parasitaire gastro-enteritis. Hierbij wordt een polymerase-kettingreactie (PCR) verricht op de volgende pathogenen: Giardia lamblia, Dientamoeba fragilis, Entamoeba histolytica, Blastocystis hominis en Cryptosporidiën, SSCYE, Clostridium, RotaV, NoroV, AdenoV. 

 

Bepaling 

PCR bepaling 

 

Techniek 

Nested real-time PCR 

 

Indicatie  

Parasitaire gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecalswab (groene dop) 

 

Benodigd volume  

5 gram 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

PCR positief/negatief voor desbetreffende parasieten. 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Denguevirus, IgG en IgM antistoffen

Algemene informatie  

De mens kan cysteuze echinokokkose oplopen door het opeten van eieren van de hondenlintworm. De blaaswormen van E. granulosus veroorzaken problemen afhankelijk van de grootte en plaats van de blaas en de groeisnelheid (ongeveer 1 cm in diameter per jaar). Problemen ontstaan vooral wanneer er een blaas in het weefsel van de long of lever barst. Een mogelijke complicatie is dan anafylactische shock, een zeer heftige allergische reactie. Een dergelijke reactie kán optreden wanneer iemand geopereerd wordt en er dan per ongeluk een blaasworm gevonden en beschadigd wordt. 

 

Bepaling 

Echinococcus granulosis & multilocularis IgG 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

Serum, liquor 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar RIVM 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Echinococcus, Echinococcus granulosis & multilocularis PCR

Algemene informatie  

De mens kan cysteuze echinokokkose oplopen door het opeten van eieren van de hondenlintworm. De blaaswormen van E. granulosus veroorzaken problemen afhankelijk van de grootte en plaats van de blaas en de groeisnelheid (ongeveer 1 cm in diameter per jaar). Problemen ontstaan vooral wanneer er een blaas in het weefsel van de long of lever barst. Een mogelijke complicatie is dan anafylactische shock, een zeer heftige allergische reactie. Een dergelijke reactie kán optreden wanneer iemand geopereerd wordt en er dan per ongeluk een blaasworm gevonden en beschadigd wordt. 

 

Bepaling 

Echinococcus granulosis & multilocularis PCR 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Diagnostische verdenking 

 

Materiaal  

Cystevloeistof 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar RIVM 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Ehrlichia

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Ehrlichia IgG/IgM 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Diagnostische verdenking 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar RIVM 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Entamoeba histolytica

Algemene informatie  

Entamoeba histolytica is een parasitaire amoebe met in principe een wereldwijde verspreiding maar vooral voorkomt inde (sub)tropische gebieden. Infecties met E. histolytica kunnen asymptomatisch verlopen maar kan ook een colitis met bloederige diarrhee (amoebendysenterie) veroorzaken. Er zijn verschillende methodes om de parasiet in de ontlasting aan te kunnen tonen. Hier verrichten we een PCR. Deze test wordt verricht op feces. Voor eventuele serologie wordt serum doorgestuurd, zie hieronder. 

 

Bepaling 

Entamoeba histolytica IgG 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Materiaal voor deze bepaling wordt naar het RIVM gestuurd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Enterobius vermicularis

Algemene informatie  

Enterobius vermicularis wordt ook wel aarsmade of oxyuren genoemd. Deze parasitaire infectie komt regelmatig voor bij vooral kinderen. De rondworm veroorzaakt jeuk op de perianale huid wanneer de vrouwtjes hun eieren daar afzetten. 

 

Bepaling 

Enterobius vermicularis 

 

Techniek 

Microscopie met plakband preparaat 

 

Indicatie  

Indicatie Jeuk rondom anus 

 

Materiaal  

M.b.v. doorzichtig plakband een afdruk maken van de huid rond de anus. Vervolgens Plakband op objectglaasje plakken 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Enterobius vermicularis positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Altijd doorzichtig plakband gebruiken 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Enterovirus, Entero-PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een enterovirus infectie berust voor alles op het aantonen van specifiek enterovirus-RNA middels een PCR-bepaling in EDTA-plasma, liquor, blaasjes of ander materiaal. De PCR bepaling is de meeste gevoelige en specifieke methode om een enterovirusinfectie aan te tonen. Serologie naar een recente enterovirusinfectie is mogelijk, maar is alleen zinvol van gepaarde sera, waarbij het eerste serum bij voorkeur afgenomen is binnen één week na de eerste ziektedag en het tweede serum minimaal 14 dagen later. De serologie is met name bruikbaar voor het stellen van een diagnose achteraf. 

 

Bepaling 

Enterovirus specifiek RNA (Entero-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve enterovirus infectie 

 

Materiaal  

EDTA, serum, biopt, faeces, liquor, oogwat, kweekmat. 

 

Benodigd volume  

  • EDTA en serum: 10 ml; liquor, oogwat, kweekmat. : 1-2 ml;  
  • Faeces: 1 gr; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Maandag t/m vrijdag  

 

Uitslag bekend 

1 werkdag na inzetten 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De enterovirus PCR wordt altijd in combinatie uitgevoerd met de parechovirus PCR. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Enterovirus, Antistoffen

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een enterovirus infectie berust voor alles op het aantonen van specifiek enterovirus-RNA middels een PCR-bepaling in EDTA-plasma, liquor, blaasjes of ander materiaal. De PCR bepaling is de meeste gevoelige en specifieke methode om een enterovirusinfectie aan te tonen. Serologie naar een recente enterovirusinfectie is mogelijk, maar is alleen zinvol van gepaarde sera, waarbij het eerste serum bij voorkeur afgenomen is binnen één week na de eerste ziektedag en het tweede serum minimaal 14 dagen later. De serologie is met name bruikbaar voor het stellen van een diagnose achteraf. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Enterovirussen 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie (CBR) 

 

Indicatie  

Aantonen van recent doorgemaakte infectie tegen enterovirussen 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume  

2 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De CBR kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Enterovirus, Enterovirus/ parechovirus typering

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een enterovirus infectie berust voor alles op het aantonen van specifiek enterovirus-RNA middels een PCR-bepaling in EDTA-plasma, liquor, blaasjes of ander materiaal. De PCR bepaling is de meeste gevoelige en specifieke methode om een enterovirusinfectie aan te tonen. Serologie naar een recente enterovirusinfectie is mogelijk, maar is alleen zinvol van gepaarde sera, waarbij het eerste serum bij voorkeur afgenomen is binnen één week na de eerste ziektedag en het tweede serum minimaal 14 dagen later. De serologie is met name bruikbaar voor het stellen van een diagnose achteraf. 

 

Bepaling 

Enterovirus / parechovirus typering 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Gewenst volume  

Fecal swab 

 

Benodigd volume  

Fecal swab 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Materiaal wordt naar het RIVM gestuurd voor deze bepaling 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Epstein-Barr virus (EBV), EBV-PCR kwalitatief, kwantitatief

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar EBV infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar, het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente EBV infectie (primo – infectie) worden bepaald: EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG in serum. Eventueel kan iom de dienst doende viroloog ook het EBV EA IgG en de heterofiele antistoffen (Monosticon) bepaald worden. De Monosticon kan als citobepaling aangevraagd worden, maar de sensitviteit en specificiteit van de heterofiele antistoffen bepaling is lager dan de sensitiviteit en specificiteit van de specifieke EBV ELISA’s. De Monosticon wordt daarom altijd vervolg met de ELISA’s voor EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Voor het aantonen van een immuun status volstaat het bepalen van EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Een EBV reactivatie wordt aangetoond door het bepalen van een EBV viral load in EDTA of liquor. Op jonge leeftijd verloopt de infectie dikwijls asymptomatisch. Infectie in de adolescentie gaat dikwijls gepaard met een typisch mononucleosis beeld (ziekte van Pfeiffer) met malaise, koorts, lymfklierzwellingen, pharyngitis en een atypische lymfocytose in het bloedbeeld. Zeldzame complicaties zijn hematologische afwijkingen, myocarditis, miltruptuur, hepatitis en neurologische complicaties. De diagnose van een primo-infectie of een doorgemaakte infectie berust op serologie. EBV reactivaties bij immuun gecompromitteerde patiënten wordt vastgesteld met behulp van EBV DNA bepaling (PCR) in bloed of weefsel. 

 

Bepaling 

Epstein-Barr virus specifiek DNA (EBV-PCR kwalitatief / kwantitatief) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een EBV reactivatie 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, beenmerg in citraat, biopt, oogvocht 

 

Benodigd volume  

EDTA: 10 ml; liquor: 1-2 ml; beenmerg in citraat: 4 ml; oogvocht: > 50 µl; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

  • Plasma + liquor kwantitatief: IU/ml. Uitslagen > 100 IU/ml worden als waarde gerapporteerd.  
  • Uitslagen <100 IU/mL worden weergegeven als ondetecteerbaar of als <100/pos. Andere materialen kwalitatief: positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De serologie is de standaardmethode voor het aantonen van een primo-infectie of een immuun status. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Epstein-Barr virus (EBV), EBV VCA-IgG

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar EBV infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar, het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente EBV infectie (primo – infectie) worden bepaald: EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG in serum. Eventueel kan iom de dienst doende viroloog ook het EBV EA IgG en de heterofiele antistoffen (Monosticon) bepaald worden. De Monosticon kan als citobepaling aangevraagd worden, maar de sensitviteit en specificiteit van de heterofiele antistoffen bepaling is lager dan de sensitiviteit en specificiteit van de specifieke EBV ELISA’s. De Monosticon wordt daarom altijd vervolg met de ELISA’s voor EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Voor het aantonen van een immuunstatus volstaat het bepalen van EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Een EBV reactivatie wordt aangetoond door het bepalen van een EBV viral load in EDTA of liquor. Op jonge leeftijd verloopt de infectie dikwijls asymptomatisch. Infectie in de adolescentie gaat dikwijls gepaard met een typisch mononucleosis beeld (ziekte van Pfeiffer) met malaise, koorts, lymfklierzwellingen, pharyngitis en een atypische lymfocytose in het bloedbeeld. Zeldzame complicaties zijn hematologische afwijkingen, myocarditis, miltruptuur, hepatitis en neurologische complicaties. De diagnose van een primo-infectie of een doorgemaakte infectie berust op serologie. EBV reactivaties bij immuungecompromitteerde patienten wordt vastgesteld met behulp van EBV DNA bepaling (PCR) in bloed of weefsel. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen EBV Viral Capsid Antigen (EBV VCA-IgG) 

 

Techniek 

CLIA Diasorin Liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo EBV infectie of aantonen van een doorgemaakte EBV infectie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief >= 1,1; grens 0,9 – < 1,1; negatief < 0,9 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een primo-infectie in combinatie uitgevoerd met EBV VCA-IgM en EBV NA-IgG. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Epstein-Barr virus (EBV), EBV VCA-IgM

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar EBV infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar, het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente EBV infectie (primo – infectie) worden bepaald: EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG in serum. Eventueel kan iom de dienst doende viroloog ook het EBV EA IgG en de heterofiele antistoffen (Monosticon) bepaald worden. De Monosticon kan als citobepaling aangevraagd worden, maar de sensitviteit en specificiteit van de heterofiele antistoffen bepaling is lager dan de sensitiviteit en specificiteit van de specifieke EBV ELISA’s. De Monosticon wordt daarom altijd vervolg met de ELISA’s voor EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Voor het aantonen van een immuunstatus volstaat het bepalen van EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Een EBV reactivatie wordt aangetoond door het bepalen van een EBV viral load in EDTA of liquor. Op jonge leeftijd verloopt de infectie dikwijls asymptomatisch. Infectie in de adolescentie gaat dikwijls gepaard met een typisch mononucleosis beeld (ziekte van Pfeiffer) met malaise, koorts, lymfklierzwellingen, pharyngitis en een atypische lymfocytose in het bloedbeeld. Zeldzame complicaties zijn hematologische afwijkingen, myocarditis, miltruptuur, hepatitis en neurologische complicaties. De diagnose van een primo-infectie of een doorgemaakte infectie berust op serologie. EBV reactivaties bij immuungecompromitteerde patienten wordt vastgesteld met behulp van EBV DNA bepaling (PCR) in bloed of weefsel. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen EBV Viral Capsid Antigen (EBV VCA-IgM) 

 

Techniek 

CLIA Diasorin Liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo EBV infectie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief >= 1,1; grens 0,9 – < 1,1; negatief < 0,9 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een primo-infectie in combinatie uitgevoerd met EBV-VCA IgG en EBV NA-IgG 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Epstein-Barr virus (EBV), EBV NA-IgG

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar EBV infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar, het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente EBV infectie (primo – infectie) worden bepaald: EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG in serum. Eventueel kan iom de dienst doende viroloog ook het EBV EA IgG en de heterofiele antistoffen (Monosticon) bepaald worden. De Monosticon kan als citobepaling aangevraagd worden, maar de sensitviteit en specificiteit van de heterofiele antistoffen bepaling is lager dan de sensitiviteit en specificiteit van de specifieke EBV ELISA’s. De Monosticon wordt daarom altijd vervolg met de ELISA’s voor EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Voor het aantonen van een immuunstatus volstaat het bepalen van EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Een EBV reactivatie wordt aangetoond door het bepalen van een EBV viral load in EDTA of liquor. Op jonge leeftijd verloopt de infectie dikwijls asymptomatisch. Infectie in de adolescentie gaat dikwijls gepaard met een typisch mononucleosis beeld (ziekte van Pfeiffer) met malaise, koorts, lymfklierzwellingen, pharyngitis en een atypische lymfocytose in het bloedbeeld. Zeldzame complicaties zijn hematologische afwijkingen, myocarditis, miltruptuur, hepatitis en neurologische complicaties. De diagnose van een primo-infectie of een doorgemaakte infectie berust op serologie. EBV reactivaties bij immuungecompromitteerde patienten wordt vastgesteld met behulp van EBV DNA bepaling (PCR) in bloed of weefsel. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen EBV Nuclear Antigen (EBV NA -IgG) 

 

Techniek 

CLIA Diasorin Liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie, EBV NA-IgG komt pas 2 tot 3 maanden na primo-infectie op 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief >= 1,1; grens 0,9 – < 1,1; negatief < 0,9 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen/ uitsluiten van een primo-infectie in combinatie uitgevoerd met EBV VCA-IgM en EBV VCA-IgG. Voor het aantonen van een immuunstatus in combinatie uitgevoerd met de EBV-VCA IgG bepaling. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Denguevirus, IgG en IgM antistoffen

mmmm

Epstein-Barr virus (EBV), Antistoffen

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar EBV infecties zijn meerdere bepalingen beschikbaar, het is afhankelijk van de vraagstelling welke bepaling meest geschikt is. Voor het aantonen van een recente EBV infectie (primo – infectie) worden bepaald: EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG in serum. Eventueel kan iom de dienst doende viroloog ook het EBV EA IgG en de heterofiele antistoffen (Monosticon) bepaald worden. De Monosticon kan als citobepaling aangevraagd worden, maar de sensitviteit en specificiteit van de heterofiele antistoffen bepaling is lager dan de sensitiviteit en specificiteit van de specifieke EBV ELISA’s. De Monosticon wordt daarom altijd vervolg met de ELISA’s voor EBV VCA-IgM, EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Voor het aantonen van een immuunstatus volstaat het bepalen van EBV VCA-IgG en EBV NA-IgG. Een EBV reactivatie wordt aangetoond door het bepalen van een EBV viral load in EDTA of liquor. Op jonge leeftijd verloopt de infectie dikwijls asymptomatisch. Infectie in de adolescentie gaat dikwijls gepaard met een typisch mononucleosis beeld (ziekte van Pfeiffer) met malaise, koorts, lymfklierzwellingen, pharyngitis en een atypische lymfocytose in het bloedbeeld. Zeldzame complicaties zijn hematologische afwijkingen, myocarditis, miltruptuur, hepatitis en neurologische complicaties. De diagnose van een primo-infectie of een doorgemaakte infectie berust op serologie. EBV reactivaties bij immuungecompromitteerde patienten wordt vastgesteld met behulp van EBV DNA bepaling (PCR) in bloed of weefsel. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen EBV met immunoblot 

 

Techniek 

Immunoblot 

 

Indicatie  

Laboratoriumconfirmatie bij twijfel over uitslag EBV serologie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Filaria

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Filaria IgG en IgG4 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie 

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling LUMC. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog  

Francisella tularensis (tularemie)

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Francisella tularensis IgG  

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog  

Francisella tularensis (tularemie) PCR

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Francisella tularensis PCR  

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

Biopten, liquor, punctaten 

 

Benodigd volume  

Liquor: 500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief/ negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Galactomannan

Algemene informatie  

Galactomannan is een antigeen dat voorkomt op de celwand van de Aspergillus. Met behulp van de antigeenbepaling van Aspergillus, in combinatie met andere diagnostiek, kan een infectie met Aspeergillus worden aangetoond. Meer informatie vindt u bij Aspergillus. 

 

Bepaling 

– – –  

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Giardia lambia

Algemene informatie  

Giardia lamblia is een flagellaat die veelvuldig aangetroffen wordt. Vooral onder kinderen komt deze parasiet vaak voor. De Giardia lamblia komt voor in het duodenum en jejunum. De parasieten gaan aan het darmepitheel zitten waar ze beschadigingen veroorzaken. Meestal verloopt een infectie asymptomatisch. Symptomen zijn gebrekkige eetlust, afwisselende diarree en steatorroe. Er zijn verschillende methodes om de parasiet aan te tonen. In dit laboratorium verrichten we een PCR, zie ook Parasitaire gastro-enteritis. 

 

Bepaling 

– – –  

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Gonococcen, GO/ CT-PCR

Algemene informatie  

Ghonorrhoe is een bacteriele infectie die overgedragen wordt via sexueel contact of perinataal van moeder op kind. De verwekker Neisseria gonorrhoeae kan op verschillende wijzen worden aangetoond. Eerste keus diagnostiek bij de man is een PCR bepaling van een urethrauitstrijk, alternatief is een PCR bepaling ven eerstestraalsurine. Eerste keus diagnostiek bij de vrouw is een PCR bepaling van een uitstrijk van cervix en urethra. Alternatieven zijn PCR op een diepvaginale uitstrijk of een PCR bepaling op eerstestraalsurine. Bij klachten kunnen ook PCR bepaling ingezet worden van keel, proctum of conjunctiva uitstrijken. Kweek heeft een lagere sensitiviteit dan de PCR bepaling, maar is wel de methode voor het bepalen van een antibiotica resistentieprofiel. Het inzetten van een kweek met resistentiebepaling wordt geadviseerd bij aanhoudende klachten na behandeling, en bij een PID. De sensitiviteit van een kweek verminderd indien het transport van het materiaal langer wordt (> 6 uur). Indien aan een gedissimineerde infectie met Neisseria gonorrhoeae wordt gedacht (bv artritis) kan het beste weefsel of punctaat ingezet worden voor kweek en PCR bepaling. 

 

Bepaling 

Neisseria gonorrhoeae specifiek DNA (GO/CT-PCR) 

 

Techniek 

Kwalitatieve PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een actuele infectie met Neisseria gonorrhoeae 

 

Materiaal  

Eswab, oogwat, urine, sperma, keeluitstrijk, biopt, pus. Eswab of steriele (urine)container 

 

Benodigd volume  

1,5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief / negatief  

 

Opmerkingen 

Wordt altijd samen met Chlamydia trachomatis PCR uitgevoerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Gonococcen, Kweek

Algemene informatie  

Ghonorrhoe is een bacteriele infectie die overgedragen wordt via sexueel contact of perinataal van moeder op kind. De verwekker Neisseria gonorrhoeae kan op verschillende wijzen worden aangetoond. Eerste keus diagnostiek bij de man is een PCR bepaling van een urethrauitstrijk, alternatief is een PCR bepaling ven eerstestraalsurine. Eerste keus diagnostiek bij de vrouw is een PCR bepaling van een uitstrijk van cervix en urethra. Alternatieven zijn PCR op een diepvaginale uitstrijk of een PCR bepaling op eerstestraalsurine. Bij klachten kunnen ook PCR bepaling ingezet worden van keel, proctum of conjunctiva uitstrijken. Kweek heeft een lagere sensitiviteit dan de PCR bepaling, maar is wel de methode voor het bepalen van een antibiotica resistentieprofiel. Het inzetten van een kweek met resistentiebepaling wordt geadviseerd bij aanhoudende klachten na behandeling, en bij een PID. De sensitiviteit van een kweek verminderd indien het transport van het materiaal langer wordt (> 6 uur). Indien aan een gedissimineerde infectie met Neisseria gonorrhoeae wordt gedacht (bv artritis) kan het beste weefsel of punctaat ingezet worden voor kweek en PCR bepaling. 

 

Bepaling 

Kweek van Neisseria gonorrhoeae 

 

Techniek 

Kweek op groeimedia 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht van acute infectie met Neisseria gonorrhoeae 

 

Materiaal  

Urethra, cervix, keel of anuswat; gebruik hiervoor eswab 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Kweek positief/negatief voor Neisseria gonorrhoeae. Volgt na positieve PCR of bij materiaal niet ingeleverd conform specificaties van Gonococcen PCR  

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Haemolytische Streptococ groep B

Algemene informatie  

Zie ook Streptococcen groep B. 

 

Bepaling 

Kweek van haemolytische Streptococ groep B 

 

Techniek 

Kweek op groeimedia 

 

Indicatie  

Screening moeder op dragerschap haemolytische Streptococ groep B; Verdenking op een infectie bij pasgeborenen. 

 

Materiaal  

Cervix of anusuitstrijk bij moeder. Keel, neus, oor, huiduitstrijk bij pasgeborene. 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 dagen 

 

Resultaat  

GBS pos/neg 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Haemophilus ducreyi

Algemene informatie  

Ulcus molle (weke sjanker) is een acute infectieziekte van de genitalia veroorzaakt door Haemophilus ducreyi en wordt vooral in de tropen gezien. Bij vrouwen komt deze ziekte vaak asymptomatisch voor. Bij mannen vormen zich 2 a 7 dagen na de besmetting papels op de genitaliën die zeer snel pijnlijke ulcera vormen. Het is een echte zweer die bedekt is met een grijswit beslag met een dikke rode rand. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Haemophilus ducreyi 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht van ulcus molle 

 

Materiaal  

Materiaal onder rand ulcus of punctie regionale lymfklier(bubo) 

 

Benodigd volume  

1 a 2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Haemophilus ducreyi positief/negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid in Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Helicobacter pylori, IgG antistoffen

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar een infectie met Helicobacter pylori kan gebruik worden gemaakt van serologie (aantonen van IgG) of antigeendetectie in faeces. De voorkeursdiagnostiek is een 13C-ureum adem test, maar deze diagnostiek is niet beschikbaar op Bonaire of Curacao. Afwezigheid van antistoffen tegen Helicobacter pylori maakt een ulcus als gevolg van een H. pylori infectie minder waarschijnlijk. De serologie kan ook gebruikt worden voor het controleren van de eradicatie na behandeling. Een eradicatie is succesvol indien er sprake is van een viervoudige titerdaling in een serumpaar afgenomen vlak voor aanvang therapie (serum 1) en 4 – 6 maanden na aanvang therapie (serum 2). De antigeenbepaling in faeces kan gebruikt worden voor het aantonen van een actuele H. pylori infectie en als vervolgdiagnostiek voor het bepalen van de eradicatie na behandeling. De antigeen bepaling kan fout-negatief zijn bij het gebruik van antibiotica, protonpomp remmers of bismuth. Geadviseerd wordt deze middelen twee weken voorafgaand aan de faecesdiagnostiek te stoppen. Voor het bepalen van de eradicatie na behandeling moet faeces ingestuurd worden welke minimaal 3 maanden na het beëindigen van de therapie is afgenomen. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Helicobacter pylori (HP IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute of doorgemaakte infectie met Helicobacter pylori, vervolgen van effect therapie 

 

Materiaal  

Serum, EDTA, heparine 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Titer in U/ml 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Helicobacter pylori, HP-ag

Algemene informatie  

Voor de diagnostiek naar een infectie met Helicobacter pylori kan gebruik worden gemaakt van serologie (aantonen van IgG) of antigeendetectie in faeces. De voorkeursdiagnostiek is een 13C-ureum adem test, maar deze diagnostiek is niet beschikbaar op Bonaire of Curacao. Afwezigheid van antistoffen tegen Helicobacter pylori maakt een ulcus als gevolg van een H. pylori infectie minder waarschijnlijk. De serologie kan ook gebruikt worden voor het controleren van de eradicatie na behandeling. Een eradicatie is succesvol indien er sprake is van een viervoudige titerdaling in een serumpaar afgenomen vlak voor aanvang therapie (serum 1) en 4 – 6 maanden na aanvang therapie (serum 2). De antigeenbepaling in faeces kan gebruikt worden voor het aantonen van een actuele H. pylori infectie en als vervolgdiagnostiek voor het bepalen van de eradicatie na behandeling. De antigeen bepaling kan fout-negatief zijn bij het gebruik van antibiotica, protonpomp remmers of bismuth. Geadviseerd wordt deze middelen twee weken voorafgaand aan de faecesdiagnostiek te stoppen. Voor het bepalen van de eradicatie na behandeling moet faeces ingestuurd worden welke minimaal 3 maanden na het beëindigen van de therapie is afgenomen. 

 

Bepaling 

Helicobacter pylori faeces antigeen bepaling (HP-ag) 

 

Techniek 

SD Bioline 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met Helicobacter pylori, vervolgen van effect therapie 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Benodigd volume  

1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis A virus (HAV), HAV IgM

Algemene informatie  

De diagnose acute hepatitis A virus infectie berust op het aantonen van HAV-IgM in serum. Voor het aantonen van immuniteit na een doorgemaakte infectie of vaccinatie volstaat het HAV-IgT te bepalen in serum (screening). Het is mogelijk de HAV titer na vaccinatie te laten bepalen, in die gevallen wordt de HAVIgT uitgevoerd als een kwantitatieve bepaling (aangeven bij de aanvraag). De HAV PCR is geen routinediagnostiek maar kan in een enkel geval zinvol zijn. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen hepatitis A virus (HAV IgM) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay, Liaison XL, diasorin 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met hepatitis A virus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

160 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 werkdagen 

 

Resultaat  

Positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

HAV IgM is aantoonbaar vanaf de ziekteverschijnselen tot zes maanden na het ontstaan van de infectie. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis A virus (HAV), PCR

Algemene informatie  

De diagnose acute hepatitis A virus infectie berust op het aantonen van HAV-IgM in serum. Voor het aantonen van immuniteit na een doorgemaakte infectie of vaccinatie volstaat het HAV-IgT te bepalen in serum (screening). Het is mogelijk de HAV titer na vaccinatie te laten bepalen, in die gevallen wordt de HAVIgT uitgevoerd als een kwantitatieve bepaling (aangeven bij de aanvraag). De HAV PCR is geen routinediagnostiek maar kan in een enkel geval zinvol zijn. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek RNA van hepatitis A virus (HAV-PCR) 

 

Techniek 

PCR bepaling 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente, actuele infectie met hepatitis A virus. 

 

Materiaal  

EDTA, faeces 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief/ negatief 

 

Opmerkingen 

Deze bepaling is een verzendbepaling naar het RIVM. Bij het RIVM kan ook een typering van het hepatitis A virus worden uitgevoerd. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus, (HBV), HBsAG

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

Hepatitis B surface antigeen (HBsAg) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve hepatitis B virus infectie (acuut of chronisch). Materiaal serum, plasma (edta) 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Ratio\ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Een positief resultaat (1e maal) wordt door het laboratorium geconfirmeerd. Voor de aanvraag hepatitis B virus infectie wordt standaard bepaald: HBsAg in combinatie met antiHBcore. HBsAg alleen kan als spoedbepaling worden uitgevoerd (prikaccidenten) 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), anti-HBcAG

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

IgM en IgG antistoffen tegen HB core antigeen (antiHBcAg) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve of doorgemaakte HBV infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Indien positief wordt verdere diagnostiek ingezet door het laboratorium. Voor de aanvraag hepatitis B virusinfectie wordt standaard bepaald: HBsAg en antiHBcAg. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Hepatitis B virus (HBV), anti-HBs

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen hepatitis B surface antigeen (anti-HBs) 

 

Techniek 

CLIA 

 

Indicatie  

Aantonen doorgemaakte infectie of status na vaccinatie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml  

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Titer (IU/L) 

 

Opmerkingen 

Kan als spoed bepaling worden aangevraagd na overleg (prikaccidenten). 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), HBeAg

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

Hepatitis B virus E-antigeen (HBeAg) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay, Liaison Xl, Diasorin 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve hepatitis B virus infectie en voor het beoordelen van de behandelopties. 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Standaard bepalingspakket voor de vraagstelling hepatitis B virus infectie is: HBsAg en antiHBcAg. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), anti-HBe

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen hepatitis B E-antigeen (anti-HBe) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve hepatitis B virus infectie en voor het beoordelen van de behandelopties. 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), HBV resistentiebepaling

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

HBV resistentiebepaling 

 

Techniek 

Sequentieanalyse van HBV DNA 

 

Indicatie  

Aantonen van mutaties in het HBV DNA welke geassocieerd zijn met resistentie tegen antivirale middelen 

 

Materiaal  

EDTA 

 

Gewenst volume 

10 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks, na overleg  

 

Uitslag bekend 

4 weken 

 

Resultaat  

Sequentie met mutatieanalyse 

 

Opmerkingen 

Voor een goede interpretatie van de resistentiegegevens is een overzicht van de gebruikte antivirale medicatie nodig. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), HBV typering

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

HBV typering 

 

Techniek 

Sequentie analyse van het HBsAg gen 

 

Indicatie  

Bepalen van het HBV genotype voor het beoordelen van met name de behandelopties 

 

Materiaal  

EDTA 

 

Gewenst volume 

10 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

4 weken 

 

Resultaat  

Genotype A tot H of mengvormen hiervan 

 

Opmerkingen 

Bepaling wordt een keer per twee weken uitgevoerd. Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatits B virus (HBV), HBV-QDNA

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

HBV virale load (HBV-QDNA) 

 

Techniek 

Cobas AmpliPrep & Cobas TaqMan, Roche 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve HBV infectie en monitoring therapie 

 

Materiaal  

EDTA / serum 

 

Gewenst volume  

10 ml 

 

Benodigd volume  

700 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Aantal IU per ml 

 

Opmerkingen 

De onder- en bovengrens van deze bepaling zijn respectievelijk 20 IU/ml en 170.000.000 IU/ml. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis B virus (HBV), antiHBc-IgM

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen hepatitis B core antigeen (antiHBc-IgM) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute hepatitis B virus infectie of een opvlamming van een chronische infectie. 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Benodigd volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 werkdagen na inzetten 

 

Resultaat  

Ratio\ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Deze bepaling is niet opgenomen in de standaard bepalingsprotocollen voor hepatitis B virus, maar kan op verzoek van de inzender uitgevoerd worden. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Hepatitis B (HBV), QHBsAG

Algemene informatie  

De serologische diagnostiek naar HBV infectie berust op meerdere parameters: HBsAg, anti-HBc, anti-HBc-IgM , HBeAg, anti-HBe en anti-HBs. Voor de screening naar acute of chronische HBV infectie wordt standaard HBsAg en anti-HBc bepaald in serum. Indien een van deze parameters positief is, wordt de diagnostiek verder uitgebreid met de andere serologische parameters naar HBV infectie: HBeAg, anti-HBe of anti-HBs. Voor het aantonen van een vaccinatietiter volstaat het anti-HBs te bepalen. Anti-HBc IgM kan op verzoek uitgevoerd worden, maar is niet standaard opgenomen in de protocollen. Anti-HBc IgM is met name verhoogd bij een acute HBV infectie, maar verhoogde titers zijn ook aantoonbaar tijdens een opvlamming van een chronische HBV infectie. Serologie is de standaard voor het aantonen van een acute of chronische HBV infectie of een vaccinatiestatus. De HBV virale load bepaling (HBV QDNA) in EDTA-plasma en de HBV-typering worden gebruikt bij het beoordelen van de behandelopties en het vervolgen van een antivirale behandeling (HBV QDNA). De kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) in serum is een maat voor de aanwezigheid van ccc-DNA en daarmee de immunologische controle bij een chronische infectie met hepatitis B. De kwantitatieve HBsAg in serum wordt vooral gebruikt om het effect van antivirale therapie (vooral peginterferon) te vervolgen, als aanvulling op de HBV virale load. Resistentie kan aangetoond worden middels een sequentieanalyse van het HBV polymerase gen: HBV resistentiebepaling. Informatie over de behandeling (middel en duur) is bij een juiste interpretatie van de sequentieanalyse gewenst. 

 

Bepaling 

Kwantitatieve HBsAg (QHBsAg) 

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

Monitoring antivirale therapie 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

IU/mL 

 

Opmerkingen 

Resultaten worden met behulp van calibrator en internationale standaard omgerekend naar IU/ml. Het resultaat van de bepaling kan een indicatie geven over het te verwachten effect van de antivirale behandeling met vooral peginterferon. Op basis van alleen de uitslag, zonder aanvullende gegevens, kan geen goede interpretatie afgegeven worden. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C virus (HCV), anti-HCV

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen HCV (anti-HCV) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay, Liaison Xl, Diasorin 

 

Indicatie  

Aantonen van een chronische of doorgemaakte infectie met HCV 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

150 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Positief resultaat bij een onbekende patiënt dient geconfirmeerd te worden met een immunoblot. Deze wordt door het laboratorium automatisch toegevoegd. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C (HCV), HCV-BLOT

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen HCV met immunoblot (HCV-BLOT) 

 

Techniek 

Immunblot / INNO-Lia HCV score van Innogenetics 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positieve HCV screenings ELISA (antiHCV) 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

Indien indeterminate wordt geadviseerd het onderzoek te herhalen of een HCV PCR bepaling aan te vragen op een nieuw monster (EDTA). Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C (HCV), HCV genotypering

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

HCV genotypering 

 

Techniek 

Versant® HCV Genotype 2.0 Assay (LiPA), Siemens Healthcare Diagnostics 

 

Indicatie  

Beoordelen behandelopties 

 

Materiaal  

EDTA, serum 

 

Gewenst volume  

10 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

HCV genotype: 1 t/m 6 of combinaties hiervan 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C virus (HCV), HCV-PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

Kwalitatief HCV specifiek RNA (HCV-PCR) 

 

Techniek 

Cobas Ampliprep & Cobas TaqMan, HCV test, Roche 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve infectie met HCV 

 

Materiaal  

EDTA, serum 

 

Gewenst volume  

10 ml 

 

Benodigd volume  

650 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De onderste detectiegrens van de kwalitatieve HCV RNA bepaling is 15 IU/ml. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Hepatitis C virus (HCV), HCV QRNA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

Kwantitatief HCV specifiek RNA (HCV QRNA) 

 

Techniek 

Cobas Ampliprep & Cobas TaqMan, HCV test, Roche 

 

Indicatie  

Beoordelen behandelindicatie en vervolgen HCV virale load onder therapie 

 

Materiaal  

EDTA, serum 

 

Gewenst volume 

10 ml 

 

Benodigd volume  

650 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

IU/ml 

 

Opmerkingen 

De onder- en bovengrens van deze bepaling zijn respectievelijk 15 IU/ml en 69.000.000 IU/ml. De ondergrens voor betrouwbare kwantificering van HCV RNA is 15 IU/ml. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C virus (HCV), IL28B SNP rs1279860 en IL28B SNP rs8099917

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

IL28B SNP rs1279860 en IL28B SNP rs8099917 

 

Techniek 

RT-PCR op LC480 

 

Indicatie  

Deze voorspeller van de respons op behandeling bij patiënten met HCV kan helpen bij de besluitvorming rond starten en stoppen van therapie 

 

Materiaal  

Volbloed (EDTA) 

 

Gewenst volume 

10 ml 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

IL28B SNP rs1279860 → CC of CT of TT; IL28B SNP rs8099917 → GG of GT of TT 

 

Opmerkingen 

Deze SNP’s worden een keer per drie weken bepaald. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis C virus (HCV), HCV NS3 resistentieanalyse

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een hepatitis C virus infectie berust op het aantonen van HCV antistoffen in serum. Indien positief moet dit altijd bevestigd worden met een immunblot voor HCV antistoffen. Bij verdenking op een acute infectie kan het zinvol zijn ook HCV-RNA te bepalen, omdat de antistofrespons soms laat op komt. Een positieve HCV serologie dient vervolgd te worden met een HCV PCR bepaling. Voor de evaluatie van de behandelingsmogelijkheden wordt geadviseerd het HCV genotype, IL28B SNP en de virale load (HCV QRNA) te laten bepalen. 

 

Bepaling 

HCV NS3 resistentieanalyse 

 

Techniek 

RT-PCR, sequencing en analyse 

 

Indicatie  

Analyse van de mutaties in het NS3 protease-gen van HCV is van belang voor en tijdens therapie met proteaseremmers (simeprevir, boceprevir, telaprevir) 

 

Materiaal  

Volbloed (EDTA) 

 

Gewenst volume  

10 ml 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 maand 

 

Resultaat  

Rapport met resistentieprofiel 

 

Opmerkingen 

Na overleg met arts-microbioloog 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis D virus (HDV)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar het hepatitis delta virus (HDV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HDV in serum. HDV heeft hepatitis B virus nodig voor de replicatie en kan alleen voorkomen als co-infectie bij patiënten met een acute of chronische HBV infectie. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen hepatitis D virus (anti-HDV) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie met hepatitis D virus (deltavirus) 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio \ negatief of positief 

 

Opmerkingen 

Antistofbepaling tegen hepatitis D virus is een verzendbepaling naar het ErasmusMC Rotterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis E virus (HEV), HEV IgG/ IgM

Algemene informatie  

Hepatitis E virus (HEV) veroorzaakt een acute virale hepatitis vergelijkbaar met HAV. De diagnostiek naar een infectie met HEV berust op het aantonen van antistoffen tegen HEV in serum of plasma. Omdat in de vroege fase van de infectie, in het bijzonder bij immuungecompromitteerde personen, antistoffen niet aantoonbaar hoeven te zijn is het zinvol om daarnaast onderzoek te doen naar de aanwezigheid van HEV RNA in EDTA-plasma middels PCR.. HEV komt in Nederland voor als importziekte maar er zijn ook aanwijzingen voor een endemische vorm van Hepatitis E die kan optreden bij patiënten zonder een recente reisanamnese. Mogelijk bestaat hier een verband met HEV transmissie onder varkens. 

 

Bepaling 

HEV IgG/ IgM 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute of doorgemaakte infectie met hepatitis E virus 

 

Materiaal  

Serum/EDTA-plasma 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

U/ml \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Hepatitis E virus (HEV), PCR

Algemene informatie  

Hepatitis E virus (HEV) veroorzaakt een acute virale hepatitis vergelijkbaar met HAV. De diagnostiek naar een infectie met HEV berust op het aantonen van antistoffen tegen HEV in serum of plasma. Omdat in de vroege fase van de infectie, in het bijzonder bij immuun-gecompromitteerde personen, antistoffen niet aantoonbaar hoeven te zijn is het zinvol om daarnaast onderzoek te doen naar de aanwezigheid van HEV RNA in EDTA-plasma middels PCR.. HEV komt in Nederland voor als importziekte maar er zijn ook aanwijzingen voor een endemische vorm van Hepatitis E die kan optreden bij patiënten zonder een recente reisanamnese. Mogelijk bestaat hier een verband met HEV transmissie onder varkens. 

 

Bepaling 

Virus specifiek hepatitis E virus RNA (HEV-PCR) 

 

Techniek 

PCR bepaling 

 

Indicatie  

Verdenking van een acute infectie met hepatitis E virus 

 

Materiaal  

EDTA-plasma, serum, faeces, liquor, urine, kweekmateriaal 

 

Gewenst volume 

Serum/plasma: 10 ml; faeces: 1 gram; overige vloeistoffen: 1-2 ml 

 

Benodigd volume  

Vloeistoffen 200 µl; faeces 1 gram 

 

Inleverdag 

Dagelijks tijdens openingstijden van het laboratorium  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Sanquin Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV-IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen HSV (HSV-IgG) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie met HSV 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Er is geen onderscheid mogelijk tussen type 1 of 2. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV-GWC

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

Index specifieke HSV antistofproductie (HSV-GWC) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in oogvocht of liquor voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of CZS 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta), oogvocht of liquor 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

Serum 20 µl; oogvocht of liquor 20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio /positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWCs tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor mogelijke lekkage. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV-IgA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

IgA antistoffen tegen HSV (HSV-IgA) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo-infectie of re-activatie met HSV 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen uitgevoerd in combinatie met HSV-IgG en HSV-IgM bepaling. Er is geen onderscheid mogelijk tussen type 1 of 2. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Hepatitis B (HBV), QHBsAG

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV-DNA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

HSV-PCR (HSV-DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house. 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute HSV-1 of HSV-2 infectie. 

 

Materiaal  

– – – 

 

Gewenst volume 

Liquor, blaasjesvocht: 1-2 ml; EDTA, serum: 10 ml; oogvocht: >50 µ; biopt: 2 mm2; alle respiratoire materialen: 2 ml 

 

Benodigd volume  

Liquor: 300 µl; blaasjesvocht, EDTA-plasma en serum: 500 µl; alle respiratoire materialen: 500 µl; oogvocht: 25 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De PCR bepaling wordt standaard ingezet van materialen aangevraagd voor HSV diagnostiek. Blaasjesvocht, uitstrijken en biopten in eswab transporteren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen HSV-1 en -2. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV genotypische resistentie

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

HSV genotypische resistentie 

 

Techniek 

PCR en sequentieanalyse op UL23 en UL30 gen 

 

Indicatie  

Aantonen van resistentie van het herpes simplex virus tegen antivirale medicatie 

 

Materiaal  

EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht 

 

Gewenst volume  

EDTA-bloed 10 ml; liquor 1-2 ml, blaasjesvocht 1-2 ml; oogvocht > 50 µl 

 

Benodigd volume  

EDTA-bloed 500 µl; liquor 200 µl, blaasjesvocht 200 µl; oogvocht 25 µl 

 

Inleverdag 

Op aanvraag, in overleg met dienstdoende arts microbioloog  

 

Uitslag bekend 

1 maand 

 

Resultaat  

Mutatiepatroon van UL23 en/of UL30 ten opzichte van een HSV referentiestam inclusief interpretatie van gevoeligheid voor antivirale medicatie. 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt zowel het UL23 als het UL30 gen geanalyseerd. In overleg met de dienstdoende viroloog kan worden besloten slechts één van beide genen te analyseren. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Herpes simplex virus (HSV 1/2), HSV-IgM

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute herpes simplexvirus infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek HSV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met HSV aan te tonen en differentieert tussen type 1 (herpes labialis) en type 2 (herpes genitalis). Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte HSV infectie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM, IgA en IgG antistoffen tegen HSV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een HSV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. De serologie maakt geen verschil tussen HSV type 1 of 2. Indien dit wel gewenst is, wordt u verzocht contact op te nemen met de dienstdoende arts-microbioloog. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een HSV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen HSV (HSV-IgM) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo-infectie of re-activatie met HSV 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Maandag en woensdag 

 

Uitslag bekend 

Binnen 1 werkdag na inzetten 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen uitgevoerd in combinatie met HSV-IgG en HSV-IgA bepaling. Er is geen onderscheid mogelijk tussen type 1 of 2. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpesvirus type 6 (HHV-6)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een primo-infectie of re-activatie van humaan herpesvirus type 6 (HHV6) berust op het aantonen van specifiek virus DNA in materiaal (doorgaans EDTAplasma). Serologie is vooral geschikt voor het aantonen van een doorgemaakte infectie met HHV6: screening op HHV6-IgG antistoffen. HHV6IgM kan met dezelfde bepaling aangetoond worden, maar deze bepaling is niet voldoende gevalideerd door het ontbreken van positieve IgM controlesera. Indien deze bepaling toch gewenst is gaarne overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

HHV-6 DNA (HHV6 DNA kwalitatief / kwantitatief) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie of re-activatie met HHV6 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, vruchtwater, urine, biopt 

 

Benodigd volume  

EDTA: 10 ml; liquor, vruchtwater, urine: 1-2 ml; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

EDTA, liquor : aantal kopieën per ml; overige materialen: positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpesvirus type 7 (HHV-7)

Algemene informatie  

In welke mate humaan herpesvirus type 7 (HHV7) ziekte veroorzaakt bij de mens is nog onduidelijk. De structurele gelijkenis van HHV7 met HHV6 suggereert vergelijkbare pathologie, ondersteund door studies waarin HHV7 seroconversie en virusuitscheiding is gevonden bij een tweede episode van exanthema subitum. Daarnaast zijn gevallen gerapporteerd waarin HHV7 geassocieerd was met hepatitis en encephalitis. Maar de ziektelast is zeker niet zo evident als die bij HHV6. Diagnostiek van een acute infectie (primo of reactivatie) berust vooral op het aantonen van virusspecifieke nucleïnezuren. Seroprevalentie is hoog in gezonde volwassenen, serologie is alleen zinvol als screening. Er bestaat kruisreactiviteit in de serologie tussen HHV6 en HHV7. Indien serologie gewenst is gaarne overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

HHV-7 DNA 

 

Techniek 

Virusspecifiek HHV7 DNA middels PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie of re-activatie met HHV7 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, overig 

 

Benodigd volume  

2 ml (minimaal 200 µl) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar UMC Radboud Nijmegen. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpesvirus type 8 (HHV-8), HHV8 IgG

Algemene informatie  

Humaan herpesvirus type 8 is ontdekt in 1994 in Kaposi sarcomen. HHV8 heeft een etiologische rol in Kaposi sarcoom, primair effusie lymfoom en Morbus Castleman. Seroprevalentie wisselt per regio, in Noord Europa ligt de prevalentie rond de 5%. De diagnostiek berust op serologie voor het aantonen van een doorgemaakte infectie (alleen IgG). Indien serologisch positief kan een actieve infectie aangetoond worden middels virusspecifiek DNA (PCR) in EDTA of ander materiaal. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen HHV-8 (HHV8 IgG) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie met HHV8 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Herpesvirus type 8 (HHV-8), HHV8 QDNA

Algemene informatie  

Humaan herpesvirus type 8 is ontdekt in 1994 in Kaposi sarcomen. HHV8 heeft een etiologische rol in Kaposi sarcoom, primair effusie lymfoom en Morbus Castleman. Seroprevalentie wisselt per regio, in Noord Europa ligt de prevalentie rond de 5%. De diagnostiek berust op serologie voor het aantonen van een doorgemaakte infectie (alleen IgG). Indien serologisch positief kan een actieve infectie aangetoond worden middels virusspecifiek DNA (PCR) in EDTA of ander materiaal. 

 

Bepaling 

HHV-8 DNA (HHV8 QDNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een actieve infectie met HHV8 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, overig 

 

Benodigd volume  

2 ml (minimaal 200 µl) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

EDTA, liquor: aantal kopieën per ml. Overige materialen: positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Erasmus MC, Rotterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Histoplasma, Kweek

Algemene informatie  

Histoplasma is een schimmel die infecties kan veroorzaken aan de luchtwegen en in weefsels. Ze behoren tot de dimorfe schimmels welke systemische diepe mycose veroorzaken. 

 

Bepaling 

Kweek en identificatie van Histoplasma 

 

Techniek 

Kweek op voedingsbodem en identificatie met lactophenolpreparaat 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor histoplasmainfectie, in het buitenland geweest, ook langer geleden 

 

Materiaal  

Sputum, BAL, beenmerg, huid, leverbiopties, liquor 

 

Benodigd volume  

Sputum, BAL: 5 ml 

 

Inleverdag 

Werkdagen en zaterdag  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Histoplasma, IgG

Algemene informatie  

Histoplasma is een schimmel die infecties kan veroorzaken aan de luchtwegen en in weefsels. Ze behoren tot de dimorfe schimmels welke systemische diepe mycose veroorzaken. 

 

Bepaling 

Histoplasma IgG 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Serum, liquor 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Zie uitslag 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Canisius WIlhelmina Ziekenhuis 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, Antistof tegen HIV en viraal antigeen

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

Antistof tegen HIV en viraal antigeen 

 

Techniek 

Roche 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met HIV 

 

Materiaal  

Stolbloed, EDTA-bloed, heparinebloed 

 

Benodigd volume  

Gewenst 2 ml, minimaal 1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag, of eerder als cito diagnostiek geïndiceerd is 

 

Resultaat  

Ratio, positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Een positief resultaat dient geconfirmeerd te worden met een immuunblot. De Blot wordt door het laboratorium automatisch ingezet (verzendbepaling). 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV-Blot

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen HIV met immuunblot (HIV-Blot) 

 

Techniek 

Immunblot 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positieve HIV CLIA 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

Indien indeterminate wordt geadviseerd het onderzoek te herhalen of een HIV PCR (HIV-SRNA) bepaling aan te vragen op een nieuw monster (EDTA-bloed). Verzendbepaling bloedbank Curacao. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV-RNA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

Kwantitatief HIV specifiek RNA (HIV-RNA) 

 

Techniek 

Genexpert viral load 

 

Indicatie  

Beoordelen behandelindicatie en vervolgen HIV-1 RNA load tijdens therapie 

 

Materiaal  

EDTA-bloed, liquor. Externe inzenders: EDTA-plasma en/of liquor op droogijs 

 

Gewenst volume 

10 ml EDTA-bloed of 2 ml liquor 

 

Benodigd volume  

1050 µl EDTA-bloed of 200 µl liquor 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Kopieën/ml 

 

Opmerkingen 

De gerapporteerde onder- en bovengrens van de kwantitatieve bepaling zijn respectievelijk HIV-RNA: < 50 kopieën/ml en > 1.0 x 10e7 kopieën/ml 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV genotypische resistentie analyse

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

HIV genotypische resistentie analyse 

 

Techniek 

Sequentie analyse op het pol gen: Viroseq HIV-1 Genotyping System v2.0 van Abbott 

 

Indicatie  

Aantonen van resistentie tegen antiretrovirale medicatie en HIV-subtype bepaling 

 

Materiaal  

EDTA-bloed. Externe inzenders: EDTA-plasma op droogijs 

 

Gewenst volume 

10 ml 

 

Benodigd volume  

1 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Mutatiepatroon van Reverse Transcriptase (RT) en Protease ten opzichte van subtype B referentiestam inclusief interpretatie van gevoeligheid voor RT-en proteaseremmers; HIV-subtypering 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt HIV genotypische resistentie analyse verricht op het pol gen dat reverse transcriptase en protease bevat. Resistentie analyse is in overleg met de dienstdoende viroloog ook mogelijk voor de volgende genen middels in-house sequentie analyse, mits ook een baseline monster wordt ingezonden:   – Gag resistentie tegen protease remmers   – Integrase resistentie tegen integrase remmers   – Envelop gP 41: resistentie tegen de fusieremmer enfuvirtide   – V3: resistentie tegen CCR5-remmers Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV tropisme

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

HIV tropisme 

 

Techniek 

MT-2 assay. In house fenotypische bepaling die wordt verricht in research setting. 

 

Indicatie  

Bepalen co-receptor tropisme HIV-1 bij virale load  > 1000 km/ml 

 

Materiaal  

Heparine volbloed op kamertemperatuur. Materiaal moet <24h na afname verwerkt worden. 

 

Benodigd volume  

Gewenst 20 ml, minimaal 10 ml 

 

Inleverdag 

Maandag en woensdag. Externe inzenders: materiaal moet dinsdag of donderdag voor 11.00h op het virologisch laboratorium aanwezig zijn. 

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

SI = tropisme, NSI = niet determineerbaar 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV tropisme (DNA)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

HIV tropisme (DNA) 

 

Techniek 

Tropgene DNA, Sequentie analyse V3 gedeelte van het virale env gen. Deze test wordt deels in research setting verricht. 

 

Indicatie  

Co-receptor tropisme HIV-1 bij virale load <500 kp/ml 

 

Materiaal  

Heparine volbloed op kamertemperatuur. Materiaal moet <24h na afname verwerkt worden. 

 

Benodigd volume  

20 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Voorspelling tropisme (R5, X4) middels interpretatie van de sequentie met behulp van het interpretatie programma Geno2Pheno. 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HIV, HIV tropisme (RNA)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een infectie met humaan immuundeficiëntie virus (HIV) berust op het aantonen van antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 en het aantonen van het virale p24 antigeen in humaan serum middels de AxSYM combo-test. Door de combinatie van antigen en antistofdetectie is de combotest zeer gevoelig en benadert de test bij een acute infectie de windowfase voor het aantonen van viraal RNA middels PCR. Indien de combo-test positief is, wordt ook de VIDAS HIV DUO Ultra, een Enzyme Linked Fluorescent Assay uitgevoerd. Ook deze test toont zowel antistoffen tegen HIV-1 en/of HIV-2 als het virale p24 antigeen in humaan serum aan. Beide assays worden altijd bevestigd middels een HIV-immuunblot voordat de diagnose infectie met HIV-1 en/of HIV-2 wordt gesteld. De HIV-RNA (viral load) bepaling wordt gebruikt bij de indicatiestelling voor het starten van antivirale therapie en om de effectiviteit van deze therapie te monitoren. Genotypische resistentiebepalingen worden verricht om de gevoeligheid van HIV voor verschillende antivirale middelen te bepalen. HIV-tropisme testen geven informatie over de chemokine co-receptoren die HIV gebruikt om CD4-positieve humane cellen te infecteren. In het begin van de infectie is dit voornamelijk de CCR5-receptor. Bij ziekteprogressie stapt het virus veelal over op de CXCR4-receptor. Antivirale middelen die de CCR5-receptor blokkeren kunnen worden gebruikt bij de behandeling van patiënten die drager zijn van CCR5-troop virus. 

 

Bepaling 

HIV tropisme (RNA) 

 

Techniek 

Tropgene RNA, Sequentie analyse V3 gedeelte van het virale env gen. 

 

Indicatievoorspelling  

Co-receptor tropisme HIV-1 bij virale load > 500 kp/ml. 

 

Materiaal  

EDTA-bloed. Externe inzenders: EDTA-plasma op droogijs 

 

Benodigd volume  

Gewenst 10 ml, minimaal 5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Voorspelling tropisme (R5, X4) middels interpretatie van de sequentie met behulp van het interpretatie programma Geno2Pheno. 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HMPV/ Humaan metapneumovirus

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een HMPV infectie berust op het direct aantonen van HMPV in respiratoir materiaal. De standaard bepaling hiervoor is de PCR-bepaling. Er zijn in de routine geen serologische of directe antigeentesten beschikbaar voor het aantonen van een HMPV infectie. 

 

Bepaling 

Humaan meta-pneumovirus specifiek RNA (HMPV-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met HMPV 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HPV/ Humaan Papillomavirus, HPV DNA

Algemene informatie  

Het humaan papilloma virus (HPV) kan abnormale celgroei van huid en slijmvliezen teweegbrengen en staat bekend als o.a. verwekker van wratten en baarmoederhalskanker. Sommige typen worden gezien als een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Er zijn meer dan 100 verschillende HPV genotypen. Enkele HPV types staan bekend als “hoog risico” types omdat infecties met deze types het meest worden aangetroffen bij een maligniteit. Zo behoren de types 16 en 18 tot “hoog risico” types, die geassocieerd zijn met baarmoederhalskanker. Samen zijn ze verantwoordelijk voor meer dan 70% van de gevallen met baarmoederhalskanker. Daarnaast zijn er ook andere “hoog risico” types welke geassocieerd zijn met deze maligniteit, zoals de types 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52, 56, 58, 59, 66, en 68. Baarmoederhalskanker zonder HPV infectie wordt eigenlijk niet aangetroffen. Met de onderstaande PCR worden deze 14 “high risk” types aangetoond. Detectie en typering uitgevoerd in het kader van screening geeft informatie over het risico op ontwikkeling van maligniteit, nog voordat er een laesie bestaat. 

 

Bepaling 

HPV DNA 

 

Techniek 

Kwalitatieve PCR 

 

Indicatie  

Screening op high risk types HPV 

 

Materiaal  

Cervixuitstrijk in thinprep medium 

 

Benodigd volume  

3 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief of negatief op type 16, 18 en andere hoog-risico types 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HPV/ Humaan Papillomavirus, HPV DNA typering genitale/ papillomateuze type

Algemene informatie  

Het humaan papilloma virus (HPV) kan abnormale celgroei van huid en slijmvliezen teweegbrengen en staat bekend als o.a. verwekker van wratten en baarmoederhalskanker. Sommige typen worden gezien als een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Er zijn meer dan 100 verschillende HPV genotypen. Enkele HPV types staan bekend als “hoog risico” types omdat infecties met deze types het meest worden aangetroffen bij een maligniteit. Zo behoren de types 16 en 18 tot “hoog risico” types, die geassocieerd zijn met baarmoederhalskanker. Samen zijn ze verantwoordelijk voor meer dan 70% van de gevallen met baarmoederhalskanker. Daarnaast zijn er ook andere “hoog risico” types welke geassocieerd zijn met deze maligniteit, zoals de types 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52, 56, 58, 59, 66, en 68. Baarmoederhalskanker zonder HPV infectie wordt eigenlijk niet aangetroffen. Met de onderstaande PCR worden deze 14 “high risk” types aangetoond. Detectie en typering uitgevoerd in het kader van screening geeft informatie over het risico op ontwikkeling van maligniteit, nog voordat er een laesie bestaat. 

 

Bepaling 

HPV DNA typering genitale / papillomateuze type 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Biopt, genitaalwat 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

NVT 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het UMC St. Radboud in Nijmegen 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

HTLV 1/2

Algemene informatie  

HTLV-1 en HTLV-2 zijn retrovirussen met een specifieke verspreiding over de wereld. HTLV-1 komt met name voor in zuid Japan, het caraïbisch gebied, delen van sub-Saharisch Afrika en in Centraal- en Zuid-Amerika. HTLV-2 komt met name voor onder amerikaanse indianenstammen en onder de pygmeeen in Afrika. In Europa is de seroprevalentie minder dan 1% voor HTLV-1 en HTLV-2, maar kan veel hoger zijn in bepaalde risicogroepen zoals intraveneus drugs gebruikers. HTLV-1 is geassocieerd met twee klinische beelden: adult T-cel leukemie en HTLV-1 geassocieerde myelopathie/ tropische spastische parese (HAM/TSP). HTLV-2 is niet geassocieerd met maligniteiten en in zeldzame gevallen met een neurologisch beeld dat vergelijkbaar is met HAM/TSP. Het aantonen van antistoffen tegen HTLV in serum is de eerste keus diagnostiek voor het aantonen van een HTLV infectie. Positieve sera worden door het laboratorium naar een referentielaboratorium gestuurd voor confirmatie. 

 

Bepaling 

IgTotaal antistoffen tegen HTLV (anti-HTLV1/2) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van HTLV antistoffen 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Een positieve bepaling wordt geconfirmeerd middels een immunoblot in een referentiecentrum. Verzendbepaling naar UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Influenzavirus, PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een influenzavirus infectie berust op het direct aantonen van influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een influenzavirus infectie. Serologie ten tijde van een recente influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties voor het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De influenza serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Influenza specifiek RNA (influenza-PCR) 

 

Techniek 

Biomerieux biofire respiratoir panel. Nested PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met influenzavirus type A of B 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal (steriele container of eswab nasopharynx) 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief  

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Influenzavirus, IgA, IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een influenzavirus infectie berust op het direct aantonen van influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een influenzavirus infectie. Serologie ten tijde van een recente influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties voor het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De influenza serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Influenza antistoffen (immuunfluorescentie IgA, IgG) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie of vaccinatie met influenza virus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie uitgevoerd, kan indicatief zijn in een 1 punts serum, maar doorgaans is een tweede serum nodig 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Influenzavirus, influenza-CBR, IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een influenzavirus infectie berust op het direct aantonen van influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een influenzavirus infectie. Serologie ten tijde van een recente influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties voor het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De influenza serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Influenzavirus antistoffen (influenza-CBR, IgG) 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie (CBR) 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met influenzavirus 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De CBR kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Influenzavirus, Influenza resistentie (Oseltamivir)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een influenzavirus infectie berust op het direct aantonen van influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een influenzavirus infectie. Serologie ten tijde van een recente influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties voor het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De influenza serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Influenza resistentie (Oseltamivir) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR / sequentieanalyse (na overleg) 

 

Indicatie  

Aantonen van resistentie tegen oseltamivir 

 

Materiaal  

Origineel materiaal of isolaat voor PCR 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Erasmus MC 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Isospora belli

Algemene informatie  

Infectie met de coccidiën soort isospora belli Loopt men op in de (sub)-tropen.Isospora belli kan aanhoudende diarree veroorzaken. Vooralimmuungecompromitteerde patiënten (AIDS) kunnen een zeer ernstige infectie krijgen. 

 

Bepaling 

Microscopie op Isospora belli 

 

Techniek 

Gemodificeerde auramine-kleuring 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Isospora belli infectie 

 

Materiaal  

Faeces aangeleverd in faeces potje 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Isospora belli positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

JC virus

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een JC virus infectie berust op het kwantitatief aantonen van viraal DNA in liquor, plasma of ander materiaal. Bepalingen van antistoffen tegen JC viruszijn in Nederland nog niet beschikbaar. Serologische screening van MS-patienten die in aanmerking komen voor tysabri wordt georganiseerd via de fabrikant van dit middel (BiogenIdec). JC virus kan reactiveren in immuungecompromitteerdepatiënten en is in die omstandigheden geassocieerd met Progressieve Multi-focaleLeuko-Encefalopathie (PML). In sporadische gevallen is JC virus ook geässocieerd met een interstitiele nefritis. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek DNA voor JC virus (JC-DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek JC virus DNA. 

 

Materiaal  

Urine, liquor, EDTA, serum 

 

Benodigd volume  

EDTA, serum: 10 ml; liquor, urine: 1-2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van JC virus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Legionella, LeP-IgM en IgG

Algemene informatie  

Legionellae kunnen gekweekt worden uit met name respiratoir materiaal.Legionellae groeien langzaam en op speciale voedingsmedia. De sensitiviteit van de kweek varieert sterk met de ernst van het ziektebeeld, kwaliteit van het materiaal en de ervaring binnen het laboratorium. Met de kweek kunnen meerdere serotypen van L. pneumophila en ook andere legionella soorten worden aangetoond. Naast de kweek is ook een PCR-bepaling op respiratoir materiaal beschikbaar voor de diagnostiek naar een legionellose. De PCR-bepaling heeft als voordeel een hogere sensitiviteit en een kortere doorlooptijd ten opzicht van de kweek. De PCR-bepaling detecteert alleen Legionella pneumophila serotype 1. De legionella antigeentest in urine is goed toepasbaar voor het aantonen van een acute legionellose veroorzaakt door L. pneumophila type 1, maar met deze bepaling worden geen infecties met andere L. pneumophila serotypen of andere legionella species aangetoond. Een deel van de legionellosen worden alleen met behulp van serologie aangetoond middels een titerstijging of seroconversie. Een antistofrespons komt vaak pas na 3 weken of nog later op (tot 3 maanden). De ELISA’s zijn gevalideerd voor Legionellapneumophila type 1 t/m 7. 

 

Bepaling 

IgM en IgG antistoffen tegen Legionella pneumophila (LeP-IgM en IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met L. pneumophila type 1 t/m 7 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

2x 50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer (U/ml) \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

De IgM en IgG worden altijd in combinatie uitgevoerd. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Legionella, LeP-PCR

Algemene informatie  

Legionellae kunnen gekweekt worden uit met name respiratoir materiaal.Legionellae groeien langzaam en op speciale voedingsmedia. De sensitiviteit van de kweek varieert sterk met de ernst van het ziektebeeld, kwaliteit van het materiaal en de ervaring binnen het laboratorium. Met de kweek kunnen meerdere serotypen van L. pneumophila en ook andere legionella soorten worden aangetoond. Naast de kweek is ook een PCR-bepaling op respiratoir materiaal beschikbaar voor de diagnostiek naar een legionellose. De PCR-bepaling heeft als voordeel een hogere sensitiviteit en een kortere doorlooptijd ten opzicht van de kweek. De PCR-bepaling detecteert alleen Legionella pneumophila serotype 1. De legionella antigeentest in urine is goed toepasbaar voor het aantonen van een acute legionellose veroorzaakt door L. pneumophila type 1, maar met deze bepaling worden geen infecties met andere L. pneumophila serotypen of andere legionella species aangetoond. Een deel van de legionellosen worden alleen met behulp van serologie aangetoond middels een titerstijging of seroconversie. Een antistofrespons komt vaak pas na 3 weken of nog later op (tot 3 maanden). De ELISA’s zijn gevalideerd voor Legionellapneumophila type 1 t/m 7. 

 

Bepaling 

Legionella specifiek DNA (LeP-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met L. pneumophila type 1 

 

Materiaal  

Alle respiratoire materialen 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leishmaniasis, PCR

Algemene informatie  

Leishmaniasis is een infectieziekte die wordt opgelopen in de tropen of subtropen. De ziekte wordt veroorzaakt door protozoa die tot het genus Leishmania behoren. Via een beet van zandvliegen worden de protozoa overgedragen. Er zijn meer dan twintig verschillende soorten Leishmaniae bekend die infectieus zijn voor mensen. De term leishmaniasis wordt gebruikt voor een groep van ziekten met veel verschillende klinische manifestaties die veroorzaakt worden door verschillendeleishamaniae. De ziektebeelden worden ingedeeld in cutane leishmaniasis, mucocutane leishmaniasis en viscerale leishmaniasis. Cutane leishmaniasis kenmerkt zich door een of meerdere huidleasies. Mucocutane leishmaniasis treedt op bij 1-5 % van de geïnfecteerden maanden tot jaren na genezing van de primaire huidlaesie. Hierbij ontstaan laesies van de slijmvliezen die kunnen resulteren in ernstige obstructies en ernstige secundaire infecties van de luchtwegen. Visceraleleishmaniasis is de meest ernstige manifestatie. Het ziektebeeld kan acuut, maar ook geleidelijk ontstaan en wordt gekenmerkt door koorts, gewichtsverlies, splenomegalie, lymfadenopathie, hepatomegalie en pancytopenie. 

 

Bepaling 

Protozoaspecifiek DNA voor Leishmania (Leishmania-PCR) 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek Leishmania DNA in biopten of bloed 

 

Materiaal  

Biopten: Beenmerg, lymfeklieren, huid en bloed; beenmergaspiraten 

 

Benodigd volume  

Minimaal 500 µl 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

NVT 

 

Resultaat  

Positief, negatief (Leishmania species) 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar RIVM Bilthoven 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leishmaniasis, Leishmania directe antigeentest

Algemene informatie  

Leishmaniasis is een infectieziekte die wordt opgelopen in de tropen of subtropen. De ziekte wordt veroorzaakt door protozoa die tot het genus Leishmania behoren. Via een beet van zandvliegen worden de protozoa overgedragen. Er zijn meer dan twintig verschillende soorten Leishmaniae bekend die infectieus zijn voor mensen. De term leishmaniasis wordt gebruikt voor een groep van ziekten met veel verschillende klinische manifestaties die veroorzaakt worden door verschillendeleishamaniae. De ziektebeelden worden ingedeeld in cutane leishmaniasis, mucocutane leishmaniasis en viscerale leishmaniasis. Cutane leishmaniasis kenmerkt zich door een of meerdere huidleasies. Mucocutane leishmaniasis treedt op bij 1-5 % van de geïnfecteerden maanden tot jaren na genezing van de primaire huidlaesie. Hierbij ontstaan laesies van de slijmvliezen die kunnen resulteren in ernstige obstructies en ernstige secundaire infecties van de luchtwegen. Visceraleleishmaniasis is de meest ernstige manifestatie. Het ziektebeeld kan acuut, maar ook geleidelijk ontstaan en wordt gekenmerkt door koorts, gewichtsverlies, splenomegalie, lymfadenopathie, hepatomegalie en pancytopenie. 

 

Bepaling 

Leishmania directe antigeentest 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie op materiaal (DAT) 

 

Indicatie  

Aantonen van specifieke antistoffen tegen Leishmania 

 

Materiaal  

Serum en/of liquor 

 

Benodigd volume  

Minimaal 500 µl 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

NVT 

 

Resultaat  

Positief, negatief (Leishmania species) 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar RIVM Bilthoven 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Leishmaniasis, Microscopisch onderzoek naar Leishmania mbv Giemsa-kleuring

Algemene informatie  

Leishmaniasis is een infectieziekte die wordt opgelopen in de tropen of subtropen. De ziekte wordt veroorzaakt door protozoa die tot het genus Leishmania behoren. Via een beet van zandvliegen worden de protozoa overgedragen. Er zijn meer dan twintig verschillende soorten Leishmaniae bekend die infectieus zijn voor mensen. De term leishmaniasis wordt gebruikt voor een groep van ziekten met veel verschillende klinische manifestaties die veroorzaakt worden door verschillendeleishamaniae. De ziektebeelden worden ingedeeld in cutane leishmaniasis, mucocutane leishmaniasis en viscerale leishmaniasis. Cutane leishmaniasis kenmerkt zich door een of meerdere huidleasies. Mucocutane leishmaniasis treedt op bij 1-5 % van de geïnfecteerden maanden tot jaren na genezing van de primaire huidlaesie. Hierbij ontstaan laesies van de slijmvliezen die kunnen resulteren in ernstige obstructies en ernstige secundaire infecties van de luchtwegen. Visceraleleishmaniasis is de meest ernstige manifestatie. Het ziektebeeld kan acuut, maar ook geleidelijk ontstaan en wordt gekenmerkt door koorts, gewichtsverlies, splenomegalie, lymfadenopathie, hepatomegalie en pancytopenie. 

 

Bepaling 

Microscopisch onderzoek naar Leishmania mbv Giemsa-kleuring 

 

Techniek 

Microscopie (Giemsa-kleuring) 

 

Indicatie  

Aantonen van Leishmania protozoa in een microscopisch preparaat 

 

Materiaal  

Biopten/puncties: huid en/of beenmerg; bloed 

 

Benodigd volume  

Minimaal 2 ml 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Positief, negatief  

 

Opmerkingen 

Inzenden materiaal uitsluitend na overleg met de dd. arts-microbioloog 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leptospira, Kweek

Algemene informatie  

Leptospirose (Ziekte van Weil, Modderkoorts, Melkerskoorts) is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose. Er bestaan diverse pathogene serovars met verschillende specifieke gastheren. Transmissie vindt plaats via de urine van de gastheer, meestal muizen, ratten en runderen. Bij de mens kenmerkt de ziekte zich door koorts, malaise, spier- en gewrichtspijnen, fotofobie. Ook icterus, lever- en nierfunctiestoornissen en meningitis komen voor. Een belangrijk deel van de infecties in Nederland is in het buitenland opgelopen en geassocieerd met contact met open water. 

 

Bepaling 

Kweek op Leptospiren 

 

Techniek 

Kweek 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met Leptospira spp. bij een ziekteduur van 10 dagen of korter 

 

Materiaal  

Heparine-volbloed/urine/liquor 

 

Benodigd volume  

3-10 ml 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Negatief/Positief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Leptospirose referentielaboratorium in Amsterdam. In het algemeen heeft een PCR bepaling voor het aantonen van Leptospira de voorkeur boven de kweek. Inzenden materiaal uitsluitend na overleg met de dd. Arts-microbioloog in verband met specifieke verzendinstructies. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leptospira, DNA

Algemene informatie  

Leptospirose (Ziekte van Weil, Modderkoorts, Melkerskoorts) is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose. Er bestaan diverse pathogene serovars met verschillende specifieke gastheren. Transmissie vindt plaats via de urine van de gastheer, meestal muizen, ratten en runderen. Bij de mens kenmerkt de ziekte zich door koorts, malaise, spier- en gewrichtspijnen, fotofobie. Ook icterus, lever- en nierfunctiestoornissen en meningitis komen voor. Een belangrijk deel van de infecties in Nederland is in het buitenland opgelopen en geassocieerd met contact met open water. 

 

Bepaling 

Leptospira DNA 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met Leptospira spp. bij een ziekteduur van 10 dagen of korter 

 

Materiaal  

EDTA volbloed (geen plasma)/serum/liquor/urine 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Negatief/Verdacht/Positief 

 

Opmerkingen 

Dit is een verzendbepaling naar het Leptospirose referentielaboratorium in Amsterdam. Inzenden materiaal na overleg met arts-microbioloog. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leptospira, Leptospirose Test

Algemene informatie  

Leptospirose (Ziekte van Weil, Modderkoorts, Melkerskoorts) is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose. Er bestaan diverse pathogene serovars met verschillende specifieke gastheren. Transmissie vindt plaats via de urine van de gastheer, meestal muizen, ratten en runderen. Bij de mens kenmerkt de ziekte zich door koorts, malaise, spier- en gewrichtspijnen, fotofobie. Ook icterus, lever- en nierfunctiestoornissen en meningitis komen voor. Een belangrijk deel van de infecties in Nederland is in het buitenland opgelopen en geassocieerd met contact met open water. 

 

Bepaling 

Leptospirose test 

 

Techniek 

Immuun chromatografische test Leptocheck-WB van Zephyr Biomedicals 

 

Indicatie  

Aantonen van specifieke antistoffen tegen leptospiren 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU. Indien materiaal positief is in de sneltest wordt materiaal ter confirmatie opgestuurd naar het Leptospirose referentielaboratorium in Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Leptospira, Microscopische Agglutinatie Test (MAT)

Algemene informatie  

Leptospirose (Ziekte van Weil, Modderkoorts, Melkerskoorts) is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose. Er bestaan diverse pathogene serovars met verschillende specifieke gastheren. Transmissie vindt plaats via de urine van de gastheer, meestal muizen, ratten en runderen. Bij de mens kenmerkt de ziekte zich door koorts, malaise, spier- en gewrichtspijnen, fotofobie. Ook icterus, lever- en nierfunctiestoornissen en meningitis komen voor. Een belangrijk deel van de infecties in Nederland is in het buitenland opgelopen en geassocieerd met contact met open water. 

 

Bepaling 

Microscopische Agglutinatie Test (MAT) 

 

Techniek 

Agglutinatie 

 

Indicatie  

Confirmatiebepaling van een positieve sneltest 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief, specifiek serovar 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Leptospirose referentielaboratorium in Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Listeria Monocytogenes

Algemene informatie  

Listeria veroorzaakt vooral infecties bij zwangere vrouwen, ouderen en immuungecompromiteerde patiënten. De patiënten kunnen een niet-specifiek griepachtig beeld ontwikkelen. De foetus kan via de placenta geïnfecteerd worden. Het gevolg kan zijn abortus of vroeggeboorte. Ook tijdens de geboorte kan het kind geïnfecteerd worden. De ziekte kan zich dan voordoen als sepsis of meningitis. Ook bij patiënten met verlaagde immuniteit uit de ziekte zich door een sepsis of meningitisbeeld. 

 

Bepaling 

Kweek van Listeria monocytogenes 

 

Techniek 

Kweek op groeimedia 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht van acute infectie met Listeria 

 

Materiaal  

Bloedkweekflesjes, Liquor, vaginawat, placenta, weefsel 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Kweek positief/negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Malaria, dikke druppel en uitstrijk

Algemene informatie  

Acute malaria infecties worden veroorzaakt door een met malaria geïnfecteerde mug, die de patiënt steekt en daarbij de malariaparasieten overbrengt in het bloed. De patiënt ontwikkelt een infectie doordat de malariaparasieten zich vermenigvuldigen in de erythrocyten, de ery’s kapot gaan, en de parasieten zich in nieuwe ery’s gaan nestelen. Tijdens de fase waarin de ery’s kapot gaan, heeft de patiënt een koortspiek. Vaak gaat het om periodieke koorts, maar soms is dit niet zo uitgesproken. Malaria tropica kan ook hersenmalaria veroorzaken waarbij de kleine bloedvaten van de hersenen verstopt raken. Patiënten raken hierdoor verward en kunnen in een coma geraken. Zie ook Borrelia Burgdorferi. 

 

Bepaling 

Dikke druppel en uitstrijk 

 

Techniek 

Microscopie (Giemsa kleuring) 

 

Indicatie  

Patiënt met koorts uit malaria endemisch gebied 

 

Materiaal  

EDTA-bloed 

 

Benodigd volume  

minimaal 2 ml 

 

Inleverdag 

Dit is een cito-bepaling en kan altijd aangevraagd worden.  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Malaria positief/negatief en soort species 

 

Opmerkingen 

Deze bepaling kan na overleg met de arts-microbioloog in voorkomende gevallen cito worden uitgevoerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Malaria, Sneltest

Algemene informatie  

Acute malaria infecties worden veroorzaakt door een met malaria geïnfecteerde mug, die de patiënt steekt en daarbij de malariaparasieten overbrengt in het bloed. De patiënt ontwikkelt een infectie doordat de malariaparasieten zich vermenigvuldigen in de erythrocyten, de ery’s kapot gaan, en de parasieten zich in nieuwe ery’s gaan nestelen. Tijdens de fase waarin de ery’s kapot gaan, heeft de patiënt een koortspiek. Vaak gaat het om periodieke koorts, maar soms is dit niet zo uitgesproken. Malaria tropica kan ook hersenmalaria veroorzaken waarbij de kleine bloedvaten van de hersenen verstopt raken. Patiënten raken hierdoor verward en kunnen in een coma geraken. Zie ook Borrelia Burgdorferi. 

 

Bepaling 

Sneltest 

 

Techniek 

Binax-now sneltest 

 

Indicatie  

Patiënt met koorts malaria endemisch gebied 

 

Materiaal  

EDTA-bloed 

 

Benodigd volume  

Minimaal 2 ml 

 

Inleverdag 

Dit is een cito-bepaling en kan altijd aangevraagd worden.  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Plasmodium positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Alleen bij de eerste aanvraag wordt de sneltest binax now uitgevoerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mazelenvirus, IgG

Algemene informatie  

De diagnose Mazelen wordt vaak al op het klinisch beeld, koorts gevolgd door een gegeneraliseerd grofvlekkig exantheem, vastgesteld. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen mazelenvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen mazelenvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen drie dagen na het ontstaan van exantheem (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Voor de screening naar de immuniteit tegen mazelenvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het virus zelf kan geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA en urine. Voor de detectie van het virus is een PCR beschikbaar. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen mazelenvirus (Mazelen-IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie of in het verleden doorgemaakte infectie met mazelenvirus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

mIU/ml 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een recente infectie uitgevoerd in combinatie met IgM bepaling. Voor immuniteitsscreening volstaat alleen IgG bepaling. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mazelenvirus, IgM

Algemene informatie  

De diagnose Mazelen wordt vaak al op het klinisch beeld, koorts gevolgd door een gegeneraliseerd grofvlekkig exantheem, vastgesteld. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen mazelenvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen mazelenvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen drie dagen na het ontstaan van exantheem (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Voor de screening naar de immuniteit tegen mazelenvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het virus zelf kan geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA en urine. Voor de detectie van het virus is een PCR beschikbaar. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen mazelenvirus (Mazelen-IgM) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met mazelenvirus 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Verzendbepaling UMCU 

 

Resultaat  

Positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie met IgG bepaling uitgevoerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Mazelenvirus, PCR

Algemene informatie  

De diagnose Mazelen wordt vaak al op het klinisch beeld, koorts gevolgd door een gegeneraliseerd grofvlekkig exantheem, vastgesteld. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen mazelenvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen mazelenvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen drie dagen na het ontstaan van exantheem (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Voor de screening naar de immuniteit tegen mazelenvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het virus zelf kan geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA en urine. Voor de detectie van het virus is een PCR beschikbaar. 

 

Bepaling 

Mazelen PCR 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal, urine, liquor, biopt, sectiemateriaal 

 

Gewenst volume 

Serum/plasma 1-2 ml; sectiemateriaal 2 mm2; liquor en blaasjesvocht 1-2 ml; respiratoir materiaal 2 ml 

 

Benodigd volume  

Serum/plasma 500 µl; liquor 300 µl; blaasjesvocht 200 µl; respiratoir materiaal 500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van mazelenvirus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Microsporidium

Algemene informatie  

Bij gezonde mensen komen infecties met microsporidia nauwelijks voor. Immuungecompromitteerde patiënten kunnen wel een infectie krijgen. Diarree is een van de symptomen. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA van Microsporidium 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van infectie met Microsporidium 

 

Materiaal  

Faeces aangeleverd in faeces potje 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Microsporidium positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het AMC in Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mazelenvirus, GWC

Algemene informatie  

De diagnose Mazelen wordt vaak al op het klinisch beeld, koorts gevolgd door een gegeneraliseerd grofvlekkig exantheem, vastgesteld. De diagnose wordt bevestigd door in het serum IgM tegen mazelenvirus, een seroconversie van IgG antistoffen of een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen mazelenvirus aan te tonen. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen drie dagen na het ontstaan van exantheem (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Voor de screening naar de immuniteit tegen mazelenvirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Het virus zelf kan geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA en urine. Voor de detectie van het virus is een PCR beschikbaar. 

 

Bepaling 

Index specifieke mazelen antistoffen (Maz-GWC) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in het oogvocht of liquor voor het aantonen van een infectie met het mazelenvirus in het oog of CZS 

 

Materiaal  

serum, plasma (edta) in combinatie met oogvocht of liquor 

 

Benodigd volume  

20 µl (zowel voor serum/plasma als oogvocht/liquor) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

ratio\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWC’s tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

MRSA, MRSA-specifieke PCR

Algemene informatie  

MRSA is een ziekenhuisbacterie waarop gescreend wordt bij contactonderzoek en risicopatiënten (buitenlands ziekenhuis, varkensboeren, enz.). Ook personeelsleden worden gescreend op MRSA. Informatie over de afname van materialen voor screening op MRSA krijgt u van de Zieknhuishygiene. MRSA = methicilline resistente Staphylococcus aureus. Deze bacterie wordt snel resistent tegen andere antibiotica. Standaard wordt bij screening eerst een PCR verricht (Screeningspcr). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de afnamelokaties. De kweek is nog steeds de gouden standaard en deze maakt ook onderscheid in positiviteit tussen de afnamelokaties 

 

Bepaling 

MRSA-specifieke PCR 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Contact met patiënt, risicopatiënt of personeel 

 

Materiaal  

Patiënten: keel-, neus-, perineum- (en wonduitstrijk, urine) dmv eswab. Personeel: keel- en neuswat dmv eswab. 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Ter controle voor correcte afname wordt er ook een bloedplaat ingezet om te zien of gebruikelijke flora van de afnameplaatsen aanwezig is. Indien er op de bloedplaten geen groei is, wordt de kweek afgekeurd en dient een nieuw correct afgenomen sample ingestuurd te worden. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

MRSA, Kweek

Algemene informatie  

MRSA is een ziekenhuisbacterie waarop gescreend wordt bij contactonderzoek en risicopatiënten (buitenlands ziekenhuis, varkensboeren, enz.). Ook personeelsleden worden gescreend op MRSA. Informatie over de afname van materialen voor screening op MRSA krijgt u van de Zieknhuishygiene. MRSA = methicilline resistente Staphylococcus aureus. Deze bacterie wordt snel resistent tegen andere antibiotica. Standaard wordt bij screening eerst een PCR verricht (Screeningspcr). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de afnamelokaties. De kweek is nog steeds de gouden standaard en deze maakt ook onderscheid in positiviteit tussen de afnamelokaties 

 

Bepaling 

Kweek 

 

Techniek 

Kweek op selectieve media en in verrijkingsmedium 

 

Indicatie  

Contact met patiënt, risicopatiënt of personeel 

 

Materiaal  

Patiënten: keel-, neus-, perineum- of wonduitstrijk dmv eswab. Personeel: keel- en neuswat dmv eswab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Wel/geen MRSA gekweekt 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Mycobacterium Tuberculosis, Kweek

Algemene informatie  

Mycobacterium tuberculosis is de veroorzaker van tuberculose (TBC). Dit is een chronische infectie van meestal de longen. De ziekte veroorzaakt koorts, hoesten, en gewichtsverlies. Door de infecties in de luchtwegen kunnen er granulomen ontstaan. Bij elkaar gegroepeerde granulomen veroorzaken tuberkels. Indien er vervolgens verkazing van de longen optreedt heeft de patiënt longtuberculose. Tuberculose kan op meerdere plekken in het lichaam voorkomen, zoals in de lymfeklieren. Met behulp van de Mantoux-test kan men bepalen of men antistoffen heeft gevormd tegen tuberculose. Wanneer de Mantoux positief is moet een longfoto genomen worden. Voor een goede diagnose moet op drie opeenvolgende dagen een sputummonster ingeleverd worden. 

 

Bepaling 

Kweek van mycobacteriën en kleuring van preparaat 

 

Techniek 

Kweek op Coletsos en in MGIT. Auramine en Ziehl-Nielsen kleuring 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor tuberculose 

 

Materiaal  

Alle materialen 

 

Benodigd volume  

Indien mogelijk 5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Mycobacterium tuberculosis positief/negatief met resistentiepatroon 

 

Opmerkingen 

Voor een goede diagnose moet op 3 opeenvolgende dagen een sputummonster ingeleverd worden. Dit is een verzendbepaling naar UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycobacterium tuberculosis, M. Tuberculose specifieke T-cel activiteit (Quantiferon)

Algemene informatie  

Mycobacterium tuberculosis is de veroorzaker van tuberculose (TBC). Dit is een chronische infectie van meestal de longen. De ziekte veroorzaakt koorts, hoesten, en gewichtsverlies. Door de infecties in de luchtwegen kunnen er granulomen ontstaan. Bij elkaar gegroepeerde granulomen veroorzaken tuberkels. Indien er vervolgens verkazing van de longen optreedt heeft de patiënt longtuberculose. Tuberculose kan op meerdere plekken in het lichaam voorkomen, zoals in de lymfeklieren. Met behulp van de Mantoux-test kan men bepalen of men antistoffen heeft gevormd tegen tuberculose. Wanneer de Mantoux positief is moet een longfoto genomen worden. Voor een goede diagnose moet op drie opeenvolgende dagen een sputummonster ingeleverd worden. 

 

Bepaling 

  1. tuberculose specifieke T-cel activiteit (Quantiferon)

 

Techniek 

Interferon gamma release assay: QuantiFERON ® – TB GOLD In-Tube / Quantiferon Plus (QFTPlus), Qiagen 

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met M. tuberculosis 

 

Materiaal  

Quantiferon afname set 

 

Benodigd volume  

Zie set 

 

Inleverdag 

Maandag  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, niet interpreteerbaar, negatief 

 

Opmerkingen 

Zie voor afname afnameinstructies Quantiferon. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycobacterium Tuberculosis, PCR MTB/RIF Assay

Algemene informatie  

Mycobacterium tuberculosis is de veroorzaker van tuberculose (TBC). Dit is een chronische infectie van meestal de longen. De ziekte veroorzaakt koorts, hoesten, en gewichtsverlies. Door de infecties in de luchtwegen kunnen er granulomen ontstaan. Bij elkaar gegroepeerde granulomen veroorzaken tuberkels. Indien er vervolgens verkazing van de longen optreedt heeft de patiënt longtuberculose. Tuberculose kan op meerdere plekken in het lichaam voorkomen, zoals in de lymfeklieren. Met behulp van de Mantoux-test kan men bepalen of men antistoffen heeft gevormd tegen tuberculose. Wanneer de Mantoux positief is moet een longfoto genomen worden. Voor een goede diagnose moet op drie opeenvolgende dagen een sputummonster ingeleverd worden. 

 

Bepaling 

PCR MTB/RIF assay 

 

Techniek 

Real-time PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor tuberculose 

 

Materiaal  

Alle materialen 

 

Benodigd volume  

800 ul 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Mycobacterium tuberculosis met rifampicine resistentie 

 

Opmerkingen 

Paraffinepreparaten en PCR atypische mycobacteriën worden verzonden naar het Meander MC. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycoplasma Pneumoniae, Myp-CBR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Mycoplasma pneumoniae infectie berust op het aantonen van M. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR en op het aantonen van antistoftiterstijging of seroconversie tegen M. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie is van ouds de standaard bepaling voor het aantonen van een M. pneumoniae infectie. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. Kweek op M. pneumoniae wordt niet uitgevoerd in de routinediagnostiek. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Mycoplasma pneumoniae (Myp-CBR) 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie (CBR) 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met M. pneumoniae 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

2 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Titer \ positief, negatief 

 

Resultaat  

Plasmodium positief/negatief 

 

Opmerkingen 

De CBR kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycobacterium Lepra, DNA

Algemene informatie  

Besmetting van de ziekte wordt overgedragen door niezen en hoesten. De ziekte is echter niet erg besmettelijk. De incubatieperiode kan enkele jaren zijn. 

 

Bepaling 

Aantonen DNA van Mycobacterium leprae 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor lepra 

 

Materiaal  

Overleg met arts-microbioloog. 

 

Benodigd volume  

Overleg met arts-microbioloog. 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het VUmc in Amsterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Microbacterium Lepra, Antistoffen

Algemene informatie  

Besmetting van de ziekte wordt overgedragen door niezen en hoesten. De ziekte is echter niet erg besmettelijk. De incubatieperiode kan enkele jaren zijn. 

 

Bepaling 

Aantonen van antistoffen tegen Mycobacterium leprae 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor lepra 

 

Materiaal  

Eén heparine- of stolbuis bloed (evt 200 µl plasma/serum) 

 

Benodigd volume  

Eén heparine- of stolbuis bloed (evt 200 µl plasma/serum) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar LUMC in Leiden 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycoplasma pneumoniae, Myp-IPA

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Mycoplasma pneumoniae infectie berust op het aantonen van M. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR en op het aantonen van antistoftiterstijging of seroconversie tegen M. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie is van ouds de standaard bepaling voor het aantonen van een M. pneumoniae infectie. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. Kweek op M. pneumoniae wordt niet uitgevoerd in de routinediagnostiek. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Mycoplasma pneumoniae (Myp-IPA) 

 

Techniek 

Agglutinatie 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met M. pneumoniae 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

100 ul 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een recente infectie uitgevoerd in combinatie met IgM bepaling. Voor immuniteitsscreening volstaat alleen IgG bepaling. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Mycoplasma pneumoniae, Myp-PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een Mycoplasma pneumoniae infectie berust op het aantonen van M. pneumoniae in respiratoir materiaal middels PCR en op het aantonen van antistoftiterstijging of seroconversie tegen M. pneumoniae in serum. Aanbevolen wordt altijd naast respiratoir materiaal ook serum in te sturen voor serologische diagnostiek. Serologie is van ouds de standaard bepaling voor het aantonen van een M. pneumoniae infectie. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. Kweek op M. pneumoniae wordt niet uitgevoerd in de routinediagnostiek. 

 

Bepaling 

Mycoplasma pneumoniae specifiek DNA (Myp-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met M. pneumoniae 

 

Materiaal  

Respiratoir materiaal 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Nocardia

Algemene informatie  

Deze actinomyceet wordt vooral bij longinfecties gevonden. Er ontstaan multipele abcessen. Vanuit deze abcessen kunnen de bacteriën zich makkelijk verspreiden naar andere delen van het lichaam. Onderhuidse abcessen, keratitis en osteomyelitis kunnen door Nocardia veroorzaakt worden. 

 

Bepaling 

Kweek van Nocardia 

 

Techniek 

Kweek op groeimedia 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht van infectie met Nocardia spp. 

 

Materiaal  

Bal, sputa, pussen, glasvocht, en andere materialen met verdenking Nocardia 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Kweek positief/negatief voor Nocardia spp. 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Norovirus

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een norovirusinfectie berust op het aantonen van viraal RNA in faeces. De PCR bepaling is de meest gevoelige methode om een infectie vast te stellen en is de standaardbepaling voor het aantonen van een norovirusinfectie. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek RNA voor norovirus (Norovirus-PCR) , onderdeel van virale/bacteriele/parasitaire gastro-enteritis pakket 

 

Techniek 

Nested PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek norovirus RNA 

 

Materiaal  

Faeces, bij voorkeur fecal swab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Voor 7:45 ingeleverd, zelfde dag, anders volgende dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van norovirus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Para-influenzavirus (HPIV), RNA (HPIV-PCR), Respiratoir pakket

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een para-influenzavirus type 1 t/m 4 infectie berust op het direct aantonen van para-influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is de standaardbepaling voor het aantonen van een para-influenzavirus infectie. Serologie naar een recente para-influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De para-influenza serologie wordt alleen uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Para-influenzavirus specifiek RNA (HPIV-PCR), Respiratoir pakket 

 

Techniek 

Nested PCR respiratoir panel 

 

Indicatie  

aantonen van een acute infectie met para-influenzavirus 

 

Materiaal  

respiratoir materiaal 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief/negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Para-influenzavirus (HPIV), CBR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een para-influenzavirus type 1 t/m 4 infectie berust op het direct aantonen van para-influenzavirus in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is de standaardbepaling voor het aantonen van een para-influenzavirus infectie. Serologie naar een recente para-influenzavirus infectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De para-influenza serologie wordt alleen uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. De serologiebepaling zit standaard opgenomen in het CBR pakket voor respiratoire verwekkers. 

 

Bepaling 

Para-influenzavirus antistoffen (Para-influenza-CBR) 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie (CBR) \ Virion-Serion 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met para-influenzavirus 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml (minimaal 300 µl) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De CBR kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Paracitaire gastro-enteritis

Algemene informatie  

Verwekkers van parasitaire gastro-enteritis. Hierbij wordt een polymerase-kettingreactie (PCR) verricht op de volgende pathogenen: Giardia lamblia, Dientamoeba fragilis, Entamoeba histolytica, Blastocystis hominis en Cryptosporidiën. Het pakket is onderdeel van het onderdeel van virale/bacteriele/parasitaire gastro-enteritis pakket. 

 

Bepaling 

PCR bepaling van Giardia lamblia, Dientamoeba fragilis, Entamoeba histolytica, Blastocystis hominis en Cryptosporidiën 

 

Techniek 

Nested PCR Biomerieux Biofire 

 

Indicatie  

Parasitaire gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Bij voorkeur Fecal swab, anders feces 

 

Benodigd volume  

5 gram 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Dagelijks 

 

Resultaat  

PCR positief/negatief voor desbetreffend micro-organisme 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Parechovirus

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een parechovirus infectie berust voor alles op het aantonen van specifiek parechovirus-RNA middels een PCR-bepaling in EDTA-plasma, liquor of ander materiaal. De PCR bepaling is de meeste gevoelige en specifieke methode om een parechovirus infectie aan te tonen. Serologie naar een recente parechovirus infectie is niet mogelijk. Omdat het klinisch beeld van parechovirus infectie niet of nauwelijks te onderscheiden is van een enterovirus infectie wordt de parechovirus PCR-bepaling altijd in combinatie met een enterovirus PCR-bepaling uitgevoerd. 

 

Bepaling 

Parechovirus specifiek RNA (Parecho-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een actuele parechovirus infectie 

 

Materiaal  

EDTA, serum, faeces, liquor, biopt, kweekmateriaal 

 

Benodigd volume  

EDTA, serum: 10 ml; faeces: 1 gr; biopt: 2mm2; overig: 1-2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De parecho-PCR wordt altijd in combinatie uitgevoerd met de enterovirus-PCR 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Parvovirus B-19, parvo-DNA

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een recente parvovirus B19 infectie berust op het aantonen van een IgM respons in serum of een IgG seroconversie in een gepaard serummonster. De serologie kan laat opkomen met name bij immuungecompromitteerde patiënten. In die gevallen biedt het onderzoek naar parvospecifiek DNA in EDTA uitkomst. Voor de screening naar de immuniteit tegen parvovirus B19 volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. 

 

Bepaling 

Parvovirus B19 specifiek DNA (parvo-DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek parvovirus B19 DNA 

 

Materiaal  

EDTA, liquor, urine, vruchtwater, serum, biopt 

 

Benodigd volume  

Liquor, urine, vruchtwater: 1-2 ml; EDTA, serum: 10 ml; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Aantal kopieën per ml 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van parvovirus B19 specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Parvovirus B-19, Parvo-IgG

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een recente parvovirus B19 infectie berust op het aantonen van een IgM respons in serum of een IgG seroconversie in een gepaard serummonster. De serologie kan laat opkomen met name bij immuungecompromitteerde patiënten. In die gevallen biedt het onderzoek naar parvospecifiek DNA in EDTA uitkomst. Voor de screening naar de immuniteit tegen parvovirus B19 volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen parvovirus B19 (Parvo-IgG) 

 

Techniek 

Indirecte ELISA – Virion\Serion 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente of doorgemaakte infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

IU/ml \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Parvovirus B-19, IgM

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een recente parvovirus B19 infectie berust op het aantonen van een IgM respons in serum of een IgG seroconversie in een gepaard serummonster. De serologie kan laat opkomen met name bij immuungecompromitteerde patiënten. In die gevallen biedt het onderzoek naar parvospecifiek DNA in EDTA uitkomst. Voor de screening naar de immuniteit tegen parvovirus B19 volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen parvovirus B19 (Parvo-IgM) 

 

Techniek 

Indirecte ELISA – Virion\Serion 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

U/ml \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie met de IgG bepaling uitgevoerd. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Parvovirus B-19, B-19V-GWC

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een recente parvovirus B19 infectie berust op het aantonen van een IgM respons in serum of een IgG seroconversie in een gepaard serummonster. De serologie kan laat opkomen met name bij immuungecompromitteerde patiënten. In die gevallen biedt het onderzoek naar parvospecifiek DNA in EDTA uitkomst. Voor de screening naar de immuniteit tegen parvovirus B19 volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. 

 

Bepaling 

Index specifieke parvo B19 antistofproductie (B19V-GWC) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in het oogvocht of liquor voor het aantonen van een Parvo B19 virus-infectie in het oog of CZS 

 

Materiaal  

serum, plasma (edta) in combinatie met oogvocht of liquor 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

20 µl (zowel voor serum/plasma als oogvocht/liquor) 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

ratio\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWC’s tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Plasmodium

Algemene informatie  

Zie Malaria 

 

Bepaling 

– – – 

 

Techniek 

– – –  

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Pneumocystis jiroveci pneumoniae (PJP)

Algemene informatie  

Pjp wordt veroorzaakt door een niet kweekbare schimmel en is een opportunistische infectie welke gezien wordt bij immuun gecompromitteerde patiënten. Grofweg wordt PJP geassocieerd met twee patiënten populaties:

1. Patiënten welke een orgaantransplantatie hebben ondergaan of chemotherapie ontvangen vanwege een maligniteit.

2. Patiënten met een HIV infectie.   Onbehandelde PJP infecties worden geassocieerd met hoge morbiditeit en mortaliteit. 

 

Bepaling 

PCR op Pneumocystis jiroveci pneumoniae (PJP) 

 

Techniek 

Inhouse realtime PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor PJP infectie 

 

Materiaal  

BAL/bronchussecreet/bronchusspoelsel 

 

Benodigd volume  

minimaal 3 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

PJP positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Poliovirus

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Poliovirus type 1, 2 en 3 

 

Techniek 

Neutralisatie op HEp2 cellen 

 

Indicatie  

Aantonen van neutraliserende antistoffen tegen poliovirus type 1, 2 en 3 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rabies, IgG

Algemene informatie  

Rabiës veroorzaakt nagenoeg altijd een fatale encefalitis. Veel zoogdieren vormen een reservoir van rabiës en dragen bij aan de verspreiding (met name honden maar ook vossen, wolven wasberen en vleermuizen). De meeste gevallen in de ontwikkelde wereld betreft import van patiënten na een beet van een besmet dier zonder gebruik van post-expositie profylaxe (wondverzorging, immunoglobuline en vaccinatie). De incubatietijd wisselt van dagen tot jaren maar symptomen treden meestal op binnen 3 maanden. Diagnostiek berust op het aantonen specifieke antistoffen in het serum of een PCR op een mondwat (speeksel), weefsel of liquor. Serologie kan ook gebruikt worden om de aanwezigheid van antistoffen tegen Rabiesvirus te controleren na vaccinatie. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen rabiësvirus (kwantitatief) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Meten van antistoftiter (na vaccinatie) 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

IU / ml 

 

Opmerkingen 

Een antistoftiter vanaf 0,5 IU/ml wordt als goede vaccinatierespons wordt beschouwd. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Q-koorts

Algemene informatie  

Zie Coxiella burnetii 

 

Bepaling 

– – – 

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rabies, IgG

Algemene informatie  

Rabiës veroorzaakt nagenoeg altijd een fatale encefalitis. Veel zoogdieren vormen een reservoir van rabiës en dragen bij aan de verspreiding (met name honden maar ook vossen, wolven wasberen en vleermuizen). De meeste gevallen in de ontwikkelde wereld betreft import van patiënten na een beet van een besmet dier zonder gebruik van post-expositie profylaxe (wondverzorging, immunoglobuline en vaccinatie). De incubatietijd wisselt van dagen tot jaren maar symptomen treden meestal op binnen 3 maanden. Diagnostiek berust op het aantonen specifieke antistoffen in het serum of een PCR op een mondwat (speeksel), weefsel of liquor. Serologie kan ook gebruikt worden om de aanwezigheid van antistoffen tegen Rabiesvirus te controleren na vaccinatie. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen rabiësvirus (kwantitatief) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Meten van antistoftiter (na vaccinatie) 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

IU / ml 

 

Opmerkingen 

Een antistoftiter vanaf 0,5 IU/ml wordt als goede vaccinatierespons wordt beschouwd. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rabies, RNA

Algemene informatie  

Rabiës veroorzaakt nagenoeg altijd een fatale encefalitis. Veel zoogdieren vormen een reservoir van rabiës en dragen bij aan de verspreiding (met name honden maar ook vossen, wolven wasberen en vleermuizen). De meeste gevallen in de ontwikkelde wereld betreft import van patiënten na een beet van een besmet dier zonder gebruik van post-expositie profylaxe (wondverzorging, immunoglobuline en vaccinatie). De incubatietijd wisselt van dagen tot jaren maar symptomen treden meestal op binnen 3 maanden. Diagnostiek berust op het aantonen specifieke antistoffen in het serum of een PCR op een mondwat (speeksel), weefsel of liquor. Serologie kan ook gebruikt worden om de aanwezigheid van antistoffen tegen Rabiesvirus te controleren na vaccinatie. 

 

Bepaling 

Rabiësvirus specifiek RNA 

 

Techniek 

PCR 

 

Indicatie  

Klinische verdenking op rabiesinfectie 

 

Materiaal  

Mondwat, weefsels 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling Erasmus MC 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Respiratoir Syncytieelvirus (RS), RNA/PCR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een respiratoir syncytieelvirus (RS) infectie berust op het direct aantonen van RS in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een RS infectie. Serologie naar een recente RS infectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De RS serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

Respiratoir syncytieelvirus specifiek RNA (RS-PCR)(onderdeel van respiratoir panel) 

 

Techniek 

PCR respiratoir panel 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute infectie met RS 

 

Materiaal  

Eswab nasopharynx 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Respiratoir Syncytieelvirus (RS), RS-CBR

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een respiratoir syncytieelvirus (RS) infectie berust op het direct aantonen van RS in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een RS infectie. Serologie naar een recente RS infectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De RS serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen respiratoir syncytieelvirus (RS-CBR) 

 

Techniek 

Complement bindingsreactie (CBR) 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met RS virus 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume  

2 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling kan alleen uitgevoerd worden op gepaarde sera afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Respiratoir Syncytieelvirus (RS), RS IgA/ IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een respiratoir syncytieelvirus (RS) infectie berust op het direct aantonen van RS in respiratoir materiaal. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een RS infectie. Serologie naar een recente RS infectie heeft weinig directe consequenties op het klinisch beleid, maar hiermee kan achteraf wel een diagnose worden vastgesteld of ondersteund. De RS serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op een serumpaar afgenomen met minimaal 14 dagen tussenpoos. 

 

Bepaling 

IgA en IgG antistoffen tegen respiratoir syncytieelvirus (RS IgA/IgG) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie of vaccinatie met RS 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie uitgevoerd, kan indicatief zijn in een 1 punts serum, maar doorgaans is een tweede serum nodig. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rhinovirus

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een rhinovirus infectie berust op het direct aantonen van rhinovirus in respiratoir materiaal. De standaard bepaling hiervoor is de PCR-bepaling. 

 

Bepaling 

Rhinovirus specifiek RNA (Rhino-PCR)(onderdeel pakket PCR verwekkers respiratoire symptomen) 

 

Techniek 

Biomerieux Biofire Respiratory panel, nested PCR 

 

Indicatie  

aantonen van een acute infectie met rhinovirus 

 

Materiaal  

eswab 

 

Benodigd volume  

2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rickettsia, IgG en IgM antistoffen tegen R. Rickettsi (SFG) en R. Typhus (TFG)

Algemene informatie  

Rickettsia spp. zijn de verwekkers van een verscheidenheid aan ziektebeelden met vaak daarbij huiduitslag welke soms typisch kan zijn. Deze verwekkers worden overgedragen door teken, luizen, mijten en/of vlooien. De laboratoriumdiagnostiek berust op serologie. Met behulp van immuunfluorescentie technieken kan IgG en IgM aangetoond worden in serum voor de Spotted Fever Group (SFG waaronder R. rickettsia, R. akari, R. conorii, R. australis, R. sibirica), de Typhus Fever Group (TFG: R. typhus en R. prowazekii), R. conorii, en Orienta tsutsugamushi. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op gepaarde sera, afgenomen in de acute fase en twee tot 4 weken later. Aanwezigheid van Rickettsia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Rickettsia-infectie. Een positieve R. rickettsii of R. typhus immuun fluorescentie geeft alleen informatie over de groep Rickettsia (SFG of TFG) waartegen antistoffen gevormd zijn, maar geeft geen informatie over de soort specifieke naam. De diagnostiek wordt altijd voor beide groepen ingezet. Uitgebreidere diagnostiek naar bijvoorbeeld soortspecificiteit is mogelijk in overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

IgG en IgM antistoffen tegen R. rickettsii (SFG) en R. typhus (TFG) 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) infectie met bovenstaande Rickettsia spp 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Titer \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt IgM en IgG tegen R. rickettsii (SFG) en R. typhus (TFG) samen bepaald. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rickettsia, IgG en IgM antistoffen tegen R. conorii

Algemene informatie  

Rickettsia spp. zijn de verwekkers van een verscheidenheid aan ziektebeelden met vaak daarbij huiduitslag welke soms typisch kan zijn. Deze verwekkers worden overgedragen door teken, luizen, mijten en/of vlooien. De laboratoriumdiagnostiek berust op serologie. Met behulp van immuunfluorescentie technieken kan IgG en IgM aangetoond worden in serum voor de Spotted Fever Group (SFG waaronder R. rickettsia, R. akari, R. conorii, R. australis, R. sibirica), de Typhus Fever Group (TFG: R. typhus en R. prowazekii), R. conorii, en Orienta tsutsugamushi. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op gepaarde sera, afgenomen in de acute fase en twee tot 4 weken later. Aanwezigheid van Rickettsia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Rickettsia-infectie. Een positieve R. rickettsii of R. typhus immuun fluorescentie geeft alleen informatie over de groep Rickettsia (SFG of TFG) waartegen antistoffen gevormd zijn, maar geeft geen informatie over de soort specifieke naam. De diagnostiek wordt altijd voor beide groepen ingezet. Uitgebreidere diagnostiek naar bijvoorbeeld soortspecificiteit is mogelijk in overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

IgG en IgM antistoffen tegen R. conorii 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) infectie met R. conorii 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Titer \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt IgM en IgG tegen R. Conorii bepaald. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rickettsia, IgM en IgG antistoffen tegen Orienta Tsutsugamushi

Algemene informatie  

Rickettsia spp. zijn de verwekkers van een verscheidenheid aan ziektebeelden met vaak daarbij huiduitslag welke soms typisch kan zijn. Deze verwekkers worden overgedragen door teken, luizen, mijten en/of vlooien. De laboratoriumdiagnostiek berust op serologie. Met behulp van immuunfluorescentie technieken kan IgG en IgM aangetoond worden in serum voor de Spotted Fever Group (SFG waaronder R. rickettsia, R. akari, R. conorii, R. australis, R. sibirica), de Typhus Fever Group (TFG: R. typhus en R. prowazekii), R. conorii, en Orienta tsutsugamushi. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op gepaarde sera, afgenomen in de acute fase en twee tot 4 weken later. Aanwezigheid van Rickettsia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Rickettsia-infectie. Een positieve R. rickettsii of R. typhus immuun fluorescentie geeft alleen informatie over de groep Rickettsia (SFG of TFG) waartegen antistoffen gevormd zijn, maar geeft geen informatie over de soort specifieke naam. De diagnostiek wordt altijd voor beide groepen ingezet. Uitgebreidere diagnostiek naar bijvoorbeeld soortspecificiteit is mogelijk in overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

IgM en IgG antistoffen tegen Orienta tsutsugamushi 

 

Techniek 

Serologie (immuunfluorescentie) 

 

Indicatie  

Verdenking op Orienta tsutsugamushi 

 

Materiaal  

Serum, EDTA, heparine 

 

Benodigd volume  

1 ml (minimaal 500 µl) 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het Erasmus MC, Rotterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rickettsia, IgM en IgG antistoffen tegen Rickettsia prowazekii

Algemene informatie  

Rickettsia spp. zijn de verwekkers van een verscheidenheid aan ziektebeelden met vaak daarbij huiduitslag welke soms typisch kan zijn. Deze verwekkers worden overgedragen door teken, luizen, mijten en/of vlooien. De laboratoriumdiagnostiek berust op serologie. Met behulp van immuunfluorescentie technieken kan IgG en IgM aangetoond worden in serum voor de Spotted Fever Group (SFG waaronder R. rickettsia, R. akari, R. conorii, R. australis, R. sibirica), de Typhus Fever Group (TFG: R. typhus en R. prowazekii), R. conorii, en Orienta tsutsugamushi. Serologie wordt bij voorkeur uitgevoerd op gepaarde sera, afgenomen in de acute fase en twee tot 4 weken later. Aanwezigheid van Rickettsia-antistoffen (IgG) in het bloed op zichzelf hoeft geen bewijs te zijn voor een actuele of actieve infectie, het kan een rest zijn van een in het verleden doorgemaakte (al dan niet symptomatische) en inmiddels niet meer actieve Rickettsia-infectie. Een positieve R. rickettsii of R. typhus immuun fluorescentie geeft alleen informatie over de groep Rickettsia (SFG of TFG) waartegen antistoffen gevormd zijn, maar geeft geen informatie over de soort specifieke naam. De diagnostiek wordt altijd voor beide groepen ingezet. Uitgebreidere diagnostiek naar bijvoorbeeld soortspecificiteit is mogelijk in overleg met de dienstdoende viroloog. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Rickettsia prowazekii 

 

Techniek 

serologie 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

verzendbepaling naar het Erasmus MC, Rotterdam 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rotavirus

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een rotavirusinfectie berust op het direct aantonen van het virus in faeces. De meest sensitieve bepaling hiervoor is de PCR-bepaling en dit is inmiddels de standaardbepaling voor het aantonen van een rotavirusinfectie. 

 

Bepaling 

Rotavirus specifiek RNA (Rotavirus-PCR)(onderdeel van panel verwekkers gastro-intestinale symptomen) 

 

Techniek 

GI panel. Nested PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek Rotavirus RNA 

 

Materiaal  

Fecal swab 

 

Benodigd volume  

1 gram 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van rotavirus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, IgG

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Rubella (Rubella-IgG) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Standaard screening voor rubellavirus antistoffen 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Titer (IU/ml) \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, IgM

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen Rubella (Rubella-IgM) 

 

Techniek 

Chemiluminescentie assay 

 

Indicatie  

Screening voor rubella IgM antistoffen 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio\ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Alleen aanvragen indien er een vermoeden bestaat voor een recente infectie. Een positieve IgM uitslag wordt altijd geconfirmeerd in de ELISA 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, IgG antistoffen tegen rubellavirus (Rubella-IgG)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen rubellavirus (Rubella-IgG) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie of in het verleden doorgemaakte infectie met rubellavirus, confirmatie van screeningsbepaling 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta)  

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Titer (IU/ml) \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Voor het aantonen van een recente infectie uitgevoerd in combinatie met IgM bepaling. Voor immuniteitsscreening volstaat alleen IgG bepaling. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, IgM antistoffen tegen rubellavirus (Rubella IgM)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen rubellavirus (Rubella-IgM) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie met rubellavirus, confirmatie van een IgM in de screeningsbepaling 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

3 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Wordt alleen in combinatie met IgG bepaling uitgevoerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, Index specifieke rubella antistofproductie (Rubella-GWC); Indexserologie

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

Index specifieke rubella antistofproductie (Rubella-GWC); Indexserologie 

 

Techniek 

ELISA Rubella-IgG \ Enzygnost, Siemens 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in oogvocht voor het aantonen van een Rubella infectie van het oog 

 

Materiaal  

Oogvocht samen met serum van dezelfde afnamedag 

 

Benodigd volume  

>50 µl (minimaal 20 µl). Serum 2 ml. 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWCs tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor mogelijke lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Rubellavirus, Rubellavirus specifiek RNA (Rubella-PCR)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een recente rubella infectie (rode hond) berust formeel op het in serum aantonen van een viervoudige titerstijging van IgG antistoffen tegen rubellavirus in combinatie met een klinisch beeld. Voor het aantonen van een titerstijging is het nodig een serum af te nemen binnen 1 week na de eerste ziektedag (serum 1) en 14 dagen later (serum 2). Aantonen van antistoffen tegen IgM alleen is onvoldoende voor het vaststellen van een recente infectie: de IgM bepaling is frequent fout-positief. De serologische diagnostiek naar een recente rubellavirus infectie is complex en het wordt aanbevolen vooraf contact op te nemen met de dienstdoende viroloog voor overleg. Voor de screening naar de immuniteit tegen rubellavirus volstaat het IgG antistoffen in serum te meten. Bij verdenking op een recente rubellavirus infectie wordt ook aanbevolen materiaal in te sturen voor PCR-onderzoek. Het virus kan middels PCR geïsoleerd worden uit respiratoir materiaal, EDTA, oogvocht, urine, vruchtwater en liquor. Voor het aantonen van een rubella infectie van het oog (Fuchs heterochrome uveitis) wordt geadviseerd standaard oogvocht in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in dit compartiment. 

 

Bepaling 

Rubellavirus specifiek RNA (Rubella-PCR) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente infectie 

 

Materiaal  

EDTA, urine, liquor, vruchtwater, oogvocht, kweekmateriaal 

 

Benodigd volume  

EDTA: 10 ml; urine, vruchtwater, liquor, kweekmateriaal: 1-2 ml; oogvocht: > 50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Triple faeces test (TFT)

Algemene informatie  

De triple faeces test (TFT) wordt op Curaçao niet uitgevoerd. Wel kan men ACW (amoeben, Cysten, wormeiren) aanvragen of een PCR bacteriele/virale /parasitaire verwekkers gastro-intestinale symptomen) 

 

Bepaling 

– – – 

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Salmonella, PCR op SSCYE

Algemene informatie  

PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriële gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Salmonella, Shigella, Yersinia, Campylobacter en Ecoli O157(onderdeel van bacterieel/virale/parasitaire pakket verwekkers GI-symptomen) Kweek op SSCYE wordt automatisch ingezet indien de PCR positief is voor 1 van deze verwekkers. Kweek SSCYE kan ook los worden aangevraagd. 

 

Bepaling 

PCR op SSCYE 

 

Techniek 

Nested PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecal swab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Desbetreffende micro-organisme positief / negatief 

 

Opmerkingen 

Indien PCR positief wordt geprobeerd om de resistentie te bepalen 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Salmonella, Kweek SSCYE

Algemene informatie  

PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriële gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Salmonella, Shigella, Yersinia, Campylobacter en Ecoli O157(onderdeel van bacterieel/virale/parasitaire pakket verwekkers GI-symptomen) Kweek op SSCYE wordt automatisch ingezet indien de PCR positief is voor 1 van deze verwekkers. Kweek SSCYE kan ook los worden aangevraagd. 

 

Bepaling 

Kweek SSCYE 

 

Techniek 

Kweek op media 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecal swab/ fecescontainer 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Desbetreffende micro-organisme gekweekt/niet gekweekt 

 

Opmerkingen 

Keus tussen kweek en PCR kan ook afhangen van wijze van verzekerd zijn. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Sapovirus

Algemene informatie  

Diagnostiek naar een sapovirusinfectie berust op het aantonen van viral RNA in faeces met een PCR. De PCR is de meest gevoelige methode om een infectie vast te stellen en is de standaardbepaling voor het aantonen van den sapovirusinfectie. 

 

Bepaling 

Sapovirus-PCR (onderdeel van bacteriele/virale/parasitaire pakket verwekkers GI-symptomen) 

 

Techniek 

nested PCR 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek sapovirus RNA 

 

Materiaal  

Fecal swab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De aanwezigheid van sapovirus specifiek viraal nucleïnezuur kan wijzen op een actieve infectie 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Schistosoma, Microscopisch aantonen van Schistosoma eieren in faeces

Algemene informatie  

Schistosomiasis is ook bekend onder de naam Bilharzia en wordt veroorzaakt door trematoda. De ziekte kan alleen opgelopen worden in de tropen. De ziekte wordt opgelopen door in stilstaand zoetwater te zwemmen. De cercariën kunnen door de huid dringen en zo een persoon besmetten. Vrij snel na contact met besmet water kun je een dermatitis ontwikkelen die een paar uur tot enkele dagen duurt. Vervolgens krijgt de patiënt het Katayama syndroom :algehele malaise, vermoeidheid en koorts. Vervolgens wordt het een chronische infectie. 

 

Bepaling 

Microscopisch aantonen van Schistosoma eieren in faeces 

 

Techniek 

Glycerine sedimentatie methode 

 

Indicatie  

Verdacht voor Schistosomiasis 

 

Materiaal  

Faeces 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Zie doorlooptijden bacteriologie 

 

Resultaat  

Schistosoma positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Graag vers aanleveren. Door transporttijden is het rendement van deze bepaling minimaal. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Schistosoma, Microscopisch aantonen van Schistosoma eieren in urine

Algemene informatie  

Schistosomiasis is ook bekend onder de naam Bilharzia en wordt veroorzaakt door trematoda. De ziekte kan alleen opgelopen worden in de tropen. De ziekte wordt opgelopen door in stilstaand zoetwater te zwemmen. De cercariën kunnen door de huid dringen en zo een persoon besmetten. Vrij snel na contact met besmet water kun je een dermatitis ontwikkelen die een paar uur tot enkele dagen duurt. Vervolgens krijgt de patiënt het Katayama syndroom :algehele malaise, vermoeidheid en koorts. Vervolgens wordt het een chronische infectie. 

 

Bepaling 

Microscopisch aantonen van Schistosoma eieren in urine 

 

Techniek 

Uitzakking en centrifugatie van de urine 

 

Indicatie  

Verdenking Schistosoma haematobium 

 

Materiaal  

24 uurs urine 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Schistosoma positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Schistosoma positief/negatief. Verzendbepaling UMCU. Door transporttijden is het rendement van deze test verminderd. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Schisotoma, Schisotoma IgM/ IgG

Algemene informatie  

Schistosomiasis is ook bekend onder de naam Bilharzia en wordt veroorzaakt door trematoda. De ziekte kan alleen opgelopen worden in de tropen. De ziekte wordt opgelopen door in stilstaand zoetwater te zwemmen. De cercariën kunnen door de huid dringen en zo een persoon besmetten. Vrij snel na contact met besmet water kun je een dermatitis ontwikkelen die een paar uur tot enkele dagen duurt. Vervolgens krijgt de patiënt het Katayama syndroom :algehele malaise, vermoeidheid en koorts. Vervolgens wordt het een chronische infectie. 

 

Bepaling 

Schistosoma IgM / IgG 

 

Techniek 

Serologie 

 

Indicatie  

Klinische verdenking 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling LUMC Leiden 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Shigella, PCR op SSCYE

Algemene informatie  

PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriele gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Salmonella, Shigella, Yersinia, Campylobacter en Ecoli O157(onderdeel van bacterieel/virale/parasitaire pakket verwekkers GI-symptomen) 

 

Bepaling 

PCR op SSCYE 

 

Techniek 

Biomerieux Biofire , nested PCR 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecal swab 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Desbetreffende micro-organisme positief / negatief 

 

Opmerkingen 

Indien PCR positief wordt geprobeerd om de resistentie te bepalen 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Shigella, Kweek SSCYE

Algemene informatie  

PCR methode om de belangrijkste verwekkers van bacteriele gastro-enteritis aan te tonen. Het gaat om de volgende verwekkers: Salmonella, Shigella, Yersinia, Campylobacter en Ecoli O157(onderdeel van bacterieel/virale/parasitaire pakket verwekkers GI-symptomen) 

 

Bepaling 

Kweek SSCYE 

 

Techniek 

Kweek op media  

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor bacteriële gastro-enteritis 

 

Materiaal  

Fecal swab/ fecescontainer 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Desbetreffende micro-organisme gekweekt/niet gekweekt 

 

Opmerkingen 

Keus tussen kweek en PCR kan ook afhangen van wijze van verzekerd zijn. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Streptococcen groep B

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Kweek van hemolytische Streptococ groep B 

 

Techniek 

Kweek 

 

Indicatie  

Screening moeder op dragerschap haemolytische Streptococ groep B en verdenking op een infectie bij pasgeborenen 

 

Materiaal  

Cervix of anusuitstrijk bij moeder. Keel, neus, oor, huiduitstrijk bij pasgeborene 

 

Benodigd volume  

minimaal 3 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

Determinatie 1 dag, resistentie 3 dagen 

 

Resultaat  

Haemolytische Streptococ groep B pos/neg 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Streptococcus pyogenes, anti-DNAseB

Algemene informatie  

De diagnostiek naar streptococcus pyogenes (groep A streptococcen) berust op bacteriële kweek van keel, pus, bloed of aangedane weefsels. Serologisch kan een toename van de antistofspiegels tegen streptolysine O (AST of ASO) en /of tegen DNase B (anti-DNAse B) worden aangetoond. Serologie is geïndiceerd voor het diagnosticeren van een post-streptococcen ziekte zoals acuut reuma en glomerulonefritis. Bij acute streptocceninfecties kan serologie ondersteunend zijn indien de kweek negatief is gebleven. Een significante toename van antistofspiegels tussen een serum afgenomen in de acute fase en een serum afgenomen twee tot vier weken later is bewijzend voor een recente streptococceninfectie. Zowel de AST als de anti-DNAse B kunnen gedurende lange tijd na de acute infectie verhoogd zijn. Een (laag-)positieve spiegel alléén, in een enkelvoudig monster, is meestal onvoldoende bewijzend voor een recent doorgemaakte streptococceninfectie. De hoogte van normaal aanwezige spiegels in de bepalingen zijn leeftijds- en populatieafhankelijk. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen DNAse B (anti-DNAseB) 

 

Techniek 

Nefelometrie 

 

Indicatie  

Aantonen van een (recente) infectie met streptococcen 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Titer in U/ml. Referentiewaarde 0 – 187 U/ml 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Streptococcus pyogenes, AST

Algemene informatie  

De diagnostiek naar streptococcus pyogenes (groep A streptococcen) berust op bacteriële kweek van keel, pus, bloed of aangedane weefsels. Serologisch kan een toename van de antistofspiegels tegen streptolysine O (AST of ASO) en /of tegen DNase B (anti-DNAse B) worden aangetoond. Serologie is geïndiceerd voor het diagnosticeren van een post-streptococcen ziekte zoals acuut reuma en glomerulonefritis. Bij acute streptocceninfecties kan serologie ondersteunend zijn indien de kweek negatief is gebleven. Een significante toename van antistofspiegels tussen een serum afgenomen in de acute fase en een serum afgenomen twee tot vier weken later is bewijzend voor een recente streptococceninfectie. Zowel de AST als de anti-DNAse B kunnen gedurende lange tijd na de acute infectie verhoogd zijn. Een (laag-)positieve spiegel alléén, in een enkelvoudig monster, is meestal onvoldoende bewijzend voor een recent doorgemaakte streptococceninfectie. De hoogte van normaal aanwezige spiegels in de bepalingen zijn leeftijds- en populatieafhankelijk. 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen streptolysine O (AST) 

 

Techniek 

Nefelometrie 

 

Indicatie  

Aantonen van een recente post streptococcen ziekte 

 

Materiaal  

Serum, plasma 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Titer in IU/ml. Referentiewaarde 0 – 116 IU/ml 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Strongyloides, Microscopisch aantonen van de rhabditoforme larve

Algemene informatie  

Strongyloides stercoralis is een kleine rondworm van slechts enkele mm groot en komt voor in de tropen en de subtropen. Infectie geschiedt door penetratie van de huid door de filariforme larve. Eenmaal geïnfecteerd, kun je de infectie je leven lang bij je dragen d.m.v. auto-infectie. Maag/darm klachten en diarree kunnen voorkomen. Bij cytostatica en corticosteroiden of ondervoeding kan massale auto-infectie ontstaan met een hyperinfectie tot gevolg. De diagnose wordt in eerste instantie gesteld door het aantonen van de karakteristieke larven in faeces of eventueel (bij hyperinfectie) in ander materiaal zoals sputum of urine. Omdat de larvenuitscheiding soms zeer gering is, kan daarnaast serologisch onderzoek behulpzaam zijn, in het bijzonder bij hen bij wie herhaalde auto-infectie plaatsvond. 

 

Bepaling 

Microscopisch aantonen van de rhabditiforme larve 

 

Techniek 

Baermann methode 

 

Indicatie  

Verdacht voor infectie met Strongyloides 

 

Materiaal  

Verse faeces 

 

Benodigd volume  

5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Strongyloides positief/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Strongyloides, IgG

Algemene informatie  

Strongyloides stercoralis is een kleine rondworm van slechts enkele mm groot en komt voor in de tropen en de subtropen. Infectie geschiedt door penetratie van de huid door de filariforme larve. Eenmaal geïnfecteerd, kun je de infectie je leven lang bij je dragen d.m.v. auto-infectie. Maag/darm klachten en diarree kunnen voorkomen. Bij cytostatica en corticosteroiden of ondervoeding kan massale auto-infectie ontstaan met een hyperinfectie tot gevolg. De diagnose wordt in eerste instantie gesteld door het aantonen van de karakteristieke larven in faeces of eventueel (bij hyperinfectie) in ander materiaal zoals sputum of urine. Omdat de larvenuitscheiding soms zeer gering is, kan daarnaast serologisch onderzoek behulpzaam zijn, in het bijzonder bij hen bij wie herhaalde auto-infectie plaatsvond. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Strongyloides 

 

Techniek 

Enzyme Linked Immuno Sorbent Assay (ELISA) 

 

Indicatie  

Verdacht voor infectie met Strongyloides 

 

Materiaal  

Serum 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

NVT 

 

Resultaat  

Positief/grens/negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling naar het LUMC, Leiden 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxocara canis, IgG antistoffen tegen Toxocara canis

Algemene informatie  

Toxocara is een parasitaire worm die veel voorkomt in honden. Een besmetting bij mensen kan voorkomen door opname van de eieren van deze parasiet. Toxocariasis kan vervolgens veroorzaakt worden door de larven. Inwendige organen en het centraal zenuwstelsel kunnen aangedaan worden. Een speciale variant is oculaire toxocariasis. Voor het aantonen van een Toxocara-infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistoffen in die compartimenten. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Toxocara canis 

 

Techniek 

ELISA – MP Products 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio\ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxocara canis, Index specifieke Toxocara antistoffen

Algemene informatie  

Toxocara is een parasitaire worm die veel voorkomt in honden. Een besmetting bij mensen kan voorkomen door opname van de eieren van deze parasiet. Toxocariasis kan vervolgens veroorzaakt worden door de larven. Inwendige organen en het centraal zenuwstelsel kunnen aangedaan worden. Een speciale variant is oculaire toxocariasis. Voor het aantonen van een Toxocara-infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistoffen in die compartimenten. 

 

Bepaling 

Index specifieke Toxocara antistoffen 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in het oogvocht of liquor voor het aantonen van een Toxocara infectie in het oog of CZS 

 

Materiaal  

serum, plasma (edta) in combinatie met oogvocht of liquor 

 

Gewenst volume  

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

20 µl (zowel voor serum/plasma als oogvocht/liquor) l 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

ratio\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWC’s tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxoplasma gondii, Tox-IgG

Algemene informatie  

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC)De diagnostiek naar een Toxoplasma gondii primo-infectie berust op het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen Toxoplasma. Indien de IgM positief is kan door het laboratorium of op verzoek van de inzender de aviditeitstest voor Toxoplasma -IgG worden aangevraagd voor een indicatie van het tijdstip van de infectie. Voor het aantonen van een immuunstatus tegen Toxoplasma volstaat het bepalen van Toxoplasma-IgG. Een Toxoplasma infectie/ re-activatie kan ook aangetoond worden door het bepalen van specifiek Toxoplama DNA in biopten, EDTA, oogvocht of liquor. Voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten tezamen met de TOX-DNA bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale Toxoplasma infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een Toxoplasma IgM bepaling in serum afgenomen in de eerste 3 weken na de geboorte. Als definitie voor congenitale Toxoplasma infectie wordt gehanteerd persisteren van IgG positiviteit na 1 jaar. Voor het aantonen cq uitsluiten van een congenitale toxoplasma infectie is het ook zinvol toxoplasma antistoffen (IgM en IgG) bij de moeder te bepalen. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen Toxoplasma gondii (Tox-IgG) 

 

Techniek 

CLIA 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte of acute Toxoplasma infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

3 dagen 

 

Resultaat  

Titer (AU) \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Standaard screeningsbepaling voor Toxoplasma IgG 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxoplasma gondii, Tox-IgM

Algemene informatie  

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC)De diagnostiek naar een Toxoplasma gondii primo-infectie berust op het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen Toxoplasma. Indien de IgM positief is kan door het laboratorium of op verzoek van de inzender de aviditeitstest voor Toxoplasma -IgG worden aangevraagd voor een indicatie van het tijdstip van de infectie. Voor het aantonen van een immuunstatus tegen Toxoplasma volstaat het bepalen van Toxoplasma-IgG. Een Toxoplasma infectie/ re-activatie kan ook aangetoond worden door het bepalen van specifiek Toxoplama DNA in biopten, EDTA, oogvocht of liquor. Voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten tezamen met de TOX-DNA bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale Toxoplasma infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een Toxoplasma IgM bepaling in serum afgenomen in de eerste 3 weken na de geboorte. Als definitie voor congenitale Toxoplasma infectie wordt gehanteerd persisteren van IgG positiviteit na 1 jaar. Voor het aantonen cq uitsluiten van een congenitale toxoplasma infectie is het ook zinvol toxoplasma antistoffen (IgM en IgG) bij de moeder te bepalen. 

 

Bepaling 

IgM antistoffen tegen Toxoplasma gondii (Tox-IgM) 

 

Techniek 

CLIA 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute Toxoplasma infectie 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

200 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Binnen 1 werkdag na inzetten 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Standaard bepaling voor Tox-IgM. Wordt alleen samen met Tox-IgG uitgevoerd. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxoplasma gondii, Tox-Al

Algemene informatie  

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC)De diagnostiek naar een Toxoplasma gondii primo-infectie berust op het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen Toxoplasma. Indien de IgM positief is kan door het laboratorium of op verzoek van de inzender de aviditeitstest voor Toxoplasma -IgG worden aangevraagd voor een indicatie van het tijdstip van de infectie. Voor het aantonen van een immuunstatus tegen Toxoplasma volstaat het bepalen van Toxoplasma-IgG. Een Toxoplasma infectie/ re-activatie kan ook aangetoond worden door het bepalen van specifiek Toxoplama DNA in biopten, EDTA, oogvocht of liquor. Voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten tezamen met de TOX-DNA bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale Toxoplasma infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een Toxoplasma IgM bepaling in serum afgenomen in de eerste 3 weken na de geboorte. Als definitie voor congenitale Toxoplasma infectie wordt gehanteerd persisteren van IgG positiviteit na 1 jaar. Voor het aantonen cq uitsluiten van een congenitale toxoplasma infectie is het ook zinvol toxoplasma antistoffen (IgM en IgG) bij de moeder te bepalen. 

 

Bepaling 

Aviditeit van IgG antistoffen tegen Toxopl. gondii (Tox-Al) 

 

Techniek 

ELFA 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo Toxoplasma langer dan 4 maanden geleden 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume  

2 ml 

 

Benodigd volume  

250 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio 

 

Opmerkingen 

Een ratio > 0.3 is passend bij een Toxoplasma infectie van meer dan 4 maanden geleden. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Toxoplasma gondii, specifiek DNA (Tox DNA)

Algemene informatie  

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC)De diagnostiek naar een Toxoplasma gondii primo-infectie berust op het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen Toxoplasma. Indien de IgM positief is kan door het laboratorium of op verzoek van de inzender de aviditeitstest voor Toxoplasma -IgG worden aangevraagd voor een indicatie van het tijdstip van de infectie. Voor het aantonen van een immuunstatus tegen Toxoplasma volstaat het bepalen van Toxoplasma-IgG. Een Toxoplasma infectie/ re-activatie kan ook aangetoond worden door het bepalen van specifiek Toxoplama DNA in biopten, EDTA, oogvocht of liquor. Voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten tezamen met de TOX-DNA bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale Toxoplasma infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een Toxoplasma IgM bepaling in serum afgenomen in de eerste 3 weken na de geboorte. Als definitie voor congenitale Toxoplasma infectie wordt gehanteerd persisteren van IgG positiviteit na 1 jaar. Voor het aantonen cq uitsluiten van een congenitale toxoplasma infectie is het ook zinvol toxoplasma antistoffen (IgM en IgG) bij de moeder te bepalen. 

 

Bepaling 

Specifiek DNA (Tox DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek Toxoplasma DNA (reactivatie). 

 

Materiaal  

Liquor, oogvocht, biopt, vruchtwater, EDTA 

 

Benodigd volume  

Liquor, vruchtwater: 1-2 ml; oogvocht >50 µl; EDTA: 10 ml; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog

Toxoplasma gondii, Tox-GWC

Algemene informatie  

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC)De diagnostiek naar een Toxoplasma gondii primo-infectie berust op het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen Toxoplasma. Indien de IgM positief is kan door het laboratorium of op verzoek van de inzender de aviditeitstest voor Toxoplasma -IgG worden aangevraagd voor een indicatie van het tijdstip van de infectie. Voor het aantonen van een immuunstatus tegen Toxoplasma volstaat het bepalen van Toxoplasma-IgG. Een Toxoplasma infectie/ re-activatie kan ook aangetoond worden door het bepalen van specifiek Toxoplama DNA in biopten, EDTA, oogvocht of liquor. Voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard oogvocht of liquor in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten tezamen met de TOX-DNA bepaling op oogvocht of liquor. Een congenitale Toxoplasma infectie van een pasgeborene kan het beste aangetoond worden middels een Toxoplasma IgM bepaling in serum afgenomen in de eerste 3 weken na de geboorte. Als definitie voor congenitale Toxoplasma infectie wordt gehanteerd persisteren van IgG positiviteit na 1 jaar. Voor het aantonen cq uitsluiten van een congenitale toxoplasma infectie is het ook zinvol toxoplasma antistoffen (IgM en IgG) bij de moeder te bepalen. 

 

Bepaling 

Index specifieke Toxoplasma antistofproductie (Tox-GWC) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in oogvocht of liquor voor het aantonen van een Toxoplasma infectie van het oog of CZS 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta), oogvocht of liquor 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

Serum 20 µl; oogvocht of liquor 20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWCs tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor mogelijke lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, screening

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand éénmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leucocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Treponema pallidum (screening) 

 

Techniek 

CLIA 

 

Indicatie  

Aantonen van antistoffen tegen T. pallidum 

 

Materiaal  

Serum 

 

Gewenst volume 

3 ml 

 

Benodigd volume  

160 ul 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Positief, negatief, indeterminate 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt de eerste maal positief in serum, geconfirmeerd 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, Nontreponemale antistoffen (RPR)

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand eenmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Nontreponemale antistoffen (RPR) 

 

Techniek 

Agglutinatie 

 

Indicatie  

Vervolgen therapierespons 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) liquor 

 

Gewenst volume 

Benodigd volume serum, plasma (edta): 1 ml; liquor: 0.5 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks 

 

Uitslag bekend 

3 dagen 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, TP-BLOT

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand eenmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Confirmatietest Specifieke antistoffen tegen Treponema pallidum (TP – BLOT) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positieve antistoffen tegen treponema pallidum (screenings) test 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

1 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, TPPA

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand éénmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Antistoffen tegen Treponema pallidum (TPPA) 

 

Techniek 

Agglutinatie 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie met T. pallidum 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta), liquor 

 

Gewenst volume 

Serum, plasma (edta): 1 ml; liquor: 0,5 ml 

 

Benodigd volume  

Serum, plasma (edta): 50 µl; liquor: 100 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

Binnen 1 werkdag na inzetten 

 

Resultaat  

Titer \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling wordt de eerste maal positief in serum geconfirmeerd . Overleg eerst met Arts-microbioloog. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, TP-BLOT

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand eenmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Specifieke antistoffen tegen Treponema pallidum (TP – BLOT) 

 

Techniek 

Immunoblot\ Innogenetics 

 

Indicatie  

Confirmatie van een positieve TPPA bepaling 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta)  

 

Gewenst volume  

1 ml 

 

Benodigd volume  

50 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, indeterminate, negatief 

 

Opmerkingen 

Is een vervolgtest op de TPPA en wordt door het laboratorium ingezet als de TPPA de eerste maal positief is in serum. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, DNA

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand eenmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Specifiek DNA (Treponema DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek Treponema pallidum DNA 

 

Materiaal  

Genitaalwat, ulceraschraapsel, liquor, oogvocht 

 

Benodigd volume  

Liquor: 1-2 ml; oogvocht: >50 µl; watten in UTM-medium: 2 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De PCR bepaling wordt ingezet van materialen aangevraagd voor Treponema/syfilis PCR. Genitaaluitstrijken en biopten in eswab transporteren. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Treponema pallidum, Aanvullende Treponema diagnostiek bij neonaten

Algemene informatie  

Treponema pallidum is de verwekker van lues of syfilus, een sexueel overdraagbare bacteriële infectie. De ziekte heeft een grote variatie in klinische presentatie en wordt daarom vaak ‘the great imitator’ genoemd. De laboratoriumdiagnostiek berust vooral op serologie, maar deze kan bij een vroege primaire lues nog negatief zijn. De screeningstest voor lues is de Liaison XL trepscreen bepaling waarmee treponema-specifieke antistoffen worden aangetoond. Bij een positieve uitslag wordt de diagnostiek automatisch uitgebreid met een RPR bepaling (maat voor activiteit) en een elisa voor confirmatie van de antistoffen. Heeft iemand eenmaal lues doorgemaakt dan houdt deze levenslang een positieve trepscreen bepaling en wordt voor het aantonen van een relapse of re-infectie alleen de RPR nog ingezet. Respons op therapie wordt vervolgd met de RPR titer. Een neurolues wordt gediagnosticeerd op basis van het klinisch beeld samen met laboratoriumdiagnostiek op liquor én serum (TPPA, VDRL, leukocyten, IgG-index en albuminequotient, TPHA index). Voor het berekenen van de indexserologie (IgG-index, albuminequotiënt en TPHA-index) is altijd serum nodig afgenomen op bij voorkeur dezelfde dag als de liquor maar met maximaal 7 dagen verschil. In specifieke omstandigheden (zeer vroege infectie) kan het zinvol zijn de treponema bacterie direct aan te tonen door middel van nucleïnezuur detectie (PCR). 

 

Bepaling 

Aanvullende Treponema diagnostiek bij neonaten 

 

Techniek 

Immunoblot 

 

Indicatie  

Congenitale diagnostiek bij neonaten 

 

Materiaal  

serum 

 

Benodigd volume  

Minimaal 40 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

– – –  

 

Opmerkingen 

Deze bepaling kan alleen geïnterpreteerd worden in combinatie met aanvullende serologie bij moeder en kind. Verzendbepaling RIVM Bilthoven. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Trichomonas vaginalis

Algemene informatie  

– – – 

 

Bepaling 

Aantonen DNA van Trichomonas vaginalis 

 

Techniek 

Multiplex PCR . Roche lightcycler. 

 

Indicatie  

Patiënt verdacht voor Trichomonas vaginalis infectie 

 

Materiaal  

Uitstrijk cervix of urethra met eswab 

 

Benodigd volume  

500 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 dag 

 

Resultaat  

Trichomonas vaginalis positief/negatief 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Uveïtis

Algemene informatie  

Uveïtis is een inwendige oogontsteking. Van een aantal verwekkers is bekend dat deze uveïtis kunnen veroorzaken. De diagnostiek wordt verricht met PCR of door bepaling van de Goldmann-Wittmer coëfficiënt (GWC). Aanvullende informatie over afname en transport van oogvocht voor serologie (GWC bepaling) en PCR vindt u onder afname en transport, ‘oog’. Verzenden van materiaal ten behoeve van oogvochtdiagnostiek kan met speciale verzendpakketjes, die zeer tijdig opgevraagd moeten worden bij het laboratorium MMB. 

 

Bepaling 

– – – 

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Varicella Zoster Virus, VZV-PCR (VZV-DNA)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute varicella zoster virus (VZV) infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek VZV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met VZV aan te tonen. Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte VZV infectie of status na vaccinatie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen VZV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een VZV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. Deze bepaling wordt op EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht verricht. 

 

Bepaling 

VZV-PCR (VZV-DNA) 

 

Techniek 

Real time Taqman PCR op Abiprism platform/ in house 

 

Indicatie  

Aantonen van een acute VZV infectie 

 

Materiaal  

Liquor, serum, blaasjesvocht, oogvocht, biopt, EDTA 

 

Benodigd volume  

Liquor, blaasjesvocht: 1-2 ml; EDTA. serum: 10 ml; oogvocht: > 50 µl; biopt: 2mm2 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Liquor, blaasjesvocht: 1-2 ml; EDTA. serum: 10 ml; oogvocht: > 50 µl; biopt: 2mm2 

 

Opmerkingen 

Blaasjesvocht, uitstrijken en biopten in eswab. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Varicella Zoster Virus, IgG antistoffen tegen VZV (VZV-IgG) screening

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute varicella zoster virus (VZV) infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek VZV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met VZV aan te tonen. Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte VZV infectie of status na vaccinatie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen VZV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een VZV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. Deze bepaling wordt op EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht verricht. 

 

Bepaling 

IgG antistoffen tegen VZV (VZV-IgG) screening 

 

Techniek 

CLIA 

 

Indicatie  

Aantonen van een doorgemaakte infectie of status na vaccinatie met VZV 

 

Materiaal  

Serum, plasma 

 

Benodigd volume  

1 ml (minimaal 100 µl) 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, grens, negatief 

 

Opmerkingen 

Deze VZV-IgG screening is de standaard screeningsbepaling voor VZV 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Varicella Zoster Virus, IgG en IgM antistoffen tegen VZV

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute varicella zoster virus (VZV) infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek VZV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met VZV aan te tonen. Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte VZV infectie of status na vaccinatie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen VZV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een VZV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. Deze bepaling wordt op EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht verricht. 

 

Bepaling 

IgG en IgM antistoffen tegen VZV 

 

Techniek 

CLIA Diasorin liaison XL 

 

Indicatie  

Aantonen van een primo-infectie of re-activatie met VZV 

 

Materiaal  

Serum, plasma (edta) 

 

Gewenst volume 

0,5 ml 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 dagen 

 

Resultaat  

OD \ positief, grenswaarde, negatief 

 

Opmerkingen 

NVT 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Varicella Zoster Virus, Index specifieke VZV antistofproductie (VZV-GWC)

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute varicella zoster virus (VZV) infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek VZV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met VZV aan te tonen. Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte VZV infectie of status na vaccinatie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen VZV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een VZV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. Deze bepaling wordt op EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht verricht. 

 

Bepaling 

Index specifieke VZV antistofproductie (VZV-GWC) 

 

Techniek 

ELISA 

 

Indicatie  

Aantonen van lokale antistofproductie in oogvocht of liquor voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of CZS 

 

Materiaal  

Serum, plasma(edta), oogvocht of liquor 

 

Benodigd volume  

Serum 20 µl; oogvocht/liquor 20 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

2 weken 

 

Resultaat  

Ratio \ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

De Goldman Wittmer Coëfficiënt (GWC) wordt berekend uit de specifieke IgG concentraties in oogvocht of liquor versus die in serum. Deze worden gerelateerd aan de totale IgG concentraties in oogvocht/liquor versus serum. GWCs tonen lokale productie aan gecorrigeerd voor mogelijke lekkage. Verzendbepaling UMCU. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Varicella Zoster Virus, VZV genotypische resistentieanalyse

Algemene informatie  

De diagnostiek naar een acute varicella zoster virus (VZV) infectie (primo-infectie of re-activatie) berust op het aantonen van specifiek VZV DNA in blaasjesvocht of andere materialen middels een PCR. Deze methode is de meest sensitieve methode om een infectie met VZV aan te tonen. Serologie is vooral toepasbaar voor het screenen van patiënten op een doorgemaakte VZV infectie of status na vaccinatie (IgG antistoffen). Een recente primo-infectie of re-activatie kan aangetoond worden door het bepalen van IgM en IgG antistoffen tegen VZV in serum, maar deze bepalingen zijn minder gevoelig en nauwkeurig dan een PCR bepaling op blaasjesvocht of ander materiaal. Voor het aantonen van een VZV infectie van het oog of in de liquor wordt geadviseerd standaard materiaal (oogvocht of liquor) in te sturen met serum voor het bepalen van specifieke antistofproductie in die compartimenten. Met name langer bestaande infecties van het oog of het CZS kunnen met deze bepaling aangetoond worden. Bij vermoeden op resistentie tegen antivirale medicatie wordt geadviseerd een VZV genotypische resistentiebepaling aan te vragen. Deze bepaling wordt op EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht verricht. 

 

Bepaling 

VZV genotypische resistentieanalyse 

 

Techniek 

Sequentieanalyse op DNA polymerase (pol) en thymidine kinase (TK) gen 

 

Indicatie  

Aantonen van resistentie van het varicella zoster virus tegen antivirale medicatie 

 

Materiaal  

EDTA-bloed, liquor, oogvocht en blaasjesvocht 

 

Gewenst volume 

EDTA-bloed 10 ml; liquor 1-2 ml; blaasjesvocht 1-2 ml; oogvocht >50 µl 

 

Benodigd volume  

EDTA-bloed 500 µl; liquor 200 µl; blaasjesvocht 200 µl; oogvocht 25 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Mutatiepatroon van pol- en TK-gen ten opzichte van een VZV-referentiestam inclusief interpretatie van gevoeligheid voor antivirale medicatie 

 

Opmerkingen 

Standaard wordt zowel het pol-gen als het TK-gen geanalyseerd. Verzendbepaling UMCU 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

West-Nilevirus (WNV), IgM en IgG antistoffen tegen West-Nilevirus

Algemene informatie  

West-Nilevirus (WNV) wordt door muggen overgebracht vanuit met name vogels op de mens. Sporadische gevallen en grote uitbraken met WNV zijn beschreven in diverse regio’s in de wereld. In Nederland zijn tot nu toe een paar gevallen van WNV infectie beschreven bij reizigers uit endemische gebieden. De klinische presentatie van WNV infectie bij de mens varieert van asymptomatisch of een griepachtig beeld tot een ernstige en soms fatale meningo-encephalitis. De diagnose wordt gesteld met behulp van serologie. In het acute stadium kan een nucleïnezuurbepaling in bloed of liquor nog voldoende sensitief zijn, maar de meeste patiënten presenteren zich pas als de viraemie al voorbij is. 

 

Bepaling 

IgM en IgG antistoffen tegen West-Nilevirus 

 

Techniek 

Immuunfluorescentie 

 

Indicatie  

Aantonen van recente infectie met West-Nilevirus 

 

Materiaal  

Serum, liquor 

 

Benodigd volume  

300 µl 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

1 week 

 

Resultaat  

Titer\ positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling RIVM, Bilthoven 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

West-Nilevirus (WNV), West-Nilevirus specifiek RNA

Algemene informatie  

West-Nilevirus (WNV) wordt door muggen overgebracht vanuit met name vogels op de mens. Sporadische gevallen en grote uitbraken met WNV zijn beschreven in diverse regio’s in de wereld. In Nederland zijn tot nu toe een paar gevallen van WNV infectie beschreven bij reizigers uit endemische gebieden. De klinische presentatie van WNV infectie bij de mens varieert van asymptomatisch of een griepachtig beeld tot een ernstige en soms fatale meningo-encephalitis. De diagnose wordt gesteld met behulp van serologie. In het acute stadium kan een nucleïnezuurbepaling in bloed of liquor nog voldoende sensitief zijn, maar de meeste patiënten presenteren zich pas als de viraemie al voorbij is. 

 

Bepaling 

West-Nilevirus specifiek RNA 

 

Techniek 

PCR  

 

Indicatie  

Aantonen van een infectie met West-Nilevirus 

 

Materiaal  

EDTA, liquor 

 

Benodigd volume  

0,5 ml 

 

Inleverdag 

Dagelijks  

 

Uitslag bekend 

3 weken 

 

Resultaat  

Positief, negatief 

 

Opmerkingen 

Verzendbepaling RIVM, Bilthoven 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Whipple

Algemene informatie  

De ziekte van Whipple is een zeer zeldzame infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Tropheryma whipplei. Een infectie begint meestal in de dunne darm en breidt zich uit naar de rest van het maag-darmkanaal. De ziekte kan zich verspreiden naar de gewrichten, longen, hart, lymfeklieren, hersenen en ogen. De ziekte wordt voornamelijk gekenmerkt door maag-darmklachten, zoals diarree en buikpijn. Hierbij treedt tevens malabsorptie en gewichtsverlies op. Daarnaast hebben patiënten vaak last van pijn of zwelling van de gewrichten. Bij een klein percentage van de patiënten staan neurologische klachten zoals motorische en cognitieve afwijkingen centraal. Vanwege de grote verscheidenheid aan klinische manifestaties en de zeldzaamheid van de ziekte wordt de diagnose vaak laat gesteld. De diagnose kan gesteld worden op basis van histologische biopten van het duodenum of proximale jejunum. De diagnose kan bevestigd worden middels een PCR op de biopten waarbij het DNA van de bacterie wordt aangetoond. Er kan tevens een PCR verricht worden op liquor of een hersenbiopt, echter een negatieve uitslag van de PCR op hersenbiopt of liquor sluit de ziekte niet uit. Wat hierbij belangrijk is dat de materialen dienen te worden aangeleverd in een EDTA-buis. De materialen mogen NIET worden gefixeerd in formaline. Serologisch onderzoek naar de ziekte van Whipple is vanwege de lage specificiteit niet zinvol. 

 

Bepaling 

Bacteriespecifiek DNA voor T. whipplei (T. whipplei-PCR) 

 

Techniek 

PCR  

 

Indicatie  

Aantonen van specifiek T. whipplei DNA in biopten of liquor 

 

Materiaal  

Biopten: duodenum, proximale jejunum, hersenen; Liquor 

 

Benodigd volume  

minimaal 200 µl 

 

Inleverdag 

– – – 

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

Positief/negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar VUmc 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Yersinia

Algemene informatie  

Zie SSYCE 

 

Bepaling 

– – – 

 

Techniek 

– – – 

 

Indicatie  

– – – 

 

Materiaal  

– – – 

 

Benodigd volume  

– – – 

 

Inleverdag 

– – –  

 

Uitslag bekend 

– – – 

 

Resultaat  

– – – 

 

Opmerkingen 

– – – 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog 

Zika

Algemene informatie  

Voor Zika diagnostiek wordt het logaritme van de WHO/Paho gevolgd. Dit betekent dat bij een ziekteduur korter dan 14 dagen PCR op Zika, Dengue en Chickungunya wordt uitgevoerd (bloed en urine inleveren) Bij een ziekteduur langer dan 7 dagen wordt ook serologie uitgevoerd op Dengue, Chickungungya en Zika. Door de grote kruisreactivitiet tussen Dengue serologie en Zika serologie wordt bij een positieve Dengue serologie geen Zika serologie uitgevoerd. De meerderheid van de bevolking op Curaçao heeft een positieve Dengue serologie. De ontwikkelingen mbt Zika diagnostiek zijn aan veranderingen onderhevig. Neem evt. Contact op. 

 

Bepaling 

Virusspecifiek RNA voor Zikavirus 

 

Techniek 

PCR  

 

Indicatie  

Klinische verdenking op een Zika infectie 

 

Materiaal  

Bloed, urine 

 

Benodigd volume  

NVT 

 

Inleverdag 

NVT  

 

Uitslag bekend 

NVT 

 

Resultaat  

Positief/negatief 

 

Opmerkingen 

De bepaling is een verzendbepaling naar Erasmus mc. 

 

Informatie/ contact 

Arts-microbioloog